Minister Wiersma wil handhaving PAS-melders uitstellen

Omdat het lastig is gebleken PAS-melders te legaliseren, wil minister Wiersma het legalisatieprogramma met drie jaar verlengen en een nieuwe aanpak rond de PAS-melder opzetten. Het kabinet wil stikstofruimte uit andere bronnen gebruiken, de rekenkundige ondergrens proberen aan te passen en met individuele PAS-melders kijken naar oplossingen, zo stelt de minister in een nieuwsbericht op de website van de Rijksoverheid.

Het legaliseren van PAS-melders door middel van stikstofruimte uit andere bronnen blijkt in de praktijk lastig. Dit komt vooral doordat legaliseren alleen kan onder de strikte voorwaarden van de zogenaamde ‘additionaliteitsvereiste’: vrijgekomen stikstofruimte mag alleen worden gebruikt voor een nieuwe activiteit (zoals legaliseren van een PAS-melder) als die ruimte niet nodig is voor natuurherstel. Door de staat van de natuur is legalisatie op deze manier maar voor heel weinig PAS-melders mogelijk. Het kabinet wil zich er niet zomaar bij neerleggen dat vrijgekomen stikstofruimte niet ingezet kan worden voor de legalisatie PAS-melders, zo is te lezen in het bericht.

Meerdere PAS-melders zijn al geconfronteerd met handhavingsverzoeken. Door een rechterlijke uitspraak is er nu ruimte om daarvan af te zien. Die situatie probeert het kabinet met de provincies door te trekken voor een periode van drie jaar, dus tot begin 2028.

 

Slotbijeenkomst Biologisch voor het klimaat

In Zeewolde was de slotbijeenkomst van het project Biologisch voor het klimaat. In dit project, geleid door Bionext, keken vijf biologische melkveehouders op veenweidegrond, vijf biologische akkerbouwers en vijf biologische tuinders naar mogelijkheden om minder klimaatimpact te hebben door de CO2-emissies direct of indirect te verlagen. De grootste winst bij de akkerbouwers en de tuinders lag op elektrificatie van het machinepark. Voor de melkveehouders kwamen beperken van het aantal stuks jongvee, uitgebreidere weidegang, meer vers gras voeren, extensiveren (minder koeien en/of meer land) en het natter houden van de bodem als belangrijkste maatregelen naar voren. In de discussies bleek ook de behoefte aan uitgebreidere en betrouwbare data, zoals in de Pilot BioMonitor wordt opgepakt voor de biologische melkveehouderij.

Verder was in de bijeenkomst aandacht voor de gevolgen van de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD), waaraan grotere bedrijven moeten voldoen. Zijmoeten inzage geven in hun inspanningen om de klimaatimpact te verkleinen. Dit geldt voor hun eigen bedrijven maar ook met leveranciers en organisaties waarmee zij samenwerken in de keten. Daarmee krijgt dus ook de biologische primaire sector en verwerkers en verkopers van biologische voeding te maken met deze verplichting. Naast het verschaffen van extra inzicht aan afnemers biedt het ook de kans de waarde van ‘biologisch’ zichtbaarder te maken. Door de keuze voor biologische producten draagt een bedrijf immers bij aan het beperken van negatieve klimaatimpact. Ook zijn bedrijven op zoek naar mogelijkheden om hun klimaatimpact te compenseren door middelen beschikbaar te stellen aan initiatieven die goed uitwerken op het klimaat, de natuur, biodiversiteit en dierenwelzijn.

Afzet agrarische producten via korte keten groeit

Uit een onderzoek van Wageningen University & Research (WUR) blijkt dat het aantal bedrijven dat agrarische producten via de zogenaamde korte keten verkoopt, groeit: met 37% in 2023 vergeleken met 2017. In het onderzoek definiëren de onderzoekers van WUR afzet via een korte keten als verkoop rechtstreeks of via maximaal één tussenschakel aan de consument. Bedrijven die via een korte keten hun producten verkopen, vormen 15,8% van alle land- en tuinbouwbedrijven. Het grootste aantal korteketenbedrijven vinden we in de melkveehouderij, de tuinbouw en overige graasdierbedrijven. Relatief gezien vinden we het grootste aandeel korteketenbedrijven bij de leghennenhouderijen, blijvende teelt en overige tuinbouw. De mate waarin producten bewerkt moeten worden voor ze kunnen worden verkocht, speelt hierbij een belangrijke rol.

Met name kleine bedrijven verkochten vaker hun producten via de korte keten in de periode tussen 2017 en 2020. In de drie jaar daarna was er vooral groei bij grote en zeer grote bedrijven. Vooral bedrijven met een relatief jonge eigenaar (tot 35 jaar  en tussen 36 en 45 jaar) kiezen voor verkoop via de korte keten. Respectievelijk 21% en 20% van deze ondernemers heeft gekozen voor een korte keten. In totaal wordt de omzet van verkoop via korte ketens geschat op 2,2 miljard euro in 2023. Dat is een toename van liefst 50% ten opzichte van 2020. Per bedrijf loopt het omzetaandeel van de korte keten sterk uiteen. In 2023 was bij 46% van de korteketenbedrijven de omzet uit korte ketens minder dan 10% van de totale bedrijfsopbrengst. Bij 30% van de korteketenbedrijven lag het omzetaandeel boven de 50%. Deze bedrijven zijn dus gespecialiseerd in verkoop via korte ketens.

Ontwerpkaart voor voederhaag

Boeren met Bomen heeft een ontwerpkaart gemaakt die boeren helpt bij het aanplanten van een voederhaag. Biojournaal bericht hierover. Voederhagen dragen bij aan de biodiversiteit, een hogere bodemkwaliteiten een mooier landschap. Daarnaast ondersteunt een voederhaag de gezondheid van de koe.

De ontwerpkaart voorziet in een soort ‘prefab’ haag, afgestemd op de grondsoort en met een diversiteit aan bomen, planten en struiken. De meidoorn heeft met zijn stekels voor een vee werende functie. De wilg bevat mineralen en ontstekingsremmende en pijnstillende stoffen. Koeien weten intuïtief welke stoffen ze nodig hebben en gebruiken voederhagen als een soort apotheek.

(Bio-)melkveehouders Rick Huis in ‘t Veld van de Melkbrouwerij, Ramona Schalkwijk van Bloemenweidemelk en Jan en Johanneke Woudstra van Woudstra’s Pleats hebben diverse collega-melkveehouders geïnspireerd met hun ervaringen met voederhagen. Met kenniscentrum VKON draaien zij gezamenlijk het project Boeren met Bomen. In drie jaar tijd zijn meer dan 100.000 boompjes geplant, omgerekend twintig kilometer aan voederhagen.

 

Rabobank ziet stijgende prijzen voor boerderijmelk en blijvende druk op mestmarkt

De prijzen voor boerderijmelk zijn dit jaar flink gestegen, zo meldt de Rabobank in haar kwartaalupdate over de zuivelmarkt. Voor bedrijven die mest moesten afvoeren, compenseerden deze hogere prijzen gedeeltelijk de gestegen mestkosten. De afbouw in derogatie in 2025 zal de druk op de mestmarkt verder laten toenemen. Deze druk bestaat uit gebrek aan plaatsingsruimte en hogere kosten voor mestafvoer. Het is de vraag wanneer en welk effect het terugdringen van het aantal dieren in Nederland merkbaar wordt. Rabobank is optimistisch over de ontwikkeling van de markt voor zuivelproducten in 2025. Internationaal verwacht de bank een lichte groei (0,5%) van de melkproductie. De groei in de Europese Unie zal op een zelfde niveau liggen. De ontwikkeling van blauwtong is een onzekere factor daarbij.

Kamermeerderheid voor beperking gebruik glyfosaat

Een meerderheid in de Tweede Kamer wil dat minister Wiersma van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur werk maakt van het beperken van gebruik van glyfosaat. Dat bericht Boerderij. Minister Wiersma geeft gehoor aan de druk vanuit de Kamer om stappen te zetten naar een verbod op glyfosaat. Ze zal een wetsvoorstel voorleggen aan de Raad van State voor advies. Het voorstel richt zich op een verbod van het gebruiken van glyfosaat bij het vernieuwen van grasland en het doodspuiten van vanggewassen en groenbemesters.

Minister Wiersma stelt wel twee voorwaarden voor een verbod op glyfosaat: een alternatief moet effectief, uitvoerbaar en betaalbaar zijn en geen negatieve impact hebben op biodiversiteit en stikstof- en klimaatdoelen. Ze wil de bevoegdheid van het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) niet doorkruisen en al voordat de schadelijke effecten van glyfosaat is vastgesteld, het middel van de markt halen. Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) heeft opdracht gekregen om de mogelijke relatie tussen glyfosaat en het ontstaan van de ziekte van Parkinson te onderzoeken.

 

Europees rapport bevestigt waarde van biologische landbouw voor klimaatdoelen

Een rapport van de Europese Commissie over het potentieel van de strategische Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB)-plannen bevestigt de bijdrage die omschakeling naar biologische landbouw levert aan het halen van de klimaatdoelstellingen. In het rapport is gekeken naar het potentieel van alle (19) strategische plannen in het kader van het GLB. Naast omschakeling naar biologische landbouw dragen wisselteelt of diversificatie van gewassen en het uitgebreider werken met groenbemesters het meest (78%) bij aan het beperken van CO2-uitstoot. Van de beleidsinstrumenten dragen de eco-regelingen het meest bij (38%). Het in stand houden van bestaande koolstofputten (locaties waar koolstof wordt opgeslagen) kan het best worden bereikt door de biologische landbouw te ondersteunen. Ruim de helft (54%) van het beschermingspotentieel zit in de hoek van de biologische landbouw, gevolgd door bosbouw en -beheer (22%) en graslandbescherming (18%).

Het rapport is een vertrekpunt om met de lidstaten verder te werken aan maatregelen die klimaatverandering tegen gaan. In de strategische GLB-plannen wordt 32% van het budget toegewezen aan vrijwillige inspanningen om de doelstellingen te halen. 35% Van het landbouwareaal in de EU zou moeten profiteren van de acties gericht op koolstofvastlegging en vermindering van stikstofemissies.

Steeds meer misleidende etiketten op voedsel

Volgens de Europese Rekenkamer is op steeds meer etiketten misleidende informatie te vinden. Dat meldt de NOS. De Rekenkamer vindt dat de consument daar onvoldoende tegen beschermd wordt. “Er zijn honderden verschillende regelingen, logo’s en claims die de consument moet ontcijferen”, zegt Keit Pentus-Rosimannus, lid van de Europese Rekenkamer.

Bedrijven mogen op gezondheidsclaims op etiketten zetten van producten met veel vet, suiker of zout. Producten die veel suiker bevatten kunnen worden aangemerkt als ‘eiwitrijk product’. Op producten met plantaardige stoffen kunnen diverse onbewezen gezondheidsclaims staan. De verwarring wordt gedeeltelijk veroorzaakt doordat er geen standaardisatie is in de EU. Nederland hanteert een eigen Nutri-score terwijl in Scandinavië het ‘Keyhole’-logo wordt gebruikt. Daarnaast wordt te weinig gecontroleerd op o.a. gezondheidsclaims en de online verkoop van voedsel. De boetes zijn volgens de Rekenkamer niet hoog genoeg om een afschrikwekkende werking te hebben. De Rekenkamer doet de aanbeveling om de regels aan te scherpen. Vooral de bepalingen voor voedings- en gezondheidsclaims en allergenen moeten strenger worden. Verder wil de Rekenkamer strengere controles en betere voorlichting.

Brabantse agroforestry-boeren starten met koolstofcertificaten

Drie melkveehouderijen in Noord-Brabant gaan voor de koolstof die ze opslaan in bomen en de bodem koolstofcertificaten uitgeven, meld Biojournaal. De 1000 bomen die ze gaan aanplanten leggen in tien jaar ruim 200 ton CO2 vast. De koolstofcertificaten die hieraan verbonden zijn, kunnen worden gekocht door bedrijven die daarmee hun uitstoot willen compenseren. De Stichting Nationale Koolstofmarkt verzorgt de certificering. Het project wordt mogelijk gemaakt met steun van de provincie Noord-Brabant en Agroforestry Netwerk Brabant. Voor boeren ontstaat hiermee een optie om extra inkomsten te genereren terwijl ze tegelijkertijd een bijdrage leveren aan het beperken van de klimaatverandering en het vergroten van biodiversiteit. Ook dragen ze bij aan het vasthouden van water in de bodem en vet verbeteren van de bodemkwaliteit. Loes Vinkenborg, projectcoördinator bij Agroforestry Netwerk Brabant, verwoordt het tegen Biojournaal als volgt: “Het is geweldig om te zien dat boeren hun bedrijf kunnen verduurzamen en tegelijkertijd bijdragen aan de klimaatdoelen van Nederland. Dit project biedt een mooi voorbeeld van hoe boeren een actieve rol kunnen spelen in het realiseren van klimaatambities.”

Op dinsdag 3 december organiseren ZLTO, Louis Bolk Instituut en BoerenNatuur Brabant West een conferentie Verdienen met Carbon Farming.

 

 

RVO publiceert overzicht van veranderingen voor agrarische sector

RVO heeft op haar website een overzicht gepubliceerd met alle veranderingen die vanaf 2025 gelden voor de agrarische sector. Met name in het mestbeleid komen de nodige veranderingen af op agrarische ondernemers. De derogatie wordt verder afgebouwd. Het afromingspercentage bij overdracht van fosfaatrechten gaat (waarschijnlijk) naar 30%. Bij overdracht van productierechten zullen meer situaties worden beschouwd als bedrijfsoverdracht, met afroming van rechten als gevolg. Bij het overzicht van veranderingen vindt u ook de RVO jaarkalender met datums die belangrijk zijn vanuit de mestwetgeving.