Aanvraagperiode voor Sem-regeling verlengd

De Subsidieregeling extensivering melkveehouderij (Sem) blijft langer open. De regeling zou per eind van de maand juli sluiten maar er is nog veel budget beschikbaar. Daarom loopt de aanmeldperiode voor de subsidieregeling door tot en met woensdag 27 januari 2027 (17.00 uur). Melkveehouders die gedurende een periode van drie jaar hun bedrijf willen extensiveren kunnen € 1.606 per verminderde melk- of kalfkoe per jaar ontvangen. Voor elk vervallen fosfaatrecht krijgt een deelnemer € 110. Maximaal kan de subsidie € 400.000 bedragen. Met deze regeling wil de overheid boeren op weg helpen naar een duurzamer bedrijfsvoering of naar een beëindiging van het bedrijf.

Tijdens de periode van drie jaar houdt een melkveehouder 10 tot 20% minder koeien dan gemiddeld in het referentiejaar 2025. Deelnemers aan de Extensiveringsregeling nabij Natura 2000-gebeiden en veenweidegebieden kunnen niet aan de Sem meedoen. In totaal is ruim € 615 miljoen beschikbaar voor de Sem. Ook banken hebben bijgedragen aan deze subsidieregeling.

In de media: Boeren in stikstofzone bespreken hun toekomst

Eerder deze week besteedde het EO-radioprogramma Dit is de Dag aandacht aan de toekomst van boerenbedrijven in de zoneringsgebieden rond Natura 2000. Ongeveer 4.000 boeren hebben een bedrijf binnen deze gebieden, die een belangrijke rol spelen in de stikstofplannen van het kabinet. Niet alle details van de plannen zijn nog duidelijk maar in de uitzending vertelden drie melkveehouders, waaronder biologisch melkveehouder Peter Oosterhof uit Foxwolde, hoe zij aankijken tegen de plannen en de gevolgen voor hun bedrijven.

Meer grondmobiliteit rond Natura 2000

Wageningen Social & Economic Research heeft onderzoek gedaan naar het effect van de landelijke beëindigingsregelingen (Lbv en Lbv-plus) op de grondmarkt, grondprijzen en gebruik van vrijkomende landbouwgrond. Meer dan 1.00 veehouderijen maakten gebruik van de beëindigingsregeling. Naast vermindering van stikstofemissies nabij Natura 2000-gebieden leidt bedrijfsbeëindiging tot meer grondmobiliteit. Uit een evaluatie van het Planbureau voor de Leefomgeving en Wageningen University & Research bleek dat de beide bedrijfsbeëindigingsregeling hebben geleid tot meer bedrijfsbeëindigingen. Een deel van de ondernemers zou sowieso gestopt zijn maar de regelingen hebben dit versneld. Veel van de deelnemers zijn relatief oudere ondernemers.

Als gevolg van bedrijfsbeëindigingen is de mobiliteit van grasland sterk toegenomen binnen tien kilometer van Natura 2000-gebieden. De meeste mobiliteit bevindt zich binnen vijf kilometer. Hoewel het niet sluitend kan worden vastgesteld, lijkt het aannemelijk dat deze toegenomen mobiliteit het gevolg is van bedrijfsbeëindigingen. De grondprijzen in deze gebieden zijn niet ingrijpend veranderd. De onderzoekers sluiten niet uit dat een prijsverhogend effect later alsnog zal optreden. Uit de analyse van de onderzoekers blijkt nog niet definitief dat vrijkomende veehouderijpercelen worden ingezet voor intensieve teelten zoals bloembollen. Dit is deels omdat de regeling nog loopt en deels omdat de onderzoekers daarover nog onvoldoende gegevens tot hun beschikking hadden.

Impactanalyse onderschrijft waarde opschaling biologische melkveehouderij

Een groei van de biologische melkveehouderij heeft een positief effect op diverse duurzaamheidsvraagstukken in de gehele sector. Dat concludeert Wageningen University & Research (WUR) in een rapport over de impact van een opschaling van de biologische melkveehouderij. De regiegroep van het Marktprogramma Verduurzaming Dierlijke Producten draagt het rapport aan als een van de bouwstenen voor gezamenlijk beleid voor de opschaling, waarbij overheden en het bedrijfsleven samenwerken. Voorzitter van de regiegroep is Sybrand Bouma, voorzitter van De Natuurweide.

De analyse van de WUR laat een positief effect van opschaling zien bij waterkwaliteit, biodiversiteit en landschap. De waterkwaliteit wordt met name beter door een lager stikstofbodemoverschot bij biologische melkveebedrijven en het achterwege laten van chemische gewasbeschermingsmiddelen. De biodiversiteit en het landschap profiteren met name van lagere ammoniakemissies en een grotere rol rol in natuurbeheer. De impact op energie en klimaat is neutraal tot licht positief. Door uitgebreidere weidegang, beperkter antibioticagebruik en langere levensduur beoordeelt WUR het effect op dierwaardigheid positief. Voor bodemkwaliteit en circulariteit ziet WUR een neutraal effect. In de analyse van opschalingseffecten is WUR uitgegaan van een relatief extensieve gangbare bedrijven die omschakelen naar een relatief intensieve biologische bedrijfsvoering.

Naast deze impactanalyse vervullen de BioMonitor en afzetpromotie belangrijke andere bouwstenen voor beleid gericht op groei van de biologische melkveehouderij. Het rapport over de Pilot BioMonitor verschijnt dit jaar. De overheid blijft inzetten op vergroting van de bekendheid van de voordelen van biologische voeding. De zuivelsector werkt aan een consumentencampagne voor biologische zuivel. Onderzoeksthema’s waaraan gewerkt wordt zijn o.a. een verkenning naar de stal van de toekomst rond 2040, kennis over de voetafdruk van biologische diervoeders en mogelijkheden voor meer dierenwelzijn voor koeien en kalveren, aansluitend op de eisen van het Beter Leven-keurmerk met drie sterren voor zuivel en rundvlees.

Ministerie wil forfaitaire mineralengehaltes in mest aanpassen

Het ministerie van LVVN wil de forfaitaire mineralengehaltes in mest aanpassen. Hiervoor is vorige week een consultatie opengesteld, met als einddatum 30 augustus. Voor mest die niet bemonsterd wordt, bijvoorbeeld bij transport tussen twee boeren, wordt met forfaitaire mineralengehaltes gerekend. Dat geldt ook in gevallen waarin mestmonsters zoek raken. Deze forfaitaire gehaltes zijn opgenomen in bijlage 1 van de Uitvoeringsregeling mestwetgeving (Urm). Deze forfaits zijn vastgesteld per 1 januari en gebaseerd op gegevens uit mesttransporten uit de jaren 2013-2015.

Als er van een mestsoort minstens 25 analyses beschikbaar zijn, wordt voorgesteld om het huidige forfait te vervangen door de mediane samenstelling in de periode 2021-2023. Het stikstof- en fosfaatgehalte in mest kan veranderen door o.a. verandering in het rantsoen, gebruik van water en strooisel in de stal, verandering in management van de mest (bij bewerking, bijvoorbeeld scheiding). Voor stikstof kan ook een aanpassing in stal- en/of mestopslag leiden tot verandering in gasvormige stikstofverliezen. De samenstelling van dikke en dunne fracties van bewerkte mesten zijn gebaseerd op de afvoer van landbouwbedrijven en mestbewerkers. De stikstof- en fosfaatgehalten van dikke en dunne fracties van mestbewerkers liggen doorgaans hoger, bijvoorbeeld door betere mestscheiding of door droging van de dikke fractie. De mestsamenstelling van bewerkte mesten wordt daarom gerapporteerd van alleen landbouwbedrijven, alleen mestbewerkers en het totaal.

 

Grondprijzen stijgen sneller dan rendemnet in melkveehouderij

De Rabobank ziet een toenemende scheefgroei tussen de ontwikkeling van landbouwgrondprijzen en de opbrengsten voor melkveehouders. In de marktupdate signaleert Marijn Dekkers van de Rabobank dat de grondprijzen sneller stijgen dan het rendement in de melkveehouderij. Daardoor neemt ook de financieringsdruk op melkveebedrijven toe. De grondprijzen worden omhoog gejaagd door schaarste, ruimtedruk en concurrentie van andere sectoren. Dat gegeven is dan ook meer leidend dan het met de grond te behalen rendement. Hogere grondprijzen maken bedrijfsovernames lastiger.

De kapitaalslasten per hectare zijn al jarenlang hoger dan wat de hectare grond oplevert. Dit gold al voor bepaalde klei- en zandgebieden maar inmiddels ook in veenweidegebieden. Door stikstofvraagstukken en vergunningenbeperkingen is uitbreiding via nieuwbouw of meer dieren voor veel bedrijven lastig. Grond blijft daardoor een van de weinige manieren om het bedrijf verder te ontwikkelen of vermogen te investeren. Grond blijft voor ondernemers een betrouwbare en waardevaste investering.

In het eerste kwartaal van dit jaar kostte agrarische grond in Nederland gemiddeld €101.700 per hectare. Flevoland zit met gemiddeld €206.500 per hectare ver boven dit gemiddelde. Ook de grondprijzen in Noord-Brabant, Zuid-Holland en Limburg liggen regelmatig hoger dan €100.000 per hectare.  Friesland zit met een gemiddelde prijs van €69.900 per hectare heboorlijk onder het landelijk gemiddelde.

Versnellingsprojecten voor transitie landelijk gebied achter op planning

Wageningen University & Research concludeert in een onderzoek dat een drietal versnellingsprojecten voor de transitie van het landelijk gebied langzamer verlopen dan gedacht. De projecten waren een uitwerking van het stopgezette Nationaal Programma Landelijk Gebied. Het betrof projecten rond extensivering van landbouw rond Natura 2000-gebieden en in veenweidegebieden: het gebiedsproces Aldeboarn-De Deelen in Fryslân, overgangsgebieden in Drenthe en natuurinclusieve landbouw in Noord-Brabant. Voor het verhogen van de waterpeilen in veenweidegebied Aldeboarn-De Deelen was € 22 miljoen beschikbaar waarvan nog niets was uitgegeven aan het eind van 2025. In Drenthe is van de beschikbare € 37 miljoen pas € 300.000 uitgegeven. In Noord-Brabant is via een koop- en pachtconstructie 27 hectare afgewaardeerd. Voor het grootste deel van de ambitie wachtte de provincie nog op goedkeuring vanuit Brussel.

Een belangrijke oorzaak voor de vertraging van de initiatieven is het ontbreken van een instrument voor afwaardering van landbouwgrond en een compensatiesystematiek voor hogere waterpeilen in veenweidegebieden. Inmiddels heeft de provincie Fryslân van de Europese Commissie groen licht voor haar beoogde compensatiesystematiek. De benodigde gebiedsprocessen blijken meer tijd te vragen. Boeren worden liever gecompenseerd met grond dan met geld zodat de productie op niveau kan worden gehouden. De provincie kan pas in deze behoefte voorzien als zij ruilgrond beschikbaar heeft.

De onderzoekers doen een aantal aanbevelingen aan het Rijk. Ze stellen voor de bestedingstermijn te verlengen tot minimaal 2032. Financiering van proceskosten en aankoop van ruilgrond zouden mogelijk moeten worden gemaakt. Op de langere termijn stellen zij voor om meer aandacht te hebben voor uitvoerbaarheid bij de beoordeling van plannen, minder bureaucratische financieringsstromen en een gezamenlijke, langjarige gebiedsaanpak door Rijk en provincies. De tijdshorizon zou moeten lopen van 15 tot 25 jaar.

EU akkoord met Friese compensatie-aanpak in veenweidegebieden

De Europese Commissie heeft groen licht gegeven voor de Compensatie Systematiek Veenweide (CSV) in Friesland, meldt Omrop Fryslân. De regeling compenseert boeren voor de gevolgen van hogere waterpeilen, zoals waardedaling van de grond en lagere opbrengsten. Door deze goedkeuring kan de provincie verder met de aanpak van bodemdaling en CO2-uitstoot in veenweidegebied. De CSV werd in 2024 gepresenteerd als instrument in het beperken van bodemdaling en verlaging van CO2-uitstoot in veenweidegebied. Hogere waterpeilen moeten de afbraak van het veen tegen gaan. Een werkgroep ontwikkelde de CSV in opdracht van het Friese Veenweideprogramma. Provincie Fryslân, Wetterskip Fryslân, acht veenweidegemeenten en landbouw- en natuurorganisaties werkten daarbij intensief samen.

Onderdeel van de regeling is een verlaagd eigen risico voor boeren en andere grondeigenaren bij de nadeelcompensatie. Dit percentage ligt met 2% lager dan normaal gesproken. Hierdoor was goedkeuring van de Europese Commissie nodig in verband met de staatssteunregels.

Plan om dierziekte IBR uit te bannen

De ministerraad bespreekt later deze zomer een plan om de dierziekte Infectieuze Boviene Rhinotracheïtis (IBR of koeiengriep) uit bannen. IBR leidt onder andere tot koorts, minder eetlust en rode slijmvliezen. Ook produceren ze soms (tijdelijk) minder melk. Een rund dat IBR heeft gehad, blijft levenslang drager van het virus. Bij stress kan het virus weer actief worden, waardoor het rund andere runderen kan besmetten. IBR wordt ook wel koeiengriep genoemd. Het doel is om minimaal 99,8% van alle rundveebedrijven vrij te laten zijn van IBR.

Het plan beoogt om per 1 januari 2027 rundveehouders te verplichten dieren te vaccineren tenzij  door onderzoek kan worden aangetoond dat op het bedrijf geen IBR aanwezig is. Als er toch dieren  besmet raken, moet alsnog gevaccineerd worden. Na de ingang van de aanpak krijgen rundveehouders een half jaar de tijd om dieren te vaccineren of aan te tonen dat er op het bedrijf geen IBR aanwezig is. Door te vaccineren, hoopt de overheid de ziekte uit te bannen. Het doel is om eerst, via verplichte vaccinaties, het aantal besmettingen fors omlaag te krijgen. Zodra dit gelukt is, gaat de vaccinatieplicht over in een vaccinatieverbod. Vanaf dan mogen er geen runderen met IBR meer aanwezig zijn.

EKO Holland verwacht tekort aan biomelk na de zomer

Eko Holland verwacht dat er na de zomervakantie een tekort is aan biologische melk. Op de website van Sterke Erven geeft Eko Holland René Cruijsen aan dat door het warme weer de melkleveranties met 5 à 6% zijn teruggelopen. De productie zal niet zomaar terug zijn op het benodigde niveau. De prijs van biologische melk werd daarom, na een periode van een stabiel prijsniveau van € 67 per 100 kg in de maanden april, mei en juni, met 50 cent verhoogd naar € 67,50. De biologisch-dynamische melkprijs wordt ook met 50 cent verhoogd, naar € 72,50. René Cruijsen is tevreden over deze prijsontwikkeling: “We gaan nu de zomervakantieperiode in; dan is er ook minder melk nodig, dus dat past wel. Maar als de zomerperiode voorbij is, trekt de versmarkt weer aan en dan verwacht ik wel een tekort aan biologische melk.”