Bijeenkomst ‘Maximaal weiden’: maximale grasopbrengst en eiwit van eigen land

Op dinsdag 29 april vindt bij biologisch melkveebedrijf Keuper in Megchelen (in de Achterhoek) de bijeenkomst ‘Maximaal weiden’ plaats in het kader van de Climate Farm Demo. Dit is een zeven jaar durend project in 28 landen van de Europese Unie, gericht op klimaatbewust boeren. Biologisch melkveehouder Tom Keuper heeft zijn beweidingsmanagement dusdanig geoptimaliseerd dat de gras- en eiwitopbrengst van eigen land sterk is verbeterd. De CO2-uitstoot die gepaard gaat met productie en aanvoer van krachtvoer, vermindert hierdoor aanzienlijk. Dit heeft uiteraard ook bedrijfseconomische voordelen omdat hij minder krachtvoer hoeft in te kopen.

Met behulp van een grashoogtemeter en een berekeningsmethodiek stelt Tom Keuper een beweidingsplan op waarmee hij de grasopbrengst maximaliseert. Tijdens de bijeenkomst, die duurt van 11.00 tot 13.00 uur, hoort en ziet u meer over deze aanpak om een effectievere bedrijfsvoering te combineren met minder klimaatimpact. U kunt zich aanmelden voor de bijeenkomst op de website van Climate Farm Demo.

Onderzoek Louis Bolk Instituut: biologische landbouw goed voor biodiversiteit

Het Louis Bolk Instituut (LBI) heeft uitgebreid onderzoek gedaan naar de bijdrage van het biologische landbouw aan de biodiversiteit. In het rapport Biologisch èn natuurinclusief heeft een groep onderzoekers van LBI gekeken naar de bijdrage die de biologische landbouw levert. Daarmee wil LBI beleidsmakers en natuur- en landschapsorganisaties inzicht geven in hoe de sector kan bijdragen aan maatschappelijke opgaven in het landelijk gebied.

De biologische landbouw scoort met name goed in verminderen van negatieve impact op de natuur, bijvoorbeeld door veel beweiding en geen chemisch-synthetische gewasbeschermingsmiddelen te gebruiken. Daarnaast draagt de biologische landbouw bij door de maatregelen die genomen worden gericht op het behoud van bodemvruchtbaarheid, zoals een ruime vruchtwisseling met rustgewassen als grasklaver te gebruiken. Ook het alleen maar werken met organische meststoffen pakt goed uit voor de biodiversiteit.

Onderzoeker Boki Luske licht toe licht toe waarom de de biologische landbouw een logisch vertrekpunt is voor herstel van biodiversiteit: “Met dit onderzoek laten we zien dat biologische boeren gemiddeld genomen veel doen voor de onder- en bovengrondse biodiversiteit. Dit is waardevolle informatie voor beleidsmakers en natuur- en landschapsorganisaties, die daarmee de biologische landbouw beter mee kunnen wegen als een oplossingsrichting voor maatschappelijke opgaven in het landelijk gebied. Het versnellingsspoor biologisch, dat als doel heeft om de biologische landbouw en consumptie te laten groeien in Nederland, kan dus hand in hand gaan met het verbeteren van biodiversiteit in ons land.”

In de volgende fase van het project worden verschillende biologische bedrijven begeleid met het doovoeren van nog meer natuurinclusieve maatregelen op hun bedrijf. De resultaten van dit onderzoek maken deel uit van het tweejarige project ‘Natuurinclusief en biologisch’, uitgevoerd door Bionext, Biohuis en het Louis Bolk Instituut. Het project wordt gefinancierd door het ministerie van LVVN.

PAS-melder en bioboer Hans Kroodsma blijft optimistisch

Biologisch melkveehouder Hans Kroodsma, met een bedrijf in het Friese Jannum, is aangemerkt als PAS-melder maar blijft optimistisch naar de toekomst kijken, zo meldt Omrop Fryslân. In 2015 liet hij een nieuwe stal bouwen. Hij wilde hiervoor een natuurvergunning aanvragen maar kreeg te horen dat het doen van een melding volstond. Inmiddels is zijn bedrijf dus formeel gesproken illegaal actief. Hoewel zijn bedrijf gewoon door draait, merkt hij in contacten met bijvoorbeeld de bank wel de consequenties van het PAS-melder zijn.

Kroodsma heeft moeite met de stempel ‘PAS-melder’: “Je hebt het met de beste intenties gedaan en dan ben je ineens een soort van illegaal. Dat geeft een heel wrang gevoel. Ik kan het best met twintig of dertig koeien minder doen, denk ik. Maar om de PAS-melding helemaal weg te krijgen, moet ik de helft van mijn koeien inleveren.” Kroodsma richt zich op ‘wat nog wel kan’ lanceert nu, met hulp van de Vogelbescherming, zijn eigen kaasmerk ‘Jannummer’. Daarmee wil hij proberen met minder koeien toch een afdoende verdienmodel te creëren en te werken aan zijn toekomstperspectief: “Ik geloof ook dat je erin moet geloven. Want anders is er niet zoveel aan.”

Aandacht voor pachtproblematiek in tv-programma Pointer

Zondag 6 april besteedt het KRO-NCRV programma Pointer aandacht aan de problemen die biologische boeren ervaren bij het continueren van pachtcontracten. Centraal in de uitzending staat de ervaring van Pieter Boons, biologische melkveehouder in Raamsdonk. Nadat hij een van de provincie Noord-Brabant gepacht stuk grond heeft omgevormd naar biologisch, verloor hij het pachtcontract aan een gangbare akkerbouwer die er aardappels op gaat verbouwen. Boons gebruikte de grond om er grasklaver op te verbouwen. De opbrengst daarvan weegt niet op tegen de opbrengst van aardappelteelt. daardoor kon de akkerbouwer een hoger bod neerleggen, dat de opslag vanwege de biologische bedrijfsvoering van Pieter boons, te boven gaat.

De uitzending van Pointer is zondag 6 april om 22.10 op NPO2.

Overheidscampagne rond biologische voeding had beperkt effect

De overheidscampagne om biologische voeding te promoten (zie bijgaande foto, © Ministerie van LVVN), sloeg in beperkte mate aan bij consumenten. meldt Nieuwe Oogst. De boodschap werd positief ontvangen maar kwam slechts bij een beperkte groep consumenten aan. De positieve omzetontwikkeling voor biologische voeding is dan ook niet direct te herleiden naar de overheidscampagne maar eerder naar inspanningen van de supermarkten. Deze willen meeliften op de groei van biologisch en treden nadrukkelijker naar buiten met hun biologische ambities en assortiment.

De campagnedoelstelling om te bewerkstelligen dat de doelgroep biologische voeding bij zichzelf vindt passen, werd wel gehaald. Ook de bekendheid van het biologische keurmerk als een van de topkeurmerken werd vergoot. De langetermijndoelstelling om meer consumenten voor biologisch te laten kiezen, werd eveneens behaald. De frequentie waarmee consumenten kiezen voor biologische producten nam tijdens de campagne toe.

Ctgb versnelt invoering nieuw toetsingskader voor gewasbeschermingsmiddelen

Het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen (Ctgb) gaat versneld het nieuwe toetsingskader voor middelen implementeren, meldt Boerderij. Deze aangepaste werkwijze volgt op een uitspraak van het Europese Hof van Justitie. In deze uitspraak bevestigde het Hof dat nationale beoordelingsinstanties risicobeoordelingen mogen aanscherpen op basis van actuele wetenschappelijke kennis. Voorwaarde is dat er mogelijk een onaanvaardbaar risico voor mens, dier of milieu bestaat waar eerder geen rekening mee was gehouden in de originele beoordeling. Ook middelen die in andere EU-landen al zijn toegelaten vanuit een verouderd toetsingskader worden opnieuw behandeld.

Grondprijzen stegen vorig jaar met 8,3%

In 2024 stegen de grondprijzen met 8,3%, meldt Boerderij op basis van cijfers van makelaarsorganisatie NVM Agrarisch & Landelijk. In de melkveehouderij waren 97 transacties. Door de grote vraag vanuit de melkveehouderij naar grond als waardevaste investering maar ook om te kunnen extensiveren en voor afzet van mest, stegen de prijzen harder dan de inflatie. Volgens de voorzitter van NVM Agrarisch & Landelijk, Jos Ebbers,  loont het niet om grond aan te kopen voor mestafzet maar gebeurt dat wel.

De gemiddelde prijs voor landbouwgrond steeg in 2024 naar €85.000. Bouwland is nog steeds het duurst. De gemiddelde prijs per hectare kwam boven de €100.000 in de tweede helft van vorig jaar. Regionaal zijn er grote verschillen in de prijzen van agrarische grond. In Flevoland ligt de gemiddelde prijs op €164.000 per hectare. West-Brabant volgt op de tweede plaats met een gemiddelde prijs van €107.300. In het Noordelijk weidegebied (de drie noordelijke provincies en Noordwest Overijssel) was de prijs met €63.500 per hectare het laagst.

Questionmark: Werk aan de winkel om bio te laten groeien in supermarkt

De Nederlandse supermarkten hebben ambities om het aandeel biologisch te laten groeien maar moeten nog meer doen om de groei te versnellen. Dat concludeert Denktank Questionmark in de Benchmark Bio. Biologische producten zijn nog flink hoger in prijs en soms bevatten assortimenten nog geen biologische varianten. Dat geldt met name bij Aldi en Dirk. In de schappen en de folders van de supermarkten is nog niet altijd de ambities om biologisch te laten groeien, terug te zien. Albert Heijn is het actiefst in het promoten van biologische producten in de wekelijkse folder. Gemiddeld is 5% van de producten in de folder biologisch. Aldi en Dirk scoren ook hier het laagst met 2%.

Dirk en Plus hebben een doel gesteld voor het verhogen van het omzetaandeel biologisch. Ze rapporteren hier ook over. Albert Heijn, Jumbo en Lidl geven hier ook inzicht in maar een concreet doel hebben zij alleen voor het aandeel biologisch in aardappelen, groente en fruit. Plus heeft voor sommige productsoorten volledig ingezet op biologisch. De dagverse melk, karnemelk en yoghurt van het huismerk is biologisch. Ook het hele uienschap is voorzien van biologisch varianten. Aardappelen is al deels omgezet naar biologisch. Dit jaar wordt deze switch naar biologische aardappelen afgerond.

Questionmark doet in haar rapport enkele aanbevelingen  om biologisch sneller te laten groeien:
– Maak doelen concreet met een biologisch actieplan
– Ontzorg klanten door alleen biologisch aan te bieden
– Verklein het prijsverschil tussen biologisch en niet-biologisch
– Vergroot het aantal aanbieding voor bio producten in reclamefolders

 

 

WUR: Percentage blijvend grasland neemt af

Het areaal blijvend grasland neemt af in Nederland maar ook de rest van Europa, zo meldt Wageningen University & Research naar aanleiding van het project Super G. In zuidelijk Europa wordt dit met name veroorzaakt door de droogte en doordat gronden niet meer agrarisch worden gebruikt en zijn verlaten door boeren. Ook wordt blijvend grasland omgezet naar bos. In Nederland is er concurrentie vanuit financieel aantrekkelijker teelten door akkerbouwbedrijven. In 2016 was 71% van de 1 miljoen hectare grasland blijvend grasland maar dit percentage loopt sindsdien dus terug. Binnen het Europese landbouwbeleid geldt de verplichting om het areaal blijvend grasland in stand te houden. Voor biodiversiteit, koolstofvastlegging en de waterkwaliteit is blijvend grasland van groot belang. In het veenweidegebied helpt blijvend grasland in het beperken van bodemdaling.

 

Gemeenten vrezen veel afhakers bij uitkoopregeling

De vijf gemeenten met de meeste aanmeldingen voor de uitkoopregelingen voor veehouders (Lbv en Lbv Plus) vrezen dat velen daarvan alsnog afhaken. Dat meldt de NOS op basis van een rondgang bij deze gemeenten. Veehouders die aan de regeling meedoen, moeten hun dieren afvoeren, de stallen slopen en 85% van hun stikstofrechten inleveren. Dat betekent dat een eventuele nieuwe bedrijfsactiviteit maximaal 15% van de bestaande rechten mag bedragen. De uitspraak van de Raad van State over projecten met een negatief effect op de natuur, levert de nodige onzekerheid op over toekomstige bedrijfsactiviteiten voor stoppende boeren.

Wethouders Jan Pieter van der Schans van de gemeente Ede vreest veel afhakers dor de onzekerheid over de vergunningverlening: “We weten uit het verleden dat onzekerheid over het toekomstperspectief leidt tot afhakers. Veehouders weten wat ze nu hebben, maar niet wat ze ervoor terug kunnen krijgen. Nadat ze een aanbod voor uitkoop hebben ontvangen, is er nog een half jaar om te beslissen of ze dat accepteren, maar in deze onzekerheid kunnen ze geen keuze maken.” De gemeenten Nederweert, Venray en Barneveld geven vergelijkbare reacties.

Het ministerie werkt met provincies aan een handreiking om te onderbouwen dat de resterende 15 procent stikstofruimte  mag worden ingezet voor nieuwe activiteiten. Ook onderzoekt het of het mogelijk is om de uitkoopregelingen aan te passen. Gekeken wordt naar een verlenging van de termijn waar binnen dieren en mest moeten worden afgevoerd.