Biologische melkkoe rum 40 dagen langer in de wei

Melkkoeien van biologische melkveehouders stonden in 2023 gemiddeld 40 dagen langer in de wei dan koeien van hun niet-biologische collega’s. Dat meldt Ekoland op basis van cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Biologische koeien stonden gemiddeld 199 dagen buiten tegenover 156 dagen voor de gemiddelde niet-biologische koe. Het CBS meldt dat biologische melkkoeien ook vaker dan niet-biologische koeien dag en nacht in de wei staan. Wel is het aantal melkkoeien – biologisch en niet-biologisch – dat dag en nacht buiten staat, afgenomen. Het aantal dagen weidegang is ook gedaald, onder andere door weersomstandigheden.

Een biologische koe stond in 2023 twee keer zo lang (2.557 uur) in de wei dan een niet-biologische koe (1.249 uur). Een biologische koe staat overdag langer in de wei maar ook vaker dag en nacht. Het aantal dagen weidegang ligt ook hoger. Bij weidegang overdag stond een biologische koe gemiddeld negen uur in de wei en zeven uur op een niet-biologisch bedrijf. Bij weidegang overdag en ’s nachts was dit negentien respectievelijk zestien uur.

 

Consument koopt meer biologische versproducten

Ondanks de relatief hoge inflatie in 2023 (12,1%) is de omzet ij biologische versproducten in de supermarkten met 14,1% gestegen. Dar meldt Ekoland, verwijzend naar het trendrapport dat Bionext publiceerde. De groei van 150 miljoen euro bracht de totale omzet in 2023 op ruim 1,2 miljard euro.

Het marktaandeel van biologisch in de supermarkten steeg naar 3,5%. AGF (31,2%), vis (31,1%) en Brood & banket (25%) zijn procentueel de sterkste groeiers in de supermarkt. Bionext meldt dat de stijging van het aandeel biologisch iets hoger is dan de inflatie. Daarmee stijgt ook het volume voorzichtig. De sterkste stijgers in de hoofdcategorie Vers zijn: fruit (91%), aardappelen (31%) en kaas (28%). Dalers in de hoofdcategorie Vers zijn vleesconserven/rookworst (-19%), varkensvlees (-10%) en pluimveevlees (-6,7%).

Holistische blik op prestaties biologische melkveehouderij dankzij BioMonitor

Uit onder andere de Quick Scan Stikstofproblematiek en Biologische Veehouderij en het onderzoek ‘Het perspectief van biologische landbouw’ van Wageningen University & Research (WUR), bleek dat de biologische melkveehouderij bijdraagt aan reductie van broeikasgassen, ammoniak, stikstof en nitraatuitspoeling. De Kringloopwijzer is in de melkveesector het breed gebruikte monitoringsinstrument voor natuur- en klimaatprestaties maar bevat rekenregels en aannames die soms onvoldoende recht doen aan het biologische systeem. De sector stond dus welwillend tegenover het initiatief om te werken aan een monitoringssystematiek, die is afgestemd op het biologische systeem.

Gedragen door de sector
In opdracht van het ministerie van LVVN en onder projectleiderschap van Gerard Migchels van de WUR, is begin 2022 de Pilot BioMonitor Melkveehouderij opgestart. In de projectgroep zitten naast elf biologische melkveehouders afgevaardigden van De Natuurweide (vereniging van biologische melkveehouders), Biohuis (brancheorganisatie voor alle biologische primaire sectoren), onderzoekers van de WUR en het Louis Bolk Instituut en enkele zelfstandige adviseurs met sterke binding met de sector. Daarmee is de pilot nauw betrokken bij de praktijk van de biologische melkveehouderij. De deelnemende biologische melkveehouders vormen met hun bedrijven een representatieve weergave van de diversiteit binnen de sector, kijkend naar onder andere regio, grondsoort, grootte, mate van intensiteit, samenwerking met akkerbouw en ervaring.

Verzamelen data
In de eerste fase zijn de reeds beschikbare data verzameld en is geanalyseerd welke data uit de Kringloopwijzer zonder meer bruikbaar zijn, en welke aanpassing vragen voor het biologische systeem. Daarna zijn aanvullende data verzameld uit analyses van o.a. kuil-, gras- en mestmonsters bij de deelnemende bedrijven. Daarmee ontstond een uitgebreide dataset en goed beeld van de aanvullingen en aanpassingen die nodig waren voor de BioMonitor. De projectgroep streeft wel naar verdere uitbreiding en actualisatie van deze dataset. Hiervoor zijn aanvullende onderzoeken nodig.

Holistische benadering
Een uitgangspunt voor de BioMonitor is dat deze een breed, holistisch beeld geeft van de prestaties van individuele bedrijven en de sector. Dat beeld gaat dus verder dan ammoniak- en stikstofemissies. Daardoor kan worden voorkomen dat aanpassingen in de bedrijfsvoering nadelig uitpakken op andere belangrijke aspecten. De BioMonitor bevat negen thema’s, met gemiddeld drie onderliggende indicatoren per thema. Deze geven een beeld van de prestaties op gebied van natuur (bodemkwaliteit, waterkwaliteit, biodiversiteit en landschap) en klimaat (energie en klimaat, circulariteit) maar ook van dierwaardigheid, maatschappelijke diensten, arbeid en bedrijfseconomie.

De brede, holistische en circulaire blik past in de uitgangspunten van de biologische systeemlandbouw om ecologische en ethische aspecten als integraal onderdeel van de bedrijfsvoering te zien. Voor melkveehouders, maar ook overheden, is het daarnaast van belang om inzicht te hebben in de bedrijfseconomische en financiële situatie van bedrijven en de sector als geheel. Deze indicatoren geven tezamen met de thema’s maatschappelijke diensten en arbeid een indicatie van de maatschappelijke waarde en de continuïteit daarvan.

Thema’s en indicatoren
In de praktijk zal werkendeweg, door toepassing van de BioMonitor, blijken waar de gekozen thema’s, indicatoren en scoringsmethodes aanpassing of aanscherping vragen. Met belanghebbers als melkveehouders en overheden zal dan ook regelmatig worden afgestemd welke wensen daar leven. De projectgroep kijkt ook zelf naar mogelijkheden om relevante indicatoren toe te voegen. Beschikbaarheid van betrouwbare data en praktische haalbaarheid van dataverzameling zijn daarbij een belangrijk vertrekpunt. Zo zou van ieder melkveebedrijf idealiter de bodemkwaliteit van alle percelen aan de hand van bodemmonsters vastgesteld moeten worden. De verschillen tussen percelen op een bedrijf, en het daardoor benodigde aantal grondmosters, maakt dat vooralsnog niet haalbaar.

Opschaling
In de volgende fase van de pilot zal worden gewerkt aan opschaling van het aantal gebruikers van de BioMonitor. Niet alleen kunnen meer bedrijven werken aan optimalisatie van hun bedrijfsvoering en verlaging van emissies; ook de biologische dataset kan verder worden uitgebreid. Uiteindelijk werkt de pilot er naar toe om de waarde van een individueel bedrijf blijvend te optimaliseren. De prestaties van alle bedrijven tezamen maken de waarde van de sector inzichtelijk voor diverse beleidsthema’s. Daarmee draagt de BioMonitor bij aan de innovatieve doelsturing. Doorontwikkeling van de BioMonitor, voortbordurend op de filosofie van prestatiemonitoring in de volle breedte van bedrijf en sector, zijn daarom van groot belang .

Flinke groei biologisch reaal in 2023

Het biologisch landbouwreaal in Nederland is in 2023 met 9,5% gegroeid. Dat meldt Nieuwe Oogst op basis van een onderzoek door Bionext. In totaal kwam er 7.562 hectare biologische landbouwgrond bij. Eind 2023 telde Nederland een biologisch landbouwareaal van 87.416 hectare, plus 5.799 hectare dat in omschakeling was. Daarmee is het biologisch aandeel nu 4,8% van het Nederlandse landbouwareaal.

Regionaal zijn de verschillen groot, zo stelt Bionext in het rapport. Gelderland kende een stijging van maar liefst 30,8%. Noord-Brabant groeide met 16,9%, Drenthe met 11,4%. Zuid Holland was de enige provincie waar het biologisch landbouwareaal afnam, met 0,2$.

Het aantal biologische landbouwbedrijven steeg in 2023 licht met 0,7% van 2.249 naar 2.264 bedrijven in 2023. Het aantal gecertificeerde bedrijven in verwerking en handel nam licht af van 3.285 naar 3.188. Er zijn nog 110 landbouwbedrijven in omschakeling naar biologisch.

Veel aandacht voor landbouw in Troonrede

Nadat vorige week al in het regeerakkoord meer duidelijk werd van de plannen rond landbouw, volgde vandaag de Troonrede. Daarin was relatief veel aandacht voor landbouw. Koning Willem Alexander mogen ‘we’ trost zijn op de efficiëntie van de Nederlandse landbouw. De regelmatige geopperde tegenstelling tussen natuur en landbouw is iets wat het kabinet achter zich wil laten. ‘Dit kabinet wil af van het gepolariseerde beeld dat voedselproductie en biodiversiteit in alles tegenover elkaar staan. Juist de combinatie van landbouw en natuur maakt het Nederlandse landschap sinds jaar en dag zo mooi’, volgens de koning.

De administratieve regeldruk voor ondernemers maakt het er voor veel sectoren niet gemakkelijker op. Veel acute problemen rond migratie, woningbouw, landbouw en natuur kenmerken zich door complexe regelgeving, procedures en regeldrang. Volgens de koning wordt dit wellicht het sterkst gevoeld in de landbouw en visserij. De nieuwe richting om dit te verminderen is die van de doelsturing. ‘Dat betekent dat het aan boeren zelf is hoe zij gestelde doelen willen bereiken. Er is een stimuleringsbudget beschikbaar van 5 miljard euro om de omslag te maken die nodig is’, volgens Koning Willem Alexander.

 

Bodemdiversiteit neemt toe bij omschakeling naar biologische teelt

Als een gangbaar landbouwbedrijf omschakelt naar ‘biologisch’, neemt de bodemdiversiteit toe en functioneert de bodem beter. Dat concludeert Sophia Quirina van Rijssel die promoveerde op dit thema aan de Wageningen University & Research. In haar onderzoek keek ze naar 70 bedrijven die omschakelden naar biologisch. Ze constateerde dat de bodemdiversiteit toenam en in de bodem samenstelling van de gemeenschap van bacteriën, schimmels, nematoden en protisten veranderde. Ook is gekeken naar een eventuele versnelling van verschuivingen in bodemfunctionaliteit door bodeminoculatie (toevoeging van organismen). Een relatie tussen de verschuivingen in de bodemgemeenschappen en duur van het biologische beheer kon niet worden vastgesteld.

Bodemdiversiteit is cruciaal voor het functioneren van de bodem en is daardoor een belangrijke factor in de verduurzaming van de landbouw. In zowel conventionele (gangbare) akkerbouwbodems als biologische akkerbouwbodems nam de multifunctionaliteit toe als de beheerintensiteit werd verlaagd.

Plus tv-commercial stelt ‘biologisch’ centraal

Plus zet in de nieuwe televisiecommercial Fairtrade en biologische producten centraal, zo meldt Biojournaal. Onder de noemer ‘Kartrekkers’ promoot de supermarkt Fairtrade en biologische producten, die bij Plus niet meer kosten dan niet-biologische varianten. Okke Wiarda, Manager Merk en Communicatie bij Plus legt uit wat de overweging was voor deze keuze: “Door Fairtrade of biologische producten voor de prijs van het reguliere product aan te bieden maken we de bewuste keuze makkelijker. Onze Kartrekkers lopen voorop in het betaalbaar maken van goed eten, en daar zijn we trots op.”

Met de nieuwe televisiecommercial loopt de supermarktketen vooruit op de overheidscampagne rond ‘biologisch’, die binnenkort start.

Minister stuurt brief naar Tweede Kamer over aanpak mestcrisis

Nadat eerder deze week al enkele aspecten van de aanpak van de mestcrisis uitlekten, stuurde Minister Wiersma van LVVN een brief met de voorziene aanpak naar de Tweede Kamer. Daarin onderscheidt ze korte termijn- en lange termijn maatregelen. De korte termijn maatregelen wil de minister in de komende maanden al effectueren zodat de resultaten ervan in 2025 merkbaar worden.

Het kabinet zet primair in op het vergroten van de plaatsingsruimte voor mest. De grens voor plaatsing van dierlijke mest in de nitraatrichtlijn (170 kg N/ha) wil het kabinet afschaffen. Tegelijkertijd zet het kabinet in op Europese maatregelen ter overbrugging, de huidige en een eventuele toekomstige derogatie, zolang die grens van 170 kg N/ha nog wel is opgenomen in de Nitraatrichtlijn. Door de mestplaatsingsruimte te vergroten wordt de noodzaak om de mestproductie te beperken, kleiner, zo geeft de minister aan in haar brief.

Voor de korte termijn wil het kabinet de derogatievrije zones rondom stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden terug brengen van 250 naar 100 meter. Minister Wiersma wil verder de export van mest stimuleren. Hiervoor wil ze een meststoffen gezant benoemen die moet gaan werken aan het versterken van de relaties met potentiële buitenlandse afnemers. In 2025 komt er een subsidieregeling voor hygiënisatie-installaties en korrelinstallaties (voor dierlijke mest) die voldoen aan de erkenningseisen. Ook mikt de minister op vergroting van de mestverwerkingscapaciteit. De correctiefactor voor gasvormige verliezen tijdens opslag van mest wordt aangepast als het aan de minister ligt. Eerder was al de uitrijddatum voor mest verschoven en de subsidie Behoud grasland verhoogd van 20 euro naar 50 euro per 10 kg stikstof ut dierlijke mest per hectare.

Voor de langere termijn verwacht de minister oplossingen te vinden in de nieuwe beëindigingsregeling naast de reeds bestaande, verlaging van de mestproductieplafonds, het voerspoor (verlagen ruw eiwitgehalte), verwerking van mest in potgrond en de graslandnorm.  Bij handel in fosfaatrechten wordt in de melkveesector 30% gekort. Vanuit gesprekken met ‘Europa’ probeert de minister een aanpassing van de nitraatrichtlijn te bewerkstelligen, toelating voor RENURE en herziening van de aanwijzing kwetsbare zones (in het kader van de actieprogramma’s).

 

 

Kabinet presenteert regeerakkoord

Op vrijdag 13 september heeft het kabinet Schoofs de plannen (op hoofdlijnen) voor de komende periode gepubliceerd. Voor landbouw stelt het kabinet voedselzekerheid en innovatie centraal. Ondernemers in de landbouwsector wordt ruimte toegezegd om te ondernemen en zelf de route te kunnen kiezen naar de bijdrage aan het halen van maatschappelijke doelen. Doelsturing, vertrouwen als basis van de relatie tussen overheid en sector, strategisch periodiek overleg, brede maatschappelijke dialoog  en draagvlak zijn begrippen die worden genoemd. Het kabinet wil langjarige duidelijkheid geven en ondernemers ondersteunen bij hun inspanningen om door te ontwikkelen en te innoveren, gericht op emissiereductie voor klimaat, natuur, water (inclusief kaderrichtlijn water), stikstof, geur en fijnstof. Berekeningen en rekenmethoden moeten regelmatig worden getoetst, in Nederland en in Europa.

Er komt een brede en vrijwillige beëindigingsregeling voor veehouders die zelf willen stoppen. Het beleid wordt zoveel mogelijk aangesloten op de autonome ontwikkeling van sectoren. Jonge boeren krijgen extra aandacht, met het oog ook op overname of start van een bedrijf. Het kabinet belooft zich ook in te spannen voor PAS-melders.

Het beleid om de natuur te behouden of herstellen is gericht op ‘waarderen waar het goed gaat’, ‘behouden waar kwaliteit van de natuur stabiel is’ en herstellen waar het slecht gaat’. Het kabinet hecht eraan dat voldoende schoon zoet water beschikbaar blijft. Voor de mestcrisis heeft minister Wiersma een separate brief naar de Tweede Kamer gestuurd. In ieder geval is het de bedoeling om met goede voorstellen naar Brussel te gaan en nationaal wordt de druk zo snel mogelijk verlicht waar dit mogelijk is’.

Namens Biohuis reageerde voorzitter Pipie Smits van Oyen positief op het voornemen van het kabinet om goede afspraken te maken met ketenpartijen over het verdienvermogen van Nederlandse boeren, zo is te lezen op de website: “Een positieve ontwikkeling. Vanuit de sector zijn er diverse initiatieven die hieraan kunnen bijdragen. Wij stemmen deze graag met de Minister af.” Ook het spoor van innovatie past de biologische sector wel volgens Smit van Oyen: “Biologische landbouw is een kraamkamer voor innovatie waar de gehele landbouw profijt van heeft. Bioboeren liepen voorop bij de introductie van melkrobots, drones en gps op tractoren. En ook nu staan we vooraan met bijvoorbeeld robotisering in de onkruidbestrijding, stroken/mengteelten en het gebruik van aminozuren om de emissies in stallen te beperken. Dit jaar was de winnaar van de EIP-AGRI Innovation Awards bijvoorbeeld een biologische machine om de coloradokever mechanisch te bestrijden. We investeren in een dierwaardige veehouderij en zorgen goed voor de bodem met een ruime vruchtwisseling. We gebruiken dierlijke biologische mest en hebben hiervoor goede samenwerkingen tussen akkerbouwers en veehouders. Met ruilovereenkomsten voor bijvoorbeeld stro, grasklaver en mest sluiten we de kringloop. We hebben geen mestoverschot maar juist een mesttekort.”

 

Consument kiest vaker duurzaam voedsel

De NOS bericht dat de consument in 2023 meer geld besteedde aan duurzame voeding dan in het jaar ervoor.  Die conclusie trekken onderzoekers van Wageningen Economic Research en het Centraal Bureau voor de Statistiek in het jaarlijkse onderzoek dat in opdracht van het ministerie van LVVN wordt uitgevoerd. Vorig jaar werd Є 12,6 miljard uitgegeven aan voeding met een duurzaamheidskeurmerk. Dat is een toename van 14% te opzichte van 2022. Daarmee stegen de uitgaven aan duurzame voeding iets sterker dan de totale bestedingen aan voeding.

Het aantal verkochte producten nam ook toe, met 3%, tegenover een toename van niet-duurzame voeding met 1%.  De stijging wordt vooral gerealiseerd in de supermarkten en de horeca. Speciaalzaken die zich richten op duurzame voeding, leveren in: 4% ten opzichte van 2022. De toename bij vlees en zuivel is het sterkst. Vooral kip met minimaal één ster Beter Leven keurmerk wordt vee meer verkocht.