De Natuurweidedag: aandacht voor stimuleren Nederlandse biozuivel

Tijdens de goedbezochte Natuurweidedag op de Beekhoeve in Kamerik, stonden Daan Berendsen (Arla Foods) en Harrie Janssen (Stichting EKO-keurmerk) stil bij de ruimte die zij zien om de Nederlandse biologische zuivel te promoten. Allereerst liet Daan Berendsen (Head of Arla Brand & Sustainability NL) zijn licht schijnen op de aanwezige voorwaarden om de verkoop van biologische zuivel te laten groeien: “De overheid wil het, de detailhandel wil het, de consument wil het. De overheid richt zich op het bekender maken van het Europese biologische keurmerk. Supermarkten richten zich op promotie van merken en producten op de winkelvloer. Daar tussen zit de ruimte om Nederlandse biologische zuivel  te stimuleren.” Daan Berendsen lichtte toe dat de overheid ‘hoog over’, niet sector specifiek, de keuze voor ‘biologisch’ kan stimuleren. Zuivelondernemingen produceren meestal ook niet-biologische producten en zullen dus altijd hun aandacht spreiden over de segmenten. Supermarkten kiezen merken en producten om in de spotlights te zetten maar hebben ook bredere belangen. De sector kan dus zelf in die ruimte stappen om de waarde van biologische zuivel nadrukkelijker uit te dragen. Hoe dit uit te voeren vraagt verder onderzoek en discussie in o.a. de kwartiermakersgroep, die onder de Werkgroep Aanvullende Normen valt en in het verlengde van de ‘Regiegroep opschaling biologische zuivel en vlees’ kijkt naar mogelijkheden om de biologische afzet te laten groeien.

Arla kiest bij de promotie van haar producten altijd voor de mix van argumenten gericht op de wereld, dieren en de natuur (‘we benefit’) en argumenten gericht op het individu (‘me benefit’). Het is vanuit deze mix dat consumenten hun keuzes maken. Berendsen: “Consumenten zullen steeds bewuster gaan kiezen, met ook een verschuiving naar minder dierlijke producten. Maar als hij of zij dan wel kiest voor dierlijk, dan ook van goede kwaliteit.”

De presentatie van Harrie Janssen, naast bestuurslid van De Natuurweide ook bestuurslid bij Stichting EKO-keurmerk, sloot aan bij de visie die Daan Berendsen uitsprak. Het EKO-keurmerk benadrukt de waarde van de Nederlandse afkomst van biologische zuivel. Harrie Janssen legt uit: “Lokaal geproduceerd is een sterke positionering, zo blijkt uit onderzoek door Blauw Research. Niet alleen leggen producten minder kilometers af, wat goed is voor beperken van emissies, ook is de beleving van Nederlandse kwaliteit een extra argument voor de consument. Niet alleen in Nederland maar ook in omringende landen. Door te kiezen voor biologische producten uit Nederland, herkenbaar aan het EKO-keurmerk, profiteert de consument in de eigen leefomgeving van de waarde die biologisch heeft voor onder andere natuur, waterkwaliteit en biodiversiteit. Ook in landen waar biologisch een groter marktaandeel heeft, is een herkenbare lokale afkomst met een specifiek landelijk keurmerk van grote meerwaarde gebleken.”

Nieuwe vrijloopstal en ontmoetingsruimtes op De Hooilanden

Biologische boerderij De Hooilanden in Bennekom gaat een nieuwe stal bouwen en ruimtes voor een winkel en afhaalpunt, een verwerkingsruimte, kaasopslag en een ruimte om voedsel te beleven in de brede zin van het woord, gericht op o.a. kookworkshops, kennis en ervaring delen, verwerken, proeven en genieten. Biojournaal bericht dat de financiering is rondgemaakt via crowdfunding. Particulieren die deelnemen in een grondcoöperatie vormen de grootste investeerdersgroep. In totaal worden 500 obligaties van 1000 euro per stuk uitgegeven.

Op het bedrijf worden blaarkoppen gehouden voor melk en vlees. Op de boerderij wordt kaas en boter gemakt. Daarnaast zijn op het bedrijf een zorgboerderij en een vergaderaccommodatie. Het plan is om daar een nieuwe potstal aan toe te voegen. Naast waardvolle mest levert dit een ruimte op waar koeien zich zo natuurlijk mogelijk kunnen gedragen. De mest, vermengd met stro, levert hoogwaardige bemesting op voor het land.

Aandacht in EenVandaag voor uitdagingen rond pacht

EenVandaag heeft aandacht besteed aan de uitdagingen die biologische boeren ervaren door kortlopende pachtcontracten. Biologische boeren hebben niet alleen moeite om grond te krijgen, ook het houden is een forse uitdaging. In de uitzending van EenVandaag komt de situatie van Tineke van den Berg en haar man met hun gemengde biodynamische bedrijf aan de orde. De koeien di ze hebben, primair voor de mest die ze in hun akkerbouwtak nodig hebben, grazen nu nog in een natuurgebied van Staatsbosbeheer. Omdat deze organisatie het natuurbeheer wil aanpassen, kunnen de koeien daar niet meer terecht. Tegelijkertijd lopen de pachtcontracten voor hun akkerbouwpercelen af en lopen Tineke van den Berg en haar man ook die gronden kwijt te raken.

Margriet Goris van Wageningen University & research ziet onder andere vergelijkbare problemen bij zogenaamde zij-instromers, boeren die geen bedrijf van een eerdere generatie hebben voortgezet maar zelf een bedrijf hebben opgebouwd. Daarnaast is de pachtwetgeving geliberaliseerd in 2007: “In 2007 is de pachtwetgeving in Nederland geliberaliseerd, waardoor nu 90 procent van alle nieuw uitgegeven contracten kortlopend is. Dat is heel vaak minder dan 6 jaar, zelfs één- tot tweejarige contracten zijn niet ongebruikelijk.” Dat terwijl biologische boeren vaak op de lange termijn werken aan bodemherstel, hetgeen tijd kost: “Biologische boeren werken aan bodemherstel en dat kost tijd. Het is heel moeilijk om grond te verbeteren, als je maar kortdurende contracten hebt, laat staan om die grond om te schakelen naar biologische landbouw. Dat is in zo’n kort tijdsbestek niet mogelijk”, aldus Goris.

Rijksvastgoedbedrijf: biologische grond blijft biologisch

Biologische landbouwgrond waarvan pachtcontracten aflopen, blijven biologisch. Dat meldt Eelco Terpstra, hoofd sectie agrarisch gebruik van het Rijksvastgoedbedrijf, in gesprek met Ekoland. Van alle grond die jaarlijks op de openbare pachtveiling komt, zo’n 600 tot 1.000 hectare per jaar, wordt 10% biologisch uitgegeven. Met duurzaamheidscertificaten kunnen boeren hun biedingen in de komende jaren verhogen. Voor omschakeling naar biologisch geldt nu een opslag van 15%. Dit wordt stapsgewijs verhoogd naar 30% in 2027.

Het Rijksvastgoedbedrijf weet niet hoeveel van de 41.000 hectare landbouwgrond nu biologisch is. Voor reguliere pacht en erfpacht wordt dit niet bijgehouden door het Rijksvastgoedbedrijf. Van de geliberaliseerde gronden is circa 2.000 hectare biologisch. Door gebiedsontwikkeling rond stedelijke kernen als Almere, Lelystad en Zeewolde verdwijnt biologische grond. Terpstra geeft aan dat door middel van geliberaliseerde pacht kan worden gestuurd op bouwplan en voorgeschreven teeltwijze: „De geliberaliseerde portefeuille groeit, maar biologisch groeit niet zo snel mee. Jaarlijks komt er ongeveer 100 hectare biologische grond vrij. Dit jaar hadden we 36 hectare en daar hebben we wat op geplust.”

Lees het hele artikel op Ekoland.

De Natuurweidedag 2024: midden in de actualiteit

Tijdens De Natuurweidedag, op woensdag 6 november in Kamerik (bij Utrecht), dompelen we ons onder in de actuele thema’s van vandaag en morgen. Het motto voor de dag is:

Samen gaan wíj ervoor!

Met leden van De Natuurweide en afgevaardigden van organisaties rond de sector, gaan we in gesprek over de stimulering van biologische afzet, maatschappelijke opgaven rond o.a. natuur, klimaat, de aanpak van doelsturing en bedrijfsoptimalisatie aan de hand van de BioMonitor.

Daan Berendsen van Arla deelt zijn visie op de kansen die hij ziet voor afzetstimulering. Deelnemers aan de Pilot BioMonitor vertellen hoe zij nog meer inzicht kregen in hun bedrijven en de prestaties op gebied van o.a. natuur en klimaat, hoe alle verschillende aspecten van hun bedrijf zich tot elkaar verhouden en hoe belangrijk een brede, holistische benadering is. Ook de waarde van inzicht krijgen van wat de sector betekent in maatschappelijk opzicht, komt aan bod. Zodat de biologische melkveehouderij haar waardevolle rol kan pakken en krijgen bij het werken aan oplossingen rond Natura 2000- en andere kwetsbare gebieden en de melkveehouderijsector in zijn geheel.

Een dag die u niet mag missen! Denk en praat dus mee tijdens deze mooie dag. De Natuurweidedag vindt plaats op woensdag 6 november in De Beekhoeve in Kamerik. Vanaf 10 uur staat de koffie klaar en om 10.30 uur begint het programma dat tot 15.00 uur duurt. U kunt zich aanmelden via het aanmeldformulier.

Beëindigingsregeling begin november bekend

Een grote meerderheid van Tweede Kamerleden wil dat minister Wiersma de nieuwe beëindigingsregeling begin november bekend maakt. De regeling zou aanvankelijk door het vorige kabinet in 2025 worden opengesteld maar dat is door minister Wiersma al verschoven naar 2026. Begrotingstechnisch komt dat beter uit, volgens de minister. Net als het uitbreiden van het budget voor de Extensiveringsregeling, ziet de Kamer in de stoppersregeling een manier om de mestcrisis aan te pakken. Veel melkveehouders zouden bovendien hun bedrijf willen beëindigen dus wil de Kamer deze boeren duidelijkheid geven over de manier waarop dat kan.

Minister Wiersma heeft aangegeven mee t willen werken aan deze versnelling maar waarschuwt wel dat de regeling dan veel zal lijken op de Lbv- en Lbv-plus-regelingen. Veel tijd om totaal nieuwe regelingen te bedenken en uit te werken is er niet als de regeling begin november gepresenteerd moet worden.

Kamer wil ANLb-geld besteden aan Extensiveringsregeling

Een meerderheid in de Tweede Kamer vraagt minister Wiersma geld vanuit het budget voor Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb) inzet voor de Extensiveringsregeling. Een meerderheid van de Kamerleden ziet in extensivering een doeltreffende manier om de mestcrisis aan te pakken en de natuur-, klimaat- en waterkwaliteitsdoelen te halen. De regeling is gesloten voor aanmelding maar is ruim overtekend. Door geld uit het ANLb-budget over te hevelen zouden meer aanvragen gehonoreerd kunnen worden. De Natuurweide heeft Bionext en De Bioverbinding gevraagd om een aantal samenwerkingsverbanden te ondersteunen bij de aanvraag en eventueel uitvoering van de regeling bij toekenning. In de loop van november zal de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) alle aanvragers informeren of hun aanvraag is gehonoreerd.

Kamermeerderheid voor uitstel deadline legalisering PAS-melders

Een meerderheid in de Tweede Kamer steunt een motie van de ChristenUnie en de SGP om de deadline voor de legalisering van PAS-melders uit te stellen. Deze deadline ligt nu op 28 februari volgend jaar. Dan moeten alle bedrijven vergunningen hebben om legaal te kunnen blijven draaien. Onduidelijk is nog of minister Wiersma van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur de motie overneemt. Juridisch kent dat de nodige obstakels. Ook een motie om provincies bij te staan om via extern salderen PAS-melders te legaliseren, haalde een meerderheid.

 

RVO enquête: waar loopt omschakelaar tegenaan?

RVO wil graag beter inzicht krijgen in waar omschakelende boeren tegenaan lopen. Daarom wordt aan omgeschakelde boeren of boeren die dat overwegen, gevraagd een aantal vragen te beantwoorden. Het is een goede gelegenheid om als (aanstaande) biologische boer aan te geven welke hobbels je tegenkomt of bent tegengekomen en hoe het traject van omschakeling soepeler kan verlopen. U kunt deelnemen aan de enquête via deze link.

Dierwaardige veehouderij draagt bij aan welvaart

De Dierenbescherming en Caring Farmers hebben in een onderzoek geconcludeerd dat de transitie naar een dierwaardige veehouderij meer welvaart en 2 miljard euro per jaar oplevert. Daarvoor is wel nodig dat diverse ministeries samenwerken en dat de begroting wordt herzien.

In het onderzoek ‘Maatschappelijke kosten-batenanalyse voor een dierwaardige veehouderij’ is onderzocht wat de impact op de brede welvaart (welvaart die verder gaat dan alleen financiële aspecten) kan zijn als we in Nederland kiezen voor een natuurinclusief en diervriendelijker voedselsysteem. De definitie die daarvoor is gehanteerd is een dierwaardige veehouderijsector, grondgebonden, circulair en opererend binnen de kaders voor stikstof, natuur en klimaat, water en bodem sturend, inclusief de doelstellingen uit het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) zoals die in 2023 geformuleerd zijn en passend binnen een eiwittransitie van 60% dierlijk naar 60% plantaardig.

Hiervoor zijn twee toekomstbeelden en transitiepaden met elkaar vergeleken: een gangbare veehouderij-scenario en een dierwaardige veehouderij-scenario. De kosten-batenanalyse laat zien dat de dierwaardige veehouderij mogelijk, haalbaar en betaalbaar is. Een transitie daar naartoe in 15 tot 20 jaar zou positief uitpakken voor de brede welvaart en het bruto binnenlands product. De uitkomsten zijn samengevat:

A. Een keuze voor dierwaardige veehouderij in Nederland is een keuze voor:
1) meer boeren en beter beloonde boeren;
2) langer en gezonder leven;
3) een betere basiskwaliteit van de natuur;
4) een effectieve en economisch efficiënte strategie om te komen tot herstel van biodiversiteit en de realisatie van de NPLG-doelen

B. De keuze voor dierwaardige veehouderij biedt een oplossing voor de natuur- en stikstofcrisis en is goed voor het klimaat en de volksgezondheid.

C. Het maatschappelijk rendement (brede welvaart) op de investeringen die volgens de provinciale besturen in Nederland nodig zijn voor de transformatie van de Nederlandse
veehouderij, akkerbouw en tuinbouw om de NPLG-doelen voor 2040 te behalen (€ 58 miljard), is met 2% relatief laag. Dit rendement kan aanmerkelijk verhoogd worden tot 7% als tegelijkertijd geïnvesteerd wordt (plus € 22 miljard) in:
1) een transitie naar dierwaardige veehouderij;
2) beëindiging van de import van veevoer;
3) beloning voor ecodiensten van boeren;
4) meer verkoop via korte ketens;
5) gezondere eetgewoontes (eiwittransitie).