Kabinet trekt wet beperking bestrijdingsmiddelen in

De NOS meldt dat het kabinet het wetsvoorstel intrekt waarmee het gebruik van bestrijdingsmiddelen zou worden beperkt. Staatsecretaris Chris Jansen van Infrastructuur en Waterstaat geeft aan dat er ‘juridische en uitvoeringstechnische risico’s’ aan de wet verbonden zijn. De regeringscoalitie was al verdeeld over de wet. De Partij voor de Dieren (PvdD) had eerder succesvol een voorstel gedaan om ook middelen voor de landbouw toe te voegen.

De bedoeling was om gebruik van bestrijdingsmiddelen in 2025 gehalveerd moest worden en in 2030 met 95% terug gebracht. Volgens Wageningen University & Research (WUR) was deze halvering in 2025 haalbaar maar zou het voor boeren en telers extra kosten met zich mee brengen. Voor soorten als chrysanten zouden zouden bijvoorbeeld weerbaarder varianten moeten worden ontwikkeld. De volgende stap, een reductie met 95%, zou veel lastiger worden. Het ministerie laat nu onderzoeken of een uitgeklede versie van de wet wel uitvoerbaar is.

Overigens hebben hebben Pesticide Action Network Europe en de leden ClientEarth, Générations Futures, GLOBAL 2000, Pesticide Action Network Germany en Pesticide Action Network Netherlands de goedkeuring van glyfosaat door de Europese Unie aangevochten bij het Europees Hof van Justitie. Volgens deze organisaties hebben de Europese Commissie en de wetenschappelijke agentschappen van de Unie kritische wetenschappelijke studies over de schadelijke effecten van glyfosaat, buiten beschouwing gelaten.

VPRO’s Tegenlicht over verdienen aan natuur

VPRO’s onderzoeksprogramma Tegenlicht besteedde aandacht aan de opkomst en groei van natuur en milieu als investeringsdoelen. Decennia lag was geld verdienen door de natuur uit te putten min of meer gemeengoed. Nu we steeds meer de negatieve effecten hiervan ervaren met o.a. overstromingen, bosbranden, erosie, opwarming krijgt het beschermen van natuur meer waarde. Er zijn investeringsmogelijkheden in emissierechten, bossen en groene obligaties.

In het programma komen onder meer biologisch-dynamisch melkveehouder en ‘koolstofboer’ Sjoerd Miedema, een emissiehandelaar en een bankier aan het woord over hoe investeren in natuur een verdienmodel wordt.

Nieuw interprovinciaal wolvenplan in de maak

De twaalf provincies in Nederland, verenigd in het Interprovinciaal Overleg (IPO), werken aan een aanpassing van het wolvenplan, zo meldt de NOS. Nadat in het vorige decennium wolven opdoken in Nederland, werd in 2019 het eerste Wolvenplan opgesteld. In het plan wordt omschreven hoe provincies omgaan met wolven en hoe schade, toegebracht door wolven, wordt gecompenseerd.

Het aantal wolven en aanvallen door wolven is in de laatste jaren flink toegenomen. BIJ12, de organisatie die wolvenaanvallen registreert, gaat uit van ruim 100 wolven in Nederland. Dit jaar waren er ruim 500 aanvallen in de eerste negen maanden van het jaar. Dat zijn er al 100 meer dan het aantal aanvallen in heel 2023. In het nieuwe Wolvenplan wordt schade door wolven alleen nog gecompenseerd als werende maatregelen, zoals hekken of dieren ‘s nachts in een stal onderbrengen, zijn toegepast. Het concept wordt begin december door de provincies besproken waarna het IPO-bestuur het medio januari 2025 definitief wil vaststellen.

Waarschijnlijk wordt in ieder geval de situatie rond de wolf wolven anders  nu de Europese Commissie heeft bepaald de beschermde status van de wolf te gaan aanpassen. De regels rond afschieten, vangen of regulering van voortplanting worden daardoor versoepeld waardoor ook in Nederland de wetgeving kan worden gewijzigd..

‘Routekaart naar dierwaardiger en toekomstbestendige melkveehouderij’ opgesteld

Zuivel NL en de Dierenbescherming hebben een ‘Routekaart naar een dierwaardiger en toekomstbestendige melkveehouderij’ opgesteld. In deze routekaart beschrijven betrokken organisaties en hun achterbannen de ambities op het gebied van dierwaardigheid. Inspanningen om veranderingen door te voeren zullen de gehele keten ‘raken’. In 2021 stemden beide Kamers in met een voorstel van de Partij van de Dieren om het aanpassen van dieren aan houderij- of huisvestingssystemen. Omdat dit lastig was qua uitvoering, is aan veehouderijsectoren, markt- en ketenpartijen en de Dierenbescherming gevraagd een convenant te formuleren over de ontwikkeling naar een dierwaardiger veehouderij. Mede op basis hiervan kan vervolgens wet- en regelgeving worden gebaseerd.

Om de stappen, die zijn omschreven in de routekaart uitte voeren, zijn wel een aantal randvoorwaarden geformuleerd:

  • financiële randvoorwaarden (vergunningen en financiering)
  • consistent beleid
  • gelijk speelveld
  • integraliteit met andere dossiers, zoals klimaat en stikstof
  • samenhang met wetgeving en het nog te sluiten Convenant dierwaardige veehouderij

De leden van ZuivelNL bespreken in de komende dagen de routekaart met de verschillende achterbannen waarna op 10 december a.s. een besluit wordt genomen over het instemmen met de routekaart.

Kamerbrief over Landbouw en Natuur

Minister Wiersma heeft in een brief aan de Tweede Kamer uiteengezet hoe ze de gebiedsgerichte aanpak in wil vullen. In gebieden die extra aandacht vragen, zoals Natura 2000-gebieden, veenweidegebieden, beekdalen en grondwaterbeschermingsgebieden ziet ze een prominente rol voor agrarisch natuur- en landschapsbeheer (ANLb). Onder de noemer aanpak Ruimte voor Landbouw en Natuur (RLN) wil minister Wiersma met ‘partijen uit het veld’ drie sporen uitwerken. In het eerste spoor wil ze gebiedsgerichte en ruimtelijke beleidsinstrumenten ontwikkelen. Het tweede spoor richt zich met name op de gebieden met de grootste opgave (beekdalen, gebieden rondom kwetsbare Natura 2000-gebieden, de veenweiden en de gebieden waar gewerkt moet worden aan de vermindering van de uit- en afspoeling van nitraat, fosfaat en gewasbeschermingsmiddelen uit de landbouw naar het grondwater). Het derde spoor richt zich op het gebruiken van de lessen die geleerd worden voor bijsturing van de instrumenten en ondersteuning.

Spoor 1: gebiedsgericht en ruimtelijk beleid
Bij het gebiedsgerichte en ruimtelijke beleid benoemt minister Wiersma zes onderwerpen:

  1. Regie op ruimte voor landbouw en natuur: ruimtelijke keuzes. Hierbij gaat het om beschermen van hoogwaardige landbouwgrond, ruimte voor nieuwe natuur of agrarische natuur.
  2. Agrarisch natuurbeheer. Bedrijven moeten worden gestimuleerd om zich in te zetten voor doelen voor natuur, water en klimaat. De focus ligt op veenweidegebieden, beekdalen, gebieden rondom kwetsbare Natura 2000. De minister wil boeren belonen voor inspanningen gericht op vermindering van de uit- en afspoeling van nitraat, fosfaat en gewasbeschermingsmiddelen uit de landbouw naar het grondwater gebieden, en maatregelen die effectief bijdragen aan doelbereik.
  3. Gebiedsgerichte inzet innovatie. Hier draait het om robotisering, experimenteerlocaties en innovaties die aansluiten op de praktijk van het boerenerf en het gebied.
  4. Gebiedsgerichte regels. Doelsturing op bedrijfsniveau, innovatie, inzet van ANB, gebiedsgericht natuurherstel en het benutten van verschillende beëindigingsregelingen gaan volgens de minister in combinatie naar verwachting zorgen voor substantiële stappen richting doelbereik.
  5. Sociaaleconomische actielijnen voor een toekomstbestendig landelijk gebied. Onder deze noemer wil de minister werken aan behoud en ontwikkeling van een economische structuur in het landelijk gebied, die in balans is met de leefomgeving.
  6. Grondfaciliteit. Hier draait het om het bij elkaar brengen van vraag en aanbod: grondbeleid, bekendheid van beschikbare instrumenten vergroten, inzet van grond van de overheid, herwaardering van gronden en kennisuitwisseling.

Spoor 2 Uitvoering van de aanpak Ruimte voor Landbouw en Natuur in gebieden
In dit spoor spelen de provincies een belangrijke rol. Het Rijk zal de provincies ondersteunen bij de werkwijze voor doelsturing, duidelijkheid over de ruimte voor toepassing en effecten van
innovatieve stalsystemen, de Nationale Grondbank en (bestaande) subsidieregelingen gericht op innoveren, extensiveren, omschakelen, verplaatsen en vrijwillig beëindigen.

Spoor 3 Beleid en uitvoering in verbinding. Op dit punt wil de minister werken aan eenduidig, niet conflicterend beleid waarvan de effecten gemonitord en bijgestuurd worden. Een systeem voor monitoring van de aanpak Ruimte voor Landbouw en Natuur valt hier ook onder.

In de komende periode wil minister Wiersma met maatschappelijke partners en andere overheden de aanpak RLN verder uitwerken. In het voorjaar van 2025 wil de minister de Kamer informeren over de ruimtelijke keuzes voor de nota ruimte, de doelen die het kabinet nastreeft via de aanpak RLN en de wijze waarop het rijk spoor 2 wil aanpakken.

Afname aantal melkkoeien met 1,9%

Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) bericht dat het aantal melkkoeien is afgenomen in 2024. Door deze afname (van 30.000 koeien) ten opzichte van vorig jaar, zijn er nu 1,54 miljoen melkkoeien. In 2024 was het aantal stuks jongvee 967.000, een afname met 25.000 stuks. De gemeenten met het hoogste aantal melkkoeien waren de gemeenten Súdwest Fryslân en De Fryske Marren, met respectievelijk 65.000 en 34.000 stuks.

Het aantal melkveebedrijven nam met 2,6% af, naar 13.900.  Ten opzichte van 2017, het jaar dat het fosfaatreductieplan in werking trad, is dat een afname van 23%. Het gemiddeld aantal melkkoeien per bedrijf nam wel licht toe: van (110 in 2023) naar 111 (in 2024). De grootste melkveebedrijven zijn in Flevoland, met gemiddeld 157 melkkoeien, gevolgd door Groningen (136), Fryslân (129) en Drenthe (127).

Het aantal schapen daalde in vergelijking met vorig jaar met bijna 13% tot 732.000 schapen. De oorzaak hiervoor is het blauwtongvirus dat sinds september 2023 voorkomt. De afname van het aantal schapen was het grootst in Utrecht (ruim 27%), gevolgd door Noord-Holland (21%) en Flevoland (20%).

Minister Wiersma wil handhaving PAS-melders uitstellen

Omdat het lastig is gebleken PAS-melders te legaliseren, wil minister Wiersma het legalisatieprogramma met drie jaar verlengen en een nieuwe aanpak rond de PAS-melder opzetten. Het kabinet wil stikstofruimte uit andere bronnen gebruiken, de rekenkundige ondergrens proberen aan te passen en met individuele PAS-melders kijken naar oplossingen, zo stelt de minister in een nieuwsbericht op de website van de Rijksoverheid.

Het legaliseren van PAS-melders door middel van stikstofruimte uit andere bronnen blijkt in de praktijk lastig. Dit komt vooral doordat legaliseren alleen kan onder de strikte voorwaarden van de zogenaamde ‘additionaliteitsvereiste’: vrijgekomen stikstofruimte mag alleen worden gebruikt voor een nieuwe activiteit (zoals legaliseren van een PAS-melder) als die ruimte niet nodig is voor natuurherstel. Door de staat van de natuur is legalisatie op deze manier maar voor heel weinig PAS-melders mogelijk. Het kabinet wil zich er niet zomaar bij neerleggen dat vrijgekomen stikstofruimte niet ingezet kan worden voor de legalisatie PAS-melders, zo is te lezen in het bericht.

Meerdere PAS-melders zijn al geconfronteerd met handhavingsverzoeken. Door een rechterlijke uitspraak is er nu ruimte om daarvan af te zien. Die situatie probeert het kabinet met de provincies door te trekken voor een periode van drie jaar, dus tot begin 2028.

 

Slotbijeenkomst Biologisch voor het klimaat

In Zeewolde was de slotbijeenkomst van het project Biologisch voor het klimaat. In dit project, geleid door Bionext, keken vijf biologische melkveehouders op veenweidegrond, vijf biologische akkerbouwers en vijf biologische tuinders naar mogelijkheden om minder klimaatimpact te hebben door de CO2-emissies direct of indirect te verlagen. De grootste winst bij de akkerbouwers en de tuinders lag op elektrificatie van het machinepark. Voor de melkveehouders kwamen beperken van het aantal stuks jongvee, uitgebreidere weidegang, meer vers gras voeren, extensiveren (minder koeien en/of meer land) en het natter houden van de bodem als belangrijkste maatregelen naar voren. In de discussies bleek ook de behoefte aan uitgebreidere en betrouwbare data, zoals in de Pilot BioMonitor wordt opgepakt voor de biologische melkveehouderij.

Verder was in de bijeenkomst aandacht voor de gevolgen van de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD), waaraan grotere bedrijven moeten voldoen. Zijmoeten inzage geven in hun inspanningen om de klimaatimpact te verkleinen. Dit geldt voor hun eigen bedrijven maar ook met leveranciers en organisaties waarmee zij samenwerken in de keten. Daarmee krijgt dus ook de biologische primaire sector en verwerkers en verkopers van biologische voeding te maken met deze verplichting. Naast het verschaffen van extra inzicht aan afnemers biedt het ook de kans de waarde van ‘biologisch’ zichtbaarder te maken. Door de keuze voor biologische producten draagt een bedrijf immers bij aan het beperken van negatieve klimaatimpact. Ook zijn bedrijven op zoek naar mogelijkheden om hun klimaatimpact te compenseren door middelen beschikbaar te stellen aan initiatieven die goed uitwerken op het klimaat, de natuur, biodiversiteit en dierenwelzijn.

Afzet agrarische producten via korte keten groeit

Uit een onderzoek van Wageningen University & Research (WUR) blijkt dat het aantal bedrijven dat agrarische producten via de zogenaamde korte keten verkoopt, groeit: met 37% in 2023 vergeleken met 2017. In het onderzoek definiëren de onderzoekers van WUR afzet via een korte keten als verkoop rechtstreeks of via maximaal één tussenschakel aan de consument. Bedrijven die via een korte keten hun producten verkopen, vormen 15,8% van alle land- en tuinbouwbedrijven. Het grootste aantal korteketenbedrijven vinden we in de melkveehouderij, de tuinbouw en overige graasdierbedrijven. Relatief gezien vinden we het grootste aandeel korteketenbedrijven bij de leghennenhouderijen, blijvende teelt en overige tuinbouw. De mate waarin producten bewerkt moeten worden voor ze kunnen worden verkocht, speelt hierbij een belangrijke rol.

Met name kleine bedrijven verkochten vaker hun producten via de korte keten in de periode tussen 2017 en 2020. In de drie jaar daarna was er vooral groei bij grote en zeer grote bedrijven. Vooral bedrijven met een relatief jonge eigenaar (tot 35 jaar  en tussen 36 en 45 jaar) kiezen voor verkoop via de korte keten. Respectievelijk 21% en 20% van deze ondernemers heeft gekozen voor een korte keten. In totaal wordt de omzet van verkoop via korte ketens geschat op 2,2 miljard euro in 2023. Dat is een toename van liefst 50% ten opzichte van 2020. Per bedrijf loopt het omzetaandeel van de korte keten sterk uiteen. In 2023 was bij 46% van de korteketenbedrijven de omzet uit korte ketens minder dan 10% van de totale bedrijfsopbrengst. Bij 30% van de korteketenbedrijven lag het omzetaandeel boven de 50%. Deze bedrijven zijn dus gespecialiseerd in verkoop via korte ketens.

Ontwerpkaart voor voederhaag

Boeren met Bomen heeft een ontwerpkaart gemaakt die boeren helpt bij het aanplanten van een voederhaag. Biojournaal bericht hierover. Voederhagen dragen bij aan de biodiversiteit, een hogere bodemkwaliteiten een mooier landschap. Daarnaast ondersteunt een voederhaag de gezondheid van de koe.

De ontwerpkaart voorziet in een soort ‘prefab’ haag, afgestemd op de grondsoort en met een diversiteit aan bomen, planten en struiken. De meidoorn heeft met zijn stekels voor een vee werende functie. De wilg bevat mineralen en ontstekingsremmende en pijnstillende stoffen. Koeien weten intuïtief welke stoffen ze nodig hebben en gebruiken voederhagen als een soort apotheek.

(Bio-)melkveehouders Rick Huis in ‘t Veld van de Melkbrouwerij, Ramona Schalkwijk van Bloemenweidemelk en Jan en Johanneke Woudstra van Woudstra’s Pleats hebben diverse collega-melkveehouders geïnspireerd met hun ervaringen met voederhagen. Met kenniscentrum VKON draaien zij gezamenlijk het project Boeren met Bomen. In drie jaar tijd zijn meer dan 100.000 boompjes geplant, omgerekend twintig kilometer aan voederhagen.