Goed weidevogeljaar in Friesland

De grutto’s in Friesland hebben dit voorjaar voldoende kuikens grootgebracht om de soort te stand te houden, zo bericht Omrop Fryslân naar aanleiding van de presentatie van het weidevogel jaarbericht. Het aantal broedende grutto’s nam sterk toe, tot bijna 9.200 broedparen. Dat was het hoogste aantal in acht jaar tijd en 700 meer dan het voorgaande jaar. De provinciale doelstelling van 10.000 broedparen is daarmee in zicht. Het grote aantal muizen in het land spelen een grote rol. Hierdoor hebben roofvogels en andere predatoren zich meer gericht op de muizen en minder op weidevogels en kuikens. Er zijn wel zorgen over de effecten als de muizenstand weer afneemt. Ook de stikstofplannen met mogelijke minder koeien in de wei kunnen van invloed zijn op de toekomstige ontwikkelingen rond weidevogels.

Verlagen ruw eiwit in stalperiode

De stalperiode is het ideale moment om te sturen op een verlaging van het ruw eiwitgehalte. De voersamenstelling is stabieler en de omstandigheden zijn voorspelbaarder. Minder ruw eiwit in het rantsoen betekent minder stikstof in de mest. In het kader van het landelijk sectorinitiatief Convenant Verlagen ruw eiwit in rantsoenen melkveebedrijven (Voerspoor) zijn op de website van Groen Kennisnet en de website van Koe en Eiwit achtergronden van het convenant en adviezen voor de daadwerkelijk verlagen van ruw eiwitgehalte in het rantsoen bijeen gebracht.

In de media: opiniestuk in de Volkskrant over bovengronds mest uitrijden

Biologisch melkveehouder Peter Oosterhof, gevestigd in Foxwolde, zet in een opiniestuk in de Volkskrant uiteen waarom bovengronds mest uitrijden een integraal onderdeel van het biologische melkveehouderijsysteem is en dat moet blijven. Recent maakte minister Van Essen bekend dat er een einde komt aan de vrijstelling voor bovengronds mest aanwenden. Zelf maakte Peter Oosterhof al ruime tijd geleden de stap naar ‘een verrijkende voer-mest-bodem-plant-dier kringloop’ die vroeger al de standaard was en bodemvruchtbaarheid opleverde. Daarin staat een een gezonde bodem centraal, met voldoende lucht, water, grond en organische stof. Waarop geen zware machines rijden, zoals mestinjecteurs die de bodem verdichten en het bodemleven geen goed doen. Peter Oosterhof pleit ervoor dat de huidige werkwijze met frequentere toediening, in kleinere hoeveelheden op geschikte momenten (qua bodem en weer) van mest met minder stikstof, gehandhaafd blijft als essentieel onderdeel van de biologische melkveehouderij.

Toolkit voor veiligheid op boerenerf

Arbodienst Stigas heeft een toolkit ontwikkeld met het oog op de veiligheid op boerenbedrijven. Met name gericht op bezoekers en evenementen helpt de toolkit boeren om risico’s inzichtelijk te maken voor bezoekers. In de toolkit zit een stappenplan dat helpt om de risico’s op het erf in kaart te brengen en passende maatregelen te treffen. Zo is er een poster met ‘gedragsregels’ voor bezoekers. Tevens is er een animatievideo gemaakt die met name is gericht op kinderen en die door leerkrachten kan worden gebruikt ter voorbereiding op een bezoek aan een boerenbedrijf.

Stigas heeft de toolkit onder andere gemaakt met het oog op het toenemend aantal ongevallen op boerenbedrijven. Sinds 2011 lag het aantal dodelijk ongelukken niet zo hoog als in 2025. De toolkit vindt u op de website van Stigas.

Campagne ‘Biologisch, dat smaakt naar meer’ van start

Deze week is de consumentencampagne rond biologische producten van start gegaan. De campagne is in opdracht van het ministerie van LVVN ontwikkeld. De campagne richt zich op mensen die al positief staan tegenover biologisch, maar het nog niet vanzelfsprekend in hun boodschappenmandje leggen. Uit onderzoek blijkt dat consumenten vaak niet automatisch aan biologische varianten denken tijdens het winkelen. De campagne wil dit veranderen door biologisch te koppelen aan herkenbare eetmomenten, zoals het ontbijt. Het creatieve concept draait om de boodschap dat achter biologisch voedsel een hele wereld schuilgaat. Van de boer die met aandacht werkt, tot het leven in de bodem, het water en de biodiversiteit. Door deze wereld laag voor laag zichtbaar te maken, krijgt biologisch meer betekenis en gevoel. Ook de uitvoering van de campagne sluit hierbij aan.

De campagne is te zien en te horen op televisie, online video, radio en diverse online kanalen. Met deze campagne hoopt LVVN consumenten te inspireren om vaker bewust voor biologisch te kiezen. Meer over de campagne, de video van de commercial en de hierop afgestemde materialen vindt u op de website Alles over biologisch.

Kabinet: keten moet meedoen in verduurzaming

In het Kamerdebat over grondbeleid en verdienvermogen heeft minister Van Essen van LVVN nogmaals benadrukt dat de hele keten bij moet dragen aan verduurzaming. Extensivering en omschakeling naar biologische landbouw vormen een belangrijk onderdeel van de natuur- en stikstofplannen van het kabinet. Het kabinet wil daarom dat ook dat de voedselverwerkende industrie en supermarkten zich inzetten voor vergroting van afzet van biologische voeding en een deel van het risico en de kosten voor hun rekening nemen. Vóór 1 april moeten verwerkers, supermarkten en andere ketenpartijen harde afspraken maken. Lukt dat niet dan worden maatregelen aan deze partijen opgelegd.

Vanuit verschillende partijen is er zorg over de internationale concurrentiepositie en nationalisme op gebied van voedsel. De minister ziet echter ook kansen in het benutten van de Nederlandse afkomst van voeding.

ACM: meer inspanning nodig om duurzaamheidsdoelen te halen

De Autoriteit Consument en Markt (ACM) ziet de duurzaamheidsdoelstellingen voor 2030 niet gehaald worden als er geen extra actie wordt ondernomen. Verdere verduurzaming is alleen te realiseren als het prijsverschil tussen gangbare producten en producten met een duurzaamheidskeurmerk kleiner wordt. De export is gebaat bij verkoop van producten met een keurmerk dat buiten Nederland herkend wordt en waarde heeft. Nederlandse duurzaamheidskeurmerken zijn in het buitenland vaak niet bekend of herkenbaar.

De ACM roept het ministerie van LVVN op om de binnenlandse vraag naar producten met een duurzaamheidskeurmerk te stimuleren. Martijn Snoep, bestuursvoorzitter van de ACM: “Zonder extra actie raakt de verduurzamingsdoelstelling voor de landbouw uit zicht. Boeren die overschakelen naar productie met minder milieubelasting maken extra kosten, maar krijgen daar in veel gevallen niet genoeg voor terug. Zolang consumenten een goedkopere gangbare keuze hebben, zijn veel consumenten niet bereid om meer te betalen. Het prijsverschil moet daarom kleiner worden.”

Uit de vijfde (en laatste) Agro-Nutri Monitor van de ACM blijkt de meerkosten voor duurzame productiemethoden niet worden gedekt vanuit de prijs. Vooral boeren die biologische producten produceren, ontvangen gemiddeld een lagere meerprijs dan nodig is om hun extra kosten te dekken. De ACM adviseert het ministerie daarom om beleidsmaatregelen te richten op het structureel verkleinen van het prijsverschil tussen gangbare producten en producten met een duurzaamheidskeurmerk. Dat kan door de milieukosten en maatschappelijke kosten van producten te verwerken in de consumentenprijs. Gangbare producten worden daardoor relatief duurder, omdat deze kosten nu onvoldoende in de verkoopprijs zijn verwerkt.

Sector en banken vragen flexibelere financiering van verduurzaming

Boerenbedrijven die willen verduurzamen hebben behoefte aan een flexibeler financieringsinstrument, zo bericht Nieuwe Oogst. In een rondetafelgesprek van de Tweede Kamer met afgevaardigden uit de bankensector en het Investeringsfonds Duurzame Landbouw (IDL). In de praktijk blijkt het voor boeren moeilijk om een bedrijfsplan te maken en een succesvolle aanvraag in te dienen. Fondsmanager Rob van Eijck gaf aan dat het fonds wil voorkomen dat boeren in de toekomst bij nieuwe regelgeving opnieuw moeten investeren.

Jan Arie Koorevaar (CDA) en Wim Meulenkamp (VVD)pleiten voor een fonds met een lichtere toets, bijvoorbeeld voor boeren die een kleinere verduurzamingstap willen maken of samenwerkingsprojecten op het gebied van waterberging of groen gasproductie. Zulke initiatieven komen nu niet in aanmerking voor een IDL-financiering. WUR-onderzoeker Gerard Migchels, lid van de IDL-beoordelingscommissie, ziet een lichtere vorm eveneens zitten: “Er is een grote groep boeren die minder ver zijn in het verduurzamen van hun bedrijf dan de eisen die wij als IDL stellen. Daar zou ook een financieringsmodel voor moeten komen.”

Onderzoek naar effect van mestsoorten op bodem in Fries veenweidegebied

Het Louis Bolk Instituut (LBI) heeft de bevindingen uit een vijfjarige proef naar effecten van verschillende mestsoorten op veenweidegrond gepubliceerd. In opdracht van Veenweide Fryslân is gekeken naar de effecten van verschillende mestsoorten op het bodem-organische-stofgehalte, de bodemstructuur, het bodemleven, de waterregulatie en de grasproductie. De proef werd uitgevoerd op een graslandperceel nabij Koufurderrige (Zuidwest Friesland). Op een graslandperceel met een zwaar venig-kleidek en een schalterlaag op 20 tot 40 cm onder maaiveld, zogenaamd ‘schalterveen’, werden effecten van verschillende mestsoorten onderzocht. De mest variëren in stikstof-, stikstof-mineraal en organische stofgehalte, te weten dunne fractie, drijfmest, dikke fractie, vaste mest en bokashi, werd vergeleken met een onbemeste controle, een behandeling met kunstmest en een behandeling waarin enkel stro werd toegepast.

De veldproef leverde kennis op over de effecten van verschillende mestsoorten (bij aanwending van 200 tot 170 kg stikstof-totaal per hectare) op bodem-organische stof, waterregulatie, regenwormen en grasproductie:
• Met name dikke fractie en bokashi, hadden positief effect op bodem-organische stof.
• De hogere bodem-organische stofgehaltes resulteerden in een betere bodemstructuur en een betere waterinfiltratie(trend). Er was geen effect op de waterafstotendheid van de bodem.
• Alle mestsoorten, maar vooral dikke fractie, hadden positief effect op het aantal regenwormen, vergeleken met de controle zonder bemesting.
• Er was geen duidelijk behandeleffect op het aantal strooisel bewonende regenwormen.
• Er was geen verschil in het aantal pendelende regenwormen. Deze wormen maken diepe gangen die de negatieve effecten van de schalterlaag mogelijk kunnen beperken.
• De grasopbrengst was het hoogst voor behandelingen met een hoge N-beschikbaarheid en lager voor mestsoorten waar de stikstof vooral in organische vorm aanwezig is.
• Er was geen enkele mestsoort de beste, maar verschillende mestsoorten kunnen wel (in combinatie) worden ingezet om specifieke doelen te behalen.

Voorstel Friese stikstofaanpak naar Provinciale Staten

Gedeputeerde Staten van Friesland hebben het voorstel voor de Friese Aanpak Stikstofreductie en Natuurherstel vastgesteld waarna Provinciale Staten er eind oktober over zal besluiten. De aanpak bestaat uit vier onderdelen:
– extra natuurherstel binnen de Friese Natura 2000-gebieden
– natuurherstelmaatregelen buiten deze gebieden waar nodig
– provinciebrede maatregelen om de stikstofuitstoot te verminderen
– extra gebiedsgerichte aanpak voor de drie zwaarst belaste Natura 2000-gebieden in Zuidoost Friesland
Deze zwaarst belaste gebieden zijn gebieden zijn het Fochteloërveen, de Bakkeveense Duinen en het Drents-Friese Wold en Leggelderveld.

Het doel is om de ammoniakuitstoot met 30% te verminderen ten opzichte van het jaar 2019. Boeren krijgen zoveel mogelijk ruimte om zelf in te vullen hoe ze de doelen willen halen. In 2030 is een evaluatiemoment gepland. Nadat Provinciale Staten hebben ingesteld met de aanpak wordt een uitvoeringsprogramma uitgewerkt.