Inkomen van biologische bedrijven in 2021 gemiddeld 10 procent hoger dan gangbare

Uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) blijkt dat de huishoudinkomens van biologische landbouwbedrijven in 2021 bijna 10% hoger lag dan bij gangbare bedrijven, zo meldt Ekoland. Het gemiddelde inkomen van een biologische landbouwer lag op 90.000 euro. Vooral bedrijven met hokdieren (kippen, varkens) deden het goed in 2021. Biologische bedrijven hebben wel een hoger langdurig armoederisico. Het CBS baseert zich op cijfers van de Belastingdienst uit de belastingaangiften die in 2022 zijn ingediend.

Accountant Countus laat bij monde van Rick Hoksbergen, specialist veehouderij, zijn licht schijnen op deze schijnbaar goede cijfers: “We hebben gezien dat in 2022 de biologische veehouderij ten opzichte van gangbaar een enorme tik heeft gekregen. Daar liep de gangbare melkprijs enorm op, maar biologisch was dit maar minimaal. Toen waren de rollen heel sterk omgedraaid. In 2023 begint biologisch op te krabbelen richting de resultaten van gangbare bedrijven, maar ze zijn er nog niet.” Door oplopende kosten van kunstmest en gewasbeschermingsmiddelen, die niet worden gebruikt door biologische boeren, en herstellende biologische melkprijzen, werd het verschil kleiner maar oplopende rente en hogere kosten voor arbeid en loonwerkers, raken de biologische bedrijven ook. Het verschil tussen biologisch en gangbaar ligt daardoor nog niet op het niveau van 2021.

 

Overzicht NVWA: aantal blauwtongbesmettingen loopt snel op

Het aantal bedrijven met blauwtongbesmettingen is in de afgelopen dagen opgelopen naar ruim 300. Bij 101 bedrijven is dit klinisch bevestigd, bij 217 bedrijven is het blauwtongvirus met een PCR-test vastgesteld. Het zwaartepunt van de besmettingen ligt in Overijssel, Gelderland, Oost-Brabant en Noord-Limburg. Vanwege de snel oplopende aantallen geeft de NVWA twee keer per week een actueel overzicht van de vastgestelde besmettingen. Meer achtergronden over blauwtong vindt u ook op onze website, op de blauwtong pagina.

Ambtenarenvisie: meer natuur en minder vee

Ambtenaren van het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) hebben na de val van het vorige kabinet in juli 2023 hun visie voor de landbouw (2050 Begint nu!) op papier gezet, zo meldt Boerderij. Hierin stellen zij voor om de veestapel met 30% te laten krimpen. Het agrarisch natuurareaal zou flink moeten groeien en de consumptie van plantaardig voedsel zou naar 60% moeten stijgen ten opzichte van 40% dierlijk voedsel.

In het advies wordt benadrukt dat de melkveehouderij nog meer grondgebonden moet zijn. De kringlooplandbouw heeft ene rol in het verwerken van reststromen en het verwaarden van gras van grond die minder geschikt is voor landbouw. Afwaardering van grond bij extensivering zou daarbij helpen, zo schrijven de ambtenaren in hun visie. Verder wordt ingezet op minimaal 68.000 hectare extra natuur tot 2050. Het areaal agrarisch natuur- en landschapsbeheer (ANLb) zou moeten groeien van ruim 100.000 hectare naar 280.000 hectare in 2030 en 700.000 hectare in 2050. Uiteraard is het aan de politiek om deze visie en plannen in meer of mindere mate mee te nemen in het beleid.

 

Minder goed weidevogelseizoen dan vorig jaar

Het weidevogelseizoen is dit jaar minder goed verlopen dan vorig jaar, zo is te lezen op Ekoland. Het aantal nesten nam toe maar er zijn minder jonge vogels groot geworden. De oorzaken hiervoor zijn (volgens boeren, vrijwilligers en wildbeheerders) het natte voorjaar en predatie. Meer nesten werden vooral gezien van de grutto, tureluur, scholekster, kievit, veldleeuwerik en patrijs. Er waren minder wulpennesten. Opvallend was dat in Friesland veel minder kievitsnesten waren (min 41%).  De scholekster en de grutto deden het daar ook minder goed.

De predatoren die als oorzaak voor het minder goede weidevogeljaar worden aangewezen zijn de kiekendief, kraaiachtigen en de vos. Door het natte voorjaar waren er minder muizen waardoor predatoren kuikens als alternatief kozen. Uit het onderzoek bleek ook dat boeren iets positiever zijn over het aantal gevonden nesten dan vrijwilligers en wildbeheerders. Communicatie blijft een belangrijk aspect. Bij respondenten die vonden dat het een beter weidevogeljaar was, werd communicatie tussen boeren, loonwerkers en vrijwilligers beter beoordeeld.

Advies Rli: economische groei niet langer heilig voor beleid

De Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur (Rli) adviseert om economische groei niet langer heilig te laten zijn in beleidsvorming door de overheid.  In plaats daarvan moet brede welvaart centraal staan in de beleidscyclus en de basis zijn voor politieke- en beleidskeuzes, zo is te lezen op de website van Rli.

In een advies (‘Waardevol regeren: sturen op brede welvaart’), aangeboden aan minister Hermans van Klimaat en Groene Groei, minister Heinen van Financiën en minister Beljaarts van Economische Zaken, roept de Rli op om rekening te houden met de brede welvaart bij het nemen van besluiten. Sturen op brede welvaart betekent dat de overheid bij al het beleid dat zij vaststelt,  de gevolgen voor de economie, de samenleving én de leefomgeving expliciet tegen elkaar afweegt. Het gaat dan om de korte en lange termijngevolgen, hier én elders in de wereld. Sturen op brede welvaart houdt bovendien in dat de overheid aandacht heeft voor de verdeling van de positieve en negatieve effecten van het beleid over regio’s en groepen in de samenleving.

Het begrip brede welvaart krijgt de laatste jaren een voornamere positie in de politieke discussies maar vooralsnog is dat vooral ‘in woord’, zo stelt Rli. In de praktijk blijven de verwachte gevolgen van beleid voor natuur, milieu en samenleving, voor toekomstige generaties en voor andere landen, vaak onderbelicht en worden ze niet expliciet afgewogen. Financieel-economische overwegingen geven meestal de doorslag. De Rli doet vier aanbevelingen aan de overheid:
1. Zorg voor betere instrumenten voor vergaren en ontsluiten van beleidsinformatie: beter inzicht tussen beleidsprioriteiten en onderliggende dilemma’s
2. Maak bij normatieve beleidskeuzes systematisch gebruik van aangeleverde beleidsinformatie: middellange- en langetermijneffecten afwegen voordat fundamentele keuzes gemaakt worden
3. Tref voorbereidingen voor opnemen van ‘kapitalenbegroting’ in rijksbegroting: creëer een methode die kaders stelt voor beleidsbeslissingen met effect op economisch, sociaal en natuurlijk kapitaal)
4. Vergroot de mogelijkheden voor regionale coördinatie gericht op brede welvaart: samenhangende, sector overstijgende besluiten over het combineren van doelstellingen in één beleidskeuze (synergie) en het prioriteren van doelstellingen

 

 

 

Sybrand Bouma in College Boer: ‘Kijk breder, kijk groter’

Recent was De Natuurweide-voorzitter Sybrand Bouma te gast in College Boer, de serie van Nieuwe Oogst waarbij een gast aan de tand gevoeld wordt door Esther de Snoo en landbouwstudenten. In dit geval waren het studenten van Aeres MBO op de Warmonderhof.

Sybrand legt in het gesprek uit hoe de biologische sector zich heeft ontwikkeld naar waar ze nu staat. Hij staat ook stil bij zijn eigen traject van omschakeling naar biologisch eind jaren ’80 en benadrukt dat je als boer een manier van werken moet hanteren die bij je past. Dat geldt helemaal voor de volgende generatie, die hij aanmoedigt om breder te kijken:  ‘Kijk vooral naar jezelf, wie ben je? Geloof in jezelf, kijk naar de bedrijfssystemen die er zijn, waarvan biologische landbouw er een is. Volg je eigen idee.’ Ook voor beleidsmakers heeft Sybrand Bouma een oproep: ‘Doe je ogen en oren open voor mensen die vernieuwende ideeën hebben en ga daar mee aan de slag.’

Verder gaat Sybrand Bouma in op de vraagstukken rond de mestmarkt, de oplossing die de biologische melkveehouderij als oplossing hiervoor biedt (‘extensiever betekent minder vee dus minder mest’) en de waarde die de sector heeft nabij Natura 2000-gebieden. Bekijk het volledige gesprek met Sybrand Bouma op Nieuwe Oogst.

Oproep: maak schoon en voldoende water tot topprioriteit

Een groep met sterk uiteenlopende achterbannen hebben als Maatschappelijke Watercoalitie een oproep gedaan aan de nieuwe minister van Infrastructuur  & Waterstaat om schoon, voldoende en betaalbaar water voor mens en natuur op te nemen in het nieuwe regeringsprogramma. De betrokken organisaties zijn naast Biohuis: AARDige Buren, Aedes, ANWB, Bouwend Nederland, Caring Farmers, Natuurmonumenten, Natuur & Milieu, NEPROM, Vereniging Eigen Huis en Vewin. In totaal vertegenwoordigen zij een achterban van 6,5 miljoen Nederlanders en 5000 bedrijven en woningcorporaties.

Met de oproep onderstrepen ze de noodzaak van maatregelen nu het watergebruik steeds toeneemt en de waterkwaliteit en de klimaatverandering zorgen baren. De Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur (Rli) gaf recent aan dat met het huidige kabinetsbeleid de doelen van de Kaderrichtlijn Water (KRW) voor 2027 niet gehaald worden. Zelfs als de maatregelen worden aangescherpt blijven deze doelen na 2027 buiten bereik. Ook de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) wees onlangs op de noodzaak van betere bescherming van de waterkwaliteit.

De ondertekenaars benadrukken dat de slechte waterkwaliteit de natuur, landbouw en drinkwaterbronnen bedreigt. Daarnaast kunnen juridische en economische problemen optreden, zoals een rem op vergunningen en beperkingen voor de bouw van nieuwe woningen en infrastructuur. Daarmee bedreigt een slechte staat van het water onze welvaart. In een watermanifest doet de groep tien voorstellen om te werken aan de waterkwaliteit. In een petitie roept de groep burgers op een petitie te ondertekenen om daarmee te onderstrepen dat slechte waterkwaliteit desastreus is voor natuur, mens, biodiversiteit en de voedselvoorziening.

Advies: Nederland moet actief CO2 gaan verwijderen

De Wetenschappelijke Klimaatraad (WKR) adviseert de overheid om CO2 uit de lucht te halen, zo bericht de NOS. Achterliggende reden is de opwarming die de 1,5 graden te boven gaat. Hoewel het tegengaan van uitstoot de hoogste prioriteit moet hebben, zijn aanvullende inspanningen nodig om Nederland in 2050 volledig klimaatneutraal te krijgen.

Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) signaleerde dat niet alle sectoren even snel verduurzamen. Elektriciteitsvoorziening, verwarming, wegtransport en de zware industrie kunnen rond 2040 CO2-neutraal zijn maar de luchtvaart en landbouw zullen dat in en 2040 en 2050 nog niet zijn. Zowel het PBL als de WKR concluderen dat compensatie door CO2-verwijdering nodig zal zijn. Wel benadrukt de WKR dat de uitstoot eerst maximaal omlaag moet. Daarom stelt de WKR voor om een limiet voor de restuitstoot voor luchtvaart en landbouw in te stellen.

‘Het voelt niet echt als werk, dit is waar mijn hart ligt.’

In een artikel op de website van het Ministerie van LNV vertelt Reina Pennings-Kalisvaart van melkveehouderEi Kalisvaart in Horssen (tussen Nijmegen en Tiel) uitgebreid over haar passie voor de biologische landbouw. Het (biologische) familiebedrijf van Reina en haar vader is, in combinatie met een gei\n met drie jonge kinderen, meer dan een dagtaak maar Reina geniet er volop van: ‘Het voelt niet echt als werk, dit is waar mijn hart ligt.’

Reina’s vader schakelde om naar biologisch in 1998 maar had daarvoor ook al grotendeels volgens de uitgangspunten van het biologische systeem gewerkt: ‘De koeien gingen zoveel mogelijk naar buiten en hij gebruikte geen of nauwelijks kunstmest. Omdat we van oudsher al biologisch waren, konden we het net zo goed officieel maken. Sinds 2000 zijn we biologisch gecertificeerd.’

De grootste uitdaging is tegenwoordig de administratieve last en de voortdurend veranderende regelgeving: ‘Om onze certificering te behouden, worden we gecontroleerd en moeten we gedurende het jaar alles bijhouden. Ik weet niet of het echt meer boekhouding is dan een gangbaar bedrijf, maar de regelgeving voor biologisch is streng en verandert vaak. Daar komt bij dat de partijen die de melk inkopen ons ook vragen veel zaken bij te houden. Dat brengt nog meer administratie met zich mee. Het betekent dat ik regelmatig achter de computer moet, terwijl buiten nog van alles te doen is. Ik ben geen boer om de hele dag achter de computer te zitten.’

Onderzoek naar perspectief in veenweidegebied

Wageningen University & Research heeft de bevindingen vanuit het onderzoek naar perspectief voor melkveehouders in veenweidegebied gepresenteerd. Met acht bedrijven in het Friese veenweidegebied is gekeken naar een gezonde bedrijfseconomische bedrijfsvoering wanneer in die gebieden het waterpeil wordt verhoogd. Het betreft enkele intensieve bedrijven en een aantal extensieve bedrijven met een groter (70%) of kleiner (30%) aandeel grond met beperkingen als gevolg van de hoogte van het waterpeil en het toepassen van agrarisch natuurbeheer op een deel van het land. Alle deelnemende boeren hebben een plan gemaakt voor hun bedrijf, kijkend naar een horizon die in 2030 ligt.

In het  WUR rapport  wordt de conclusie getrokken dat de rol van de melkveehouder cruciaal is. De mate waarin deze in staat is om kansen te zien of zelf kansen te creëren is een belangrijke factor. Extensivering wordt vaak genoemd als ontwikkelspoor, dan wel door aankoop van grond dan wel door om te schakelen naar een biologische bedrijfsvoering. Extra inkomsten zijn te genereren door natuurbeheer uit te voeren voor terreinbeheerders. De Compensatie Systematiek Veenweide (CSV)wordt gezien als een belangrijke voorwaarde. Ook samenwerking met gebiedspartijen zoals de provincie en Wetterskip Fryslân en kennisdeling en -vergroting worden genoemd als sleutels tot succes.