Ideeën en middelen voor Organic Action Day

Op woensdag 23 september is het Organic Action Day, een dag die door de Europese Unie in het leven is geroepen om de biologische landbouw te stimuleren. Onderdeel hiervan is het vergroten van het consumentenbewustzijn over gezonde en gezond geproduceerde voeding en de bekendheid van het Europese biologische keurmerk te vergroten. Direct contact tussen landbouwer en consument is daarbij een waardevol instrument. Het biedt de gelegenheid bij uitstek om het biologische verhaal te vertellen en te laten zien hoe een biologische melkveehouder, akkerbouwer, teler enz. werkt.

Bionext heeft voor deze dag een Organic Action Day-toolkit ontwikkeld met logo’s, slogans, beeldmateriaal en andere content die gebruikt kunnen worden als u aanhaakt bij deze dag met een eigen activiteit. Foto’s en impressies van uw activiteiten op deze dag kunt u ook delen via secretariaat@denatuurweide.nl.

Orthobunyavirus aangetoond bij rundvee in Friesland en Limburg

Royal GD meldt dat bij ingestuurde monsters uit Friesland en Limburg het Orthobunyavirus is aangetoond. Nader onderzoek moet aantonen of dit ook het ‘Shamonda-like’ virus gaat, dat recent in Frankrijk, Zwitserland en Duitsland werd vastgesteld. Eerder kwamen uit Oost-Nederland en andere regio’s meldingen van dieren met koorts, diarree en een daling van de melkproductie. Bij vier Oost-Nederlandse bedrijven waren eerder monsters genomen die het virus bevatten. Deze dieren hadden dezelfde klachten. het virus wordt overgebracht door knutten.

GD benadrukt het belang van het melden van ziektegevallen via de Veekijker. Op de website van GD is een speciale dossierpagina gewijd aan het virus.

Provincie Friesland wil landbouwgrond aankopen voor natuur en sector

De provincie Friesland wil in de komende twee jaar 550 hectare landbouwgrond aankopen, meldt Omrop Fryslân. Het doel is om zowel de natuur als de agrarische sector te versterken. Met de aankoop van de grond zou 54 miljoen euro gemoeid zijn.

De grond moet worden ingezet om meer ruimte voor natuur te creëren, de stikstofproblematiek aan te pakken en als ruilgrond voor boeren met bedrijven in of nabij kwetsbare natuurgebieden. Grond is een cruciale schakel bij de opgaven rond waterkwaliteit, natuurherstel en een toekomstbestendige landbouw. Zo is er ook meer grond nodig voor extra natuur ten behoeve van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De provincie verwacht in de komende jaren 120 hectare nodig te hebben voor vrijwillige bedrijfsverplaatsingen. Ook melkveebedrijven in veenweidegebieden kunnen worden gecompenseerd met ruilgrond.

Eerder onderzoek naar onteigening als instrument om grond te verwerven stuitte op weerstand in Provinciale Staten. Een besluit over grondaankoop moet eind november worden genomen.

Kalf bij de koe: onderzoek naar gezondheid en biestopname van kalveren

Recent zijn de bevindingen uit het onderzoek naar gezondheid en biestopname van kalveren (in het kader van Kalf bij de koe) gepubliceerd. Het doel van het onderzoek was om in kaart te brengen hoe melkveebedrijven omgaan met ‘het kalf bij de koe’ (KbK) en welke adviezen aan melkveehouders kunnen worden gegeven die hiermee willen starten. Ook de gezondheidsaspecten van koeien en kalveren zijn in kaart gebracht. De Natuurweide heeft meegewerkt aan dit onderzoek.

Aan de hand van diepte-interviews is gekeken naar de wijze waarop KbK-melkveehouders hiermee om gingen. Deelnemende melkveehouders hebben daarnaast serummonsters van kalveren laten onderzoeken op antistoffen in het bloed. Daarnaast zijn op basis van de beschikbare KalfOK-data diergezondheidskengetallen bepaald en vergeleken met de gemiddelden van alle aan KalfOK deelnemende melkveehouders. In totaal namen negentien KbK-melkveehouders, verspreid over het land, deel aan het onderzoek. Alle bedrijven waren biologisch of biologisch-dynamisch.

Op basis van het onderzoek zijn er geen indicaties dat de gezondheid van kalveren op KbK-bedrijven verschilt van de gezondheid van kalveren op een gemiddeld Nederlands melkveebedrijf. De gezondheid en passieve immuniteit van de kalveren van de deelnemende KbK-bedrijven waren op basis van KalfOK scores en IgG bepalingen vergelijkbaar met de gezondheid van kalveren in Nederland. Met betrekking tot de gezondheid van koeien trekt het onderzoek geen eenduidige conclusie of deze anders of vergelijkbaar is tussen KbK-bedrijven en het Nederlands gemiddelde. De mate van extensiviteit en het gebruik van verschillende rassen hebben mogelijk dusdanig invloed op de resultaten dat de uitkomsten bij de verschillende onderzochte kenmerken variabel zijn.

Een belangrijk advies vanuit de geïnterviewde melkveehouders is dat KbK vooral kans van slagen heeft wanneer de melkveehouder overtuigd is van het systeem en bereid is de bedrijfsvoering erop aan te passen. Daarnaast adviseren de deelnemers om rustig en kleinschalig te starten. Dat biedt de kans om ervaring op te doen  en het systeem stapsgewijs passend te maken voor het eigen bedrijf. KbK is daarmee niet voor iedere melkveehouder of ieder bedrijf geschikt, maar vraagt om een werkwijze en visie die bij de melkveehouder past. Bij een eventueel vervolgonderzoek wordt aanbevolen om de resultaten van KbK-bedrijven niet alleen te vergelijken met het gemiddelde van alle Nederlandse melkveebedrijven, maar ook met bedrijven met vergelijkbare bedrijfskenmerken, zoals bedrijfsgrootte, biologische of biologisch-dynamische bedrijfsvoering, toepassing van weidegang en raskeuze. Zo’n vergelijking zou beter inzicht geven in welke verschillen mogelijk samenhangen met het toepassen van KbK, en welke verschillen vooral verklaard kunnen worden door andere bedrijfskenmerken.

 

 

Analyse haalbaarheid normen bij Netwerk Praktijkbedrijven

Netwerk Praktijkbedrijven heeft voor 37 deelnemende bedrijven geanalyseerd hoe zij ‘scoren’ ten opzichte van de normen voor ammoniak, klimaat en grondgebondenheid die vanaf 2035 moeten gaan gelden. De conclusie was dat geen van deze bedrijven op dit moment voldoet aan de combinatie van voorgestelde normen voor ammoniak, klimaat en grondgebondenheid. Voor de analyse is gebruik gemaakt van de Kringloopwijzers van 2025. Niet alle door deelnemers genomen emissie verlagende managementmaatregelen zijn meegenomen in de analyse. Dan gaat het o.a. om druppelen en schuiven van de stalvloer en stalventilatie. De werkelijke prestaties van de bedrijven ten opzichte van de normen kunnen dus afwijken van de onderzoeksresultaten. Bij het bepalen van ammoniakuitstoot er fosfaatrecht zijn veldemissies buiten beschouwing gelaten. Ongeveer 20% van de bedrijven kwam terecht onder de norm van 0,164 kg ammoniak per fosfaatrecht. Bij de norm CO2-equivalenten kwamen drie bedrijven onder de norm van 92 kg CO2-equivalenten per fosfaatrecht. De grootste uitdaging lijkt te liggen in de combinatie van doelen. Succes op één indicator leidt niet automatisch tot het halen van een andere norm.

 

Streep door vergunningen voor mestvergisters

De rechtbank Noord-Nederland heeft vergunningen voor achttien melkveehouders voor mestvergisters vernietigd. De melkveebedrijven zijn gevestigd nabij Natura 2000-gebied het Drents-Friese Wold: twee in de gemeente Meppel en veertien in Ooststellingwerf. De gevolgen van de mestvergisters voor de natuur moet opnieuw worden onderzocht en beoordeeld, zo oordeelde de rechter. Met de biovergisters willen de melkveehouders biogas uit mest winnen en het restproduct, digestaat, gebruiken als bemesting voor de weilanden.

Minister benadrukt belang van zekerheid van vergunningen

Minister Van Essen vindt dat boeren er van uit moeten kunnen gaan dat verstrekte vergunningen van kracht blijven. Dat bericht Sterke Erven naar aanleiding van beantwoording van Kamervragen over de intrekking van natuurvergunningen in Noord-Brabant. Minister Van Essen geeft aan dat rechterlijke uitspraken kunnen leiden tot het intrekken van een vergunning. Dat ingrijpende besluit mag echter alleen met grote zorgvuldigheid worden genomen, volgens de minister. Instemming met het eerder deze zomer gepresenteerde maatregelenpakket rond stikstof stelt provincies in staat toekomstige verzoeken om intrekking van vergunningen te voorkomen. Over de situatie rond de intrekking van de Brabantse natuurvergunningen liet de minister zicht niet uit.

Nieuw orthobunyavirus duikt op in Europa

In Frankrijk, Zwisterland en Duitsland is recent een nieuw orthobunyavirus aangetoond bij runderen, zo bericht Royal GD. Dit virus is verwant aan het Schmallenbergvirus en wordt hoofdzakelijk via knutten overgedragen. Voor directe overdracht tussen dieren zijn geen  aanwijzingen. Overdracht van moederdier op het ongeboren kalf is wellicht wel mogelijk. In Nederland worden diverse monsters onderzocht naar aanleiding van meldingen van melkveebedrijven over dieren met mogelijk verschijnselen van besmettingen toonden.

De verschijnselen bij volwassen runderen beperken zich meestal tot een acute ziekteperiode met koorts, diarree en een daling van de melkproductie. Ook bij drachtige dieren worden gevolgen van de infectie verwacht met mogelijk abortus, doodgeboorte of aangeboren afwijkingen.  GD houdt de situatie nauwlettend in de gaten en vraagt om alertheid bij dierenartsen en melkveehouders. Meldingen van verdachte gevallen kunnen worden gedaan via de Veekijker: telefoonnummer 088-20 25 555.

Crowdfunding voor doppen op koeienhoorns

Caring Farmers is een crowdfunding gestart om koeien te voorzien van doppen. Het doel is om meer melkveehouders te overtuigen om koeien niet meer te onthoornen. Bij boeren die experimenteren met de doppen, blijkt dat het voorzien van doppen op de hoorns van de meest dominante koeien al afdoende te zijn. De faculteit diergeneeskunde van de Universiteit van Utrecht wil onderzoek doen bij een nieuwe groep boeren die doppen gaan toepassen. Eerder onderzoek door de universiteit onder 18 koeien liet zien dat de lichaamstemperatuur bij koeien met hoorns lager was dan bij koeien zonder hoorns. Omdat het aantal dieren in de proef beperkt was, zijn hierover geen ‘harde’ conclusies getrokken.

 

Vier werkgroepen voor bioregio’s om kennis te delen

Het Landelijke Netwerk Bioregio’s is gestart met vier regionale werkgroepen om kennis en ervaringen uit te wisselen tussen bioregio’s, zo bericht Biojournaal. Vierwekelijks komen de regionale groepen bij elkaar om elkaar bij te praten en ideeën te delen voor de regionale biologische voedselsystemen (bioregio’s). De werkgroepen pakken vier thema’s bij de kop: biologisch aanbesteden en inkopen, regionale coalities en zichtbaarheid, monitoring en voortgang en praktische documentatie en stappen. Via een platform wordt deze informatie binnenkort breder gedeeld. Daardoor kunnen ook andere mensen of organisaties die met biologische landbouw en regionale voedselsystemen aan de slag willen, gebruik maken van de beschikbare kennis.