Oproep: maak schoon en voldoende water tot topprioriteit

Een groep met sterk uiteenlopende achterbannen hebben als Maatschappelijke Watercoalitie een oproep gedaan aan de nieuwe minister van Infrastructuur  & Waterstaat om schoon, voldoende en betaalbaar water voor mens en natuur op te nemen in het nieuwe regeringsprogramma. De betrokken organisaties zijn naast Biohuis: AARDige Buren, Aedes, ANWB, Bouwend Nederland, Caring Farmers, Natuurmonumenten, Natuur & Milieu, NEPROM, Vereniging Eigen Huis en Vewin. In totaal vertegenwoordigen zij een achterban van 6,5 miljoen Nederlanders en 5000 bedrijven en woningcorporaties.

Met de oproep onderstrepen ze de noodzaak van maatregelen nu het watergebruik steeds toeneemt en de waterkwaliteit en de klimaatverandering zorgen baren. De Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur (Rli) gaf recent aan dat met het huidige kabinetsbeleid de doelen van de Kaderrichtlijn Water (KRW) voor 2027 niet gehaald worden. Zelfs als de maatregelen worden aangescherpt blijven deze doelen na 2027 buiten bereik. Ook de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) wees onlangs op de noodzaak van betere bescherming van de waterkwaliteit.

De ondertekenaars benadrukken dat de slechte waterkwaliteit de natuur, landbouw en drinkwaterbronnen bedreigt. Daarnaast kunnen juridische en economische problemen optreden, zoals een rem op vergunningen en beperkingen voor de bouw van nieuwe woningen en infrastructuur. Daarmee bedreigt een slechte staat van het water onze welvaart. In een watermanifest doet de groep tien voorstellen om te werken aan de waterkwaliteit. In een petitie roept de groep burgers op een petitie te ondertekenen om daarmee te onderstrepen dat slechte waterkwaliteit desastreus is voor natuur, mens, biodiversiteit en de voedselvoorziening.

Advies: Nederland moet actief CO2 gaan verwijderen

De Wetenschappelijke Klimaatraad (WKR) adviseert de overheid om CO2 uit de lucht te halen, zo bericht de NOS. Achterliggende reden is de opwarming die de 1,5 graden te boven gaat. Hoewel het tegengaan van uitstoot de hoogste prioriteit moet hebben, zijn aanvullende inspanningen nodig om Nederland in 2050 volledig klimaatneutraal te krijgen.

Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) signaleerde dat niet alle sectoren even snel verduurzamen. Elektriciteitsvoorziening, verwarming, wegtransport en de zware industrie kunnen rond 2040 CO2-neutraal zijn maar de luchtvaart en landbouw zullen dat in en 2040 en 2050 nog niet zijn. Zowel het PBL als de WKR concluderen dat compensatie door CO2-verwijdering nodig zal zijn. Wel benadrukt de WKR dat de uitstoot eerst maximaal omlaag moet. Daarom stelt de WKR voor om een limiet voor de restuitstoot voor luchtvaart en landbouw in te stellen.

‘Het voelt niet echt als werk, dit is waar mijn hart ligt.’

In een artikel op de website van het Ministerie van LNV vertelt Reina Pennings-Kalisvaart van melkveehouderEi Kalisvaart in Horssen (tussen Nijmegen en Tiel) uitgebreid over haar passie voor de biologische landbouw. Het (biologische) familiebedrijf van Reina en haar vader is, in combinatie met een gei\n met drie jonge kinderen, meer dan een dagtaak maar Reina geniet er volop van: ‘Het voelt niet echt als werk, dit is waar mijn hart ligt.’

Reina’s vader schakelde om naar biologisch in 1998 maar had daarvoor ook al grotendeels volgens de uitgangspunten van het biologische systeem gewerkt: ‘De koeien gingen zoveel mogelijk naar buiten en hij gebruikte geen of nauwelijks kunstmest. Omdat we van oudsher al biologisch waren, konden we het net zo goed officieel maken. Sinds 2000 zijn we biologisch gecertificeerd.’

De grootste uitdaging is tegenwoordig de administratieve last en de voortdurend veranderende regelgeving: ‘Om onze certificering te behouden, worden we gecontroleerd en moeten we gedurende het jaar alles bijhouden. Ik weet niet of het echt meer boekhouding is dan een gangbaar bedrijf, maar de regelgeving voor biologisch is streng en verandert vaak. Daar komt bij dat de partijen die de melk inkopen ons ook vragen veel zaken bij te houden. Dat brengt nog meer administratie met zich mee. Het betekent dat ik regelmatig achter de computer moet, terwijl buiten nog van alles te doen is. Ik ben geen boer om de hele dag achter de computer te zitten.’

Onderzoek naar perspectief in veenweidegebied

Wageningen University & Research heeft de bevindingen vanuit het onderzoek naar perspectief voor melkveehouders in veenweidegebied gepresenteerd. Met acht bedrijven in het Friese veenweidegebied is gekeken naar een gezonde bedrijfseconomische bedrijfsvoering wanneer in die gebieden het waterpeil wordt verhoogd. Het betreft enkele intensieve bedrijven en een aantal extensieve bedrijven met een groter (70%) of kleiner (30%) aandeel grond met beperkingen als gevolg van de hoogte van het waterpeil en het toepassen van agrarisch natuurbeheer op een deel van het land. Alle deelnemende boeren hebben een plan gemaakt voor hun bedrijf, kijkend naar een horizon die in 2030 ligt.

In het  WUR rapport  wordt de conclusie getrokken dat de rol van de melkveehouder cruciaal is. De mate waarin deze in staat is om kansen te zien of zelf kansen te creëren is een belangrijke factor. Extensivering wordt vaak genoemd als ontwikkelspoor, dan wel door aankoop van grond dan wel door om te schakelen naar een biologische bedrijfsvoering. Extra inkomsten zijn te genereren door natuurbeheer uit te voeren voor terreinbeheerders. De Compensatie Systematiek Veenweide (CSV)wordt gezien als een belangrijke voorwaarde. Ook samenwerking met gebiedspartijen zoals de provincie en Wetterskip Fryslân en kennisdeling en -vergroting worden genoemd als sleutels tot succes.

Uitnodiging om mee te praten over natuurinclusief werken in melkveehouderij

Voor het project ‘Doorontwikkeling Natuurinclusieve Landbouw’ nodigen Bionext en Biohuis fruittelers, akkerbouwers, pluimvee- en melkveehouders uit om mee te praten over ‘natuurinclusief werken’. Wat is precies de bedoeling?

Projectleider Hans Fuchs: “In dit project van Bionext, Biohuis en het Louis Bolk Instituut (LBI) proberen we allereerst duidelijk vast te stellen wat biologische landbouw te bieden heeft op gebied van natuurinclusiviteit. Dat helpt de biologische sector in haar profilering. Samen met LBI proberen we dat objectief vast te stellen. Op basis daarvan gaan we daarna bekijken op welke wijze vier biologische sectoren hun natuurinclusieve profiel nog verder kunnen versterken. In overleg met Biohuis is gekozen voor de genoemde sectoren. Daarom nodigen we boeren uit deze sectoren uit om mee te praten, te denken en te doen. Hiervoor organiseren we voor iedere sector een bijeenkomst. We geven uitleg over het project en presenteren de uitkomsten van een nulmeting die het LBI afgelopen voorjaar heeft gedaan op basis van de verordening en de aanvullende normen. Het instituut heeft bovendien een ‘Meetlat natuurinclusiviteit’ ontwikkeld. We laten zien hoe de vier sectoren op dit moment scoren op deze meetlat.”

Met een afvaardiging vanuit de melkveehouderij staat op 14 augustus een sessie gepland van 14.00 tot 16.00 uur. De locatie wordt nog bekend gemaakt. Deelnemers krijgen een vergoeding  van 140 euro, inclusief. reiskosten. Voor aanmelding of verdere vragen kunt u contact opnemen met Hans Fuchs van Bionext (fuchs@bionext.nl).

 

Overheidscampagne moet weerstand tegen biologisch verlagen

De nu lopende overheidscampagne om de keus voor biologisch te stimuleren (zie bijgaande foto, © Ministerie van LVVN) is vooral gericht op het wegnemen van weerstanden tegen biologisch. Dat blijkt uit de toelichting die Sarah Stattman van het team biologisch va het ministerie van LNV gaf tijdens de Bioborrel. Biojournaal bericht hierover in de nieuwsbrief. “Eén van de belangrijke dingen die we vanuit het onderzoek van Motivaction weten is dat de weerstand tegen biologisch zo hoog is, dat alles wat je zegt überhaupt niet gehoord wordt. Mensen zien het bio-logo, schrikken daarvan en dan maakt het niet uit welke argumenten je daarna geeft; ze horen je gewoon niet. Dus je moet echt iets doen om die weerstand te verlagen. Dat is wat we nu allereerst met de campagne doen”, licht Sarah Stattman toe.

Bij consumenten leven veel vooroordelen ten opzichte van biologisch, verklaart Stattman: “Onbekend maakt ook onbemind. Heel veel mensen weten eigenlijk helemaal niet wat biologisch is. Het bio-label bestaat uit een groen blaadje met 12 sterren, maar aan de hand daarvan weet je nog niet waar het voor staat. Dat maakt het voor de consument lastig. En dan moet je eigenlijk al geïnteresseerd zijn om naar die uitleg te luisteren.”

Op de out of home uitingen in de campagne staan de aardappel, appels, bananen en tomaten centraal. Stattman legt uit waarom: “We hebben ontzettend goed nagedacht over de producten die terug te zien zouden zijn in de communicatie. Daarbij vroegen we ons af: wat zijn instapproducten voor de consument en producten met een relatief prijsverschil en een bredere beschikbaarheid? De volgende campagneflight in september komen andere producten aan bod. Voordeel is dat er dan veel verse producten uit Nederland van het land afkomen.”

Minister scherpt gebruik gewasbeschermingsmiddelen aan

Minister Piet Adema van LNV heeft vlak voor het vertrek van het kabinet nog een aanscherping van het gewasbeschermingsmiddelenbeleid aangekondigd. Het doel is om extra mogelijkheden te creëren waarmee gebruik en de toelating van gewasbeschermingsmiddelen te beperken, als de normen voor oppervlaktewater dreigen te worden overschreden. Het vorige kabinet heeft zich hard gemaakt om de doelstellingen van de Kaderrichtlijn Water (KRW) voor 2027 te halen. De ministers Adema en Harbers (Infrastructuur en Waterstaat) willen daarom dat het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) de mogelijkheid krijgt om, vóór toelating van middelen, te toetsen aan de normen in de KRW. Het Ctgb heeft aangegeven op basis van gevonden stoffen in oppervlaktewater veranderingen aan te kunnen brengen in de gebruiksvoorschriften van gewasbeschermingsmiddelen of gebruik niet langer toe te laten.

Extra budget voor agrarisch natuurbeheer

Het demissionaire kabinet stelt dit jaar €20,4 miljoen extra beschikbaar voor Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb). Dat maakte minister Adema van LNV bekend via een brief aan de Tweede Kamer. De Kamer had hierom gevraagd via steun aan een amendement van ChristenUnie-Kamerlid Pieter Grinwis. Hoewel in dit amendement gevraagd werd om extra geld voor de periode na 2024 bleek hiervoor geen ruimte in de begroting van LNV.

 

De Natuurweide bij stakeholdersbijeenkomst van Lidl

Lidl Nederland ontving vorige week verschillende vertegenwoordigers van ketenpartijen in de biologische landbouw. Lidl wilde met deze partijen in gesprek over de bijdrage die de supermarktketen kan leveren aan de groei van de biologische sector. Namens De Natuurweide schoof voorzitter Sybrand Bouma aan bij de bijeenkomst. Volgens Sybrand Bouma vormen de supermarkten een belangrijke schakel in de groei van ‘biologisch’: “Stijging van de productie moet hand in hand gaan met stijging van de afzet en de consumptie. Alleen dan kunnen we duurzaam groeien, met een gezond verdienvermogen voor de hele keten, dus ook de biologische boer.”

Lidl heeft eerder bekend gemaakt een groeidoelstelling te hebben die uitgaat van een omzetverdubbeling van groente en fruit in 2026. Daarbij is de prijs een belangrijk instrument maar ook zal de supermarktketen bepaald producten alleen in een biologisch variant aanbieden.

 

Compensatieplan voor boeren na vernatting Fries veenweidegebied

Voor boeren in Friesland, die te maken krijgen met vernatting van hun veeweidepercelen, is een compensatieprogramma opgesteld. De bedoeling is dat boeren gecompenseerd worden door middel van geld of vervangende grond. Het Rijk zou dit moeten financieren en de EU moet het plan ook nog goedkeuren, zo meldt Boerderij.

Het grondwaterpeil zou worden verhoogd tot 40 centimeter onder maaiveld. Daarmee moet de bodemdaling worden afgeremd en de CO2-uitstoot uit de veengrond verminderen. Voor boeren zou dit leiden tot een lager inkomen, hogere kosten en vermogensverlies (door grond die minder waard wordt). In de zogenoemde CSV (Compensatie Systematiek Veenweiden) wordt met deze factoren rekening gehouden. Bedoeling is dat het systeem wordt ingezet bij gebiedsplannen. Het uitgangspunt is dat boeren uit vrije wil hieraan meewerken. Indien betrokken partijen er onderling niet uitkomen, kan schadecompensatie worden gevraagd bij het waterschap.

Vorig jaar is deze aanpak uitgeprobeerd in de buurt van Aldeboarn, met zo’n 30 grondeigenaars/verpachters en 30 grondgebruikers. De CSV houdt  rekening met de verschillende positie van pachters en verpachters, en ook met de bijzondere situatie van erfpachters. Vermogensschade wordt gecompenseerd aan de grondeigenaar; inkomensschade aan de grondgebruiker. Bij erfpacht is een deel van de vermogensschadecompensatie wel voor de gebruiker. Bij eenjarige geliberaliseerde pacht, is er geen inkomensschadevergoeding voor de gebruiker. Er geldt een eigen risico van 2%. Dit wordt gezien als normaal maatschappelijk risico.