Televisieomroep HUMAN besteedde op donderdag 21 november in het programma Wat houdt ons tegen? aandacht aan de uitdagingen van de Nederlandse veenweidegebieden. De CO2-uitstoot door verdroging, verzakking van gebouwen maar ook de uitdagingen van landgebruik als de grondwaterstand wordt verhoogd, krijgen aandacht in de uitzending. Ook de resultaten van een enquête onder boeren in veenweidegebieden komt aan de orde, net als worsteling van de Rabobank in de transitie naar een andere invulling van de landbouw in deze gebieden en de financiële vraagstukken daar om heen. Melkveehouder Klaas de Lange laat zien hoe hij met zijn bedrijf nabij natuurgebied De Weerribben een weg probeert te vinden in de veenweide vraagstukken.
Auteur: Gerard Oldenhof
Subsidie voor verduurzaming Noord-Hollandse boerenbedrijven
De provincie Noord Holland stelt € 3,3 miljoen subsidie beschikbaar voor boeren om moderne installaties en machines te kunnen aanschaffen, zo meldt Biojournaal. Installaties waar deze subsidies voor gebruikt kunnen worden zijn o.a. monomestvergisters en waterbesparende precisieberegeningsinstallaties. Met de subsidieregeling wil de provincie indirect bijdragen aan de doelen op gebied van stikstof, waterkwaliteit, biodiversiteit en klimaat. Ook het overeind houden van het verdienvermogen van de boer is ene belangrijk uitgangspunt.
Er zijn twee regelingen: een voor boeren in het algemeen en een voor boeren, jonger dan 40 jaar. Voor de eerste regeling, voor 43% bekostigd met Europees geld, is € 1,8 miljoen beschikbaar. De regeling voor jonge boeren (€ 1,5 miljoen) wordt volledig bekostigd door de EU. Aanvragen kunnen vanaf 15 januari 2025 worden gedaan met een einddatum van 28 februari bij RVO. Op basis van de bijdrage van een aanvraag aan innovatie en modernisering en de mate van effectiviteit en efficiëntie worden aanvragen gerangschikt. Biologische boeren en omschakelende boeren krijgen bij de beoordeling een punt extra.
Minister worstelt met gerechtelijke uitspraken over gewasbescherming
Minister Wiersma van LVVN worstelt met de uitspraken van rechters over gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Dat blijkt uit een brief aan de Tweede Kamer waarin ze een overzicht geeft van de recente gerechtelijke uitspraken. Het Europese Hof oordeelt dat nationale beoordelingsautoriteiten (in Nederland het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden, Ctgb) ruimte hebben om af te wijken van eerdere beoordelingen van andere lidstaten in de regio en de Europese Commissie. In een aantal kortgedingzaken over lelieteelt (in Drenthe, Limburg en Noord-Brabant) kozen rechtbanken voor het voorzorgsbeginsel, door gebruik van toegestane middelen toch te verbieden. Gebrek aan onderzoek naar neurotoxiciteit en neurodegeneratieve gevolgen bij mensen en onzekerheid over effecten op omwonenden, vormt de basis voor deze uitspraken. De minister vindt een kortgedingzaak niet geschikt om een complex vraagstuk rond risico’s van gewasbeschermingsmiddelen voldoende uit te diepen en te voorzien van uitgebreide wetenschappelijke en technische feiten.
Om gewasbeschermingsmiddelen te mogen gebruiken is toelating door het Ctgb vereist. Een aanvrager dient aan te tonen dat een middel en de werkzame stof erin voldoen aan goedkeurings- of toelatingseisen en veilig voor mens en dier kan worden toegepast. Risico’s zijn daarbij niet volledig uitgesloten maar moeten acceptabel zijn. Hoewel effecten op de menselijke en dierlijke gezondheid bij gebruik van gewasbeschermingsmiddelen los van elkaar redelijk inzichtelijk zijn, is vooral nog weinig bekend over de effecten van de middelen in combinatie met elkaar.
Mestmaatregelen ook door de Eerste Kamer
Na de Tweede Kamer heeft nu ook de Eerste Kamer ingestemd met de voorgestelde mestmaatregelen. Het totale stikstofplafond gaat van ruim 500 miljoen kilo naar 440 miljoen kilo. Het fosfaatproductieplafond wordt verlaagd naar 135 miljoen kilo (was 173 miljoen kilo). Daarnaast wordt de afroming bij de handel in fosfaatrechten verhoogd van 10 naar 30% (melkveehouderij). Voor de varkensveehouderij wordt het percentage 22% en voor de pluimveehouderij 13%.
Ook in herfst en winter volop activiteiten
Ook in de donkere maanden worden diverse activiteiten georganiseerd over de biologische landbouw, de waarde van een gezonde bodem, het op ecologische wijze verantwoord maaien of eiwitarm voeren van de dieren. Dit kunnen evenementen op locatie zijn of webinars. Wij selecteren vanuit het aanbod de evenementen die het meest interessant zijn maar ook verrassende of ontspannende activiteiten nemen we op in de agenda. Graag ontvangen wij uw tips! Ziet u een interessant of leuk evenement, laat het ons dan weten. Dat geldt ook voor evenementen die u zelf organiseert. Stuur uw tips naar secretariaat@denatuurweide.nl.
Minister Wiersma: “Maatregelen lossen niet hele mestprobleem op”
De Tweede Kamer debatteerde deze week over de mestcrisis. Minister Wiersma gaf in het debat aan dat de recent aangekondigde maatregelen waarschijnlijk niet genoeg zijn om een nieuwe situatie met overvolle mestkelders te voorkomen. De hoeveelheid mest die uitgereden mag worden, is volgend jaar lager vanwege het verdwijnen van de derogatie en dat zullen boeren merken. Desalniettemin is de minister van plan om een nieuwe uitzonderingsregeling voor Nederland te bepleiten in Brussel. Daarnaast zal ze een ‘mestgezant’ aanstellen die de export van mest moet gaan stimuleren in het buitenland. Ook ziet ze oplossingen in het omzetten van mest in Renure maar de EU moet hiervoor nog groen licht geven.
RTL Nieuws maakte bekend dat de minister een miljard euro beschikbaar wil stellen voor een vrijwillige stoppersregeling, die vijf jaar lang opgesteld zou worden. Door bedrijfsbeëindiging neemt het aantal koeien af en dus ook de geproduceerde hoeveelheid mest. Met een budget van 2,2 miljard wil de minister inzetten op innovatie om zo de stikstofemissies terug te dringen. Daarnaast zijn extra middelen beschikbaar gemaakt in de Extensiveringsregeling, een regeling gericht op melkveebedrijven nabij Natura 2000-gebieden). Minister Wiersma staat positief tegenover een plan vanuit de sector om via onder andere een partiële beëindigingsregeling, waarbij het aantal koeien op een bedrijf wordt beperkt, mestruimte te creëren. Voor deze regeling moet nog wel financiering worden gevonden. De minister wil een bijdrage hieraan leveren maar verwacht ook dat de private partijen bijdragen.
BioMonitor projectleider Migchels: “Hoe meer data, hoe zichtbaarder waarde van biologische sector”
Tijdens De Natuurweidedag is ruim aandacht besteed aan de Pilot BioMonitor Melkveehouderij. Na een uiteenzetting van Gerard Oldenhof over de uitgangspunten en systematiek van de BioMonitor, ging Hanna Pluimes de diepte in met pilotdeelnemers Gerard Kemper en Mattias Verhoef. Projectleider Gerard Migchels en De Natuurweide-voorzitter Sybrand Bouma keken vervolgens vooruit naar de waarde die de BioMonitor kan hebben voor de doelsturing, toegang tot financiële regelingen en subsidies, gebiedsgerichte aanpak en vergunningverlening.
Een belangrijk, en bij veel aanwezige melkveehouders aansprekend, uitgangspunt voor de BioMonitor is een brede, holistische blik op een bedrijf. Niet de focus op een beperkt aantal aspecten maar kijken naar de samenhang en logica van een heel bedrijf, geeft een blik die recht doet aan de waarde van een biologisch melkveebedrijf. Ieder melkveebedrijf is een unieke combinatie van factoren, met uiteenlopende omstandigheden zoals ligging, grondsoort, nabijheid van natuur e.d. die ook als zodanig gewaardeerd moet worden. Ieder bedrijf draagt op zijn manier bij in het grotere geheel.
Gerard Kemper en Mattias Verhoef, deelnemers aan de pilot, onderbouwden dit met voorbeelden die lieten zien hoe verschillend hun bedrijven zijn en hoe anders de keuzes voor hen logisch zijn. Mattias Verhoef erkende te hebben moeten wennen aan het feit dat hij niet op alle aspecten goed kan ‘scoren’: “Ik heb geleerd te kijken naar waar ik goed in ben. Daarbij hoort gewoon dat ik op andere punten minder hoog scoor. Bijvoorbeeld omdat mijn bedrijf in veenweidegebed ligt.” Gerard Kemper onderschreef dat gevoel: “Dankzij de BioMonitor worden mijn sterke punten zichtbaar. Mijn grote negatieve stikstofbodemoverschot onderstreept de waarde die mijn bedrijf heeft. En ja, door mijn nauwe samenwerking met een akkerbouwer werkt mijn bedrijf op een aantal gebieden heel anders dan andere bedrijven. Maar ik kan de overheid laten zien welke waarde mijn bedrijf heeft.”
Als afsluiting van de sessies rond de BioMonitor benadrukte projectleider Gerard Migchels (Wageningen University & Research) dat de hoeveelheid data die geanalyseerd kan worden, van groot belang is: “Meer data betekent dat de conclusies betrouwbaarder worden en ook in vergunningstrajecten meer gewicht kunnen krijgen. Hoe meer biologische melkveehouders gegevens delen, hoe beter. Dan kun je als sector goed onderbouwen dat je beter scoort ten opzichte van de doelen rond natuur, klimaat, waterkwaliteit en biodiversiteit.”
Data uit de Kringloopwijzer worden gebruikt in de BioMonitor, op een aantal punten gecorrigeerd voor biologische bedrijven naar aanleiding van opgedane inzichten dat rekenregels en aannames aanpassingen behoefden. Aanvullend zijn en worden vers gras-. kuil- en mestmonsters geanalyseerd om beter inzicht in de werkelijke waardes te krijgen en ze te vergelijken met aannames en forfaitaire waardes. Zo wordt de dataset voor biologische bedrijven steeds verder uitgebreid, nauwkeuriger en betrouwbaarder. Gerard Migchels onderscheidde drie niveaus van borging van data, die afhankelijk van de toepassing, gehanteerd kunnen worden bij doelsturing. Voor het werken aan het optimaliseren van de eigen bedrijfsvoering is minder hardheid en onderbouwing van data nodig. Voor het inzetten van data om subsidies en vergoedingen toe te kennen, is een hogere mate van borging nodig. Bij het toekennen van vergunningen en bij de aanpak van gebiedsgerichte vraagstukken, is de hoogste mate van borging en ‘hardheid’ van data vereist.
De Natuurweide-voorzitter Sybrand Bouma sloot af door te onderstrepen hoe belangrijk de BioMonitor al is terwijl deze nog in ontwikkeling is: “De manier van kijken, breed en holistisch, en het denken in waarde vanuit diversiteit, wordt in brede kring omarmd. Vooral ook omdat we vanuit die diversiteit van biologische bedrijven laten zien hoe we mee kunnen werken aan oplossingen op een veel grotere schaal. We creëren als het ware ruimte voor andere bedrijven.”

De Natuurweidedag: aandacht voor stimuleren Nederlandse biozuivel
Tijdens de goedbezochte Natuurweidedag op de Beekhoeve in Kamerik, stonden Daan Berendsen (Arla Foods) en Harrie Janssen (Stichting EKO-keurmerk) stil bij de ruimte die zij zien om de Nederlandse biologische zuivel te promoten. Allereerst liet Daan Berendsen (Head of Arla Brand & Sustainability NL) zijn licht schijnen op de aanwezige voorwaarden om de verkoop van biologische zuivel te laten groeien: “De overheid wil het, de detailhandel wil het, de consument wil het. De overheid richt zich op het bekender maken van het Europese biologische keurmerk. Supermarkten richten zich op promotie van merken en producten op de winkelvloer. Daar tussen zit de ruimte om Nederlandse biologische zuivel te stimuleren.” Daan Berendsen lichtte toe dat de overheid ‘hoog over’, niet sector specifiek, de keuze voor ‘biologisch’ kan stimuleren. Zuivelondernemingen produceren meestal ook niet-biologische producten en zullen dus altijd hun aandacht spreiden over de segmenten. Supermarkten kiezen merken en producten om in de spotlights te zetten maar hebben ook bredere belangen. De sector kan dus zelf in die ruimte stappen om de waarde van biologische zuivel nadrukkelijker uit te dragen. Hoe dit uit te voeren vraagt verder onderzoek en discussie in o.a. de kwartiermakersgroep, die onder de Werkgroep Aanvullende Normen valt en in het verlengde van de ‘Regiegroep opschaling biologische zuivel en vlees’ kijkt naar mogelijkheden om de biologische afzet te laten groeien.
Arla kiest bij de promotie van haar producten altijd voor de mix van argumenten gericht op de wereld, dieren en de natuur (‘we benefit’) en argumenten gericht op het individu (‘me benefit’). Het is vanuit deze mix dat consumenten hun keuzes maken. Berendsen: “Consumenten zullen steeds bewuster gaan kiezen, met ook een verschuiving naar minder dierlijke producten. Maar als hij of zij dan wel kiest voor dierlijk, dan ook van goede kwaliteit.”
De presentatie van Harrie Janssen, naast bestuurslid van De Natuurweide ook bestuurslid bij Stichting EKO-keurmerk, sloot aan bij de visie die Daan Berendsen uitsprak. Het EKO-keurmerk benadrukt de waarde van de Nederlandse afkomst van biologische zuivel. Harrie Janssen legt uit: “Lokaal geproduceerd is een sterke positionering, zo blijkt uit onderzoek door Blauw Research. Niet alleen leggen producten minder kilometers af, wat goed is voor beperken van emissies, ook is de beleving van Nederlandse kwaliteit een extra argument voor de consument. Niet alleen in Nederland maar ook in omringende landen. Door te kiezen voor biologische producten uit Nederland, herkenbaar aan het EKO-keurmerk, profiteert de consument in de eigen leefomgeving van de waarde die biologisch heeft voor onder andere natuur, waterkwaliteit en biodiversiteit. Ook in landen waar biologisch een groter marktaandeel heeft, is een herkenbare lokale afkomst met een specifiek landelijk keurmerk van grote meerwaarde gebleken.”

Nieuwe vrijloopstal en ontmoetingsruimtes op De Hooilanden
Biologische boerderij De Hooilanden in Bennekom gaat een nieuwe stal bouwen en ruimtes voor een winkel en afhaalpunt, een verwerkingsruimte, kaasopslag en een ruimte om voedsel te beleven in de brede zin van het woord, gericht op o.a. kookworkshops, kennis en ervaring delen, verwerken, proeven en genieten. Biojournaal bericht dat de financiering is rondgemaakt via crowdfunding. Particulieren die deelnemen in een grondcoöperatie vormen de grootste investeerdersgroep. In totaal worden 500 obligaties van 1000 euro per stuk uitgegeven.
Op het bedrijf worden blaarkoppen gehouden voor melk en vlees. Op de boerderij wordt kaas en boter gemakt. Daarnaast zijn op het bedrijf een zorgboerderij en een vergaderaccommodatie. Het plan is om daar een nieuwe potstal aan toe te voegen. Naast waardvolle mest levert dit een ruimte op waar koeien zich zo natuurlijk mogelijk kunnen gedragen. De mest, vermengd met stro, levert hoogwaardige bemesting op voor het land.
Aandacht in EenVandaag voor uitdagingen rond pacht
EenVandaag heeft aandacht besteed aan de uitdagingen die biologische boeren ervaren door kortlopende pachtcontracten. Biologische boeren hebben niet alleen moeite om grond te krijgen, ook het houden is een forse uitdaging. In de uitzending van EenVandaag komt de situatie van Tineke van den Berg en haar man met hun gemengde biodynamische bedrijf aan de orde. De koeien di ze hebben, primair voor de mest die ze in hun akkerbouwtak nodig hebben, grazen nu nog in een natuurgebied van Staatsbosbeheer. Omdat deze organisatie het natuurbeheer wil aanpassen, kunnen de koeien daar niet meer terecht. Tegelijkertijd lopen de pachtcontracten voor hun akkerbouwpercelen af en lopen Tineke van den Berg en haar man ook die gronden kwijt te raken.
Margriet Goris van Wageningen University & research ziet onder andere vergelijkbare problemen bij zogenaamde zij-instromers, boeren die geen bedrijf van een eerdere generatie hebben voortgezet maar zelf een bedrijf hebben opgebouwd. Daarnaast is de pachtwetgeving geliberaliseerd in 2007: “In 2007 is de pachtwetgeving in Nederland geliberaliseerd, waardoor nu 90 procent van alle nieuw uitgegeven contracten kortlopend is. Dat is heel vaak minder dan 6 jaar, zelfs één- tot tweejarige contracten zijn niet ongebruikelijk.” Dat terwijl biologische boeren vaak op de lange termijn werken aan bodemherstel, hetgeen tijd kost: “Biologische boeren werken aan bodemherstel en dat kost tijd. Het is heel moeilijk om grond te verbeteren, als je maar kortdurende contracten hebt, laat staan om die grond om te schakelen naar biologische landbouw. Dat is in zo’n kort tijdsbestek niet mogelijk”, aldus Goris.
