Flinke groei biologisch reaal in 2023

Het biologisch landbouwreaal in Nederland is in 2023 met 9,5% gegroeid. Dat meldt Nieuwe Oogst op basis van een onderzoek door Bionext. In totaal kwam er 7.562 hectare biologische landbouwgrond bij. Eind 2023 telde Nederland een biologisch landbouwareaal van 87.416 hectare, plus 5.799 hectare dat in omschakeling was. Daarmee is het biologisch aandeel nu 4,8% van het Nederlandse landbouwareaal.

Regionaal zijn de verschillen groot, zo stelt Bionext in het rapport. Gelderland kende een stijging van maar liefst 30,8%. Noord-Brabant groeide met 16,9%, Drenthe met 11,4%. Zuid Holland was de enige provincie waar het biologisch landbouwareaal afnam, met 0,2$.

Het aantal biologische landbouwbedrijven steeg in 2023 licht met 0,7% van 2.249 naar 2.264 bedrijven in 2023. Het aantal gecertificeerde bedrijven in verwerking en handel nam licht af van 3.285 naar 3.188. Er zijn nog 110 landbouwbedrijven in omschakeling naar biologisch.

Veel aandacht voor landbouw in Troonrede

Nadat vorige week al in het regeerakkoord meer duidelijk werd van de plannen rond landbouw, volgde vandaag de Troonrede. Daarin was relatief veel aandacht voor landbouw. Koning Willem Alexander mogen ‘we’ trost zijn op de efficiëntie van de Nederlandse landbouw. De regelmatige geopperde tegenstelling tussen natuur en landbouw is iets wat het kabinet achter zich wil laten. ‘Dit kabinet wil af van het gepolariseerde beeld dat voedselproductie en biodiversiteit in alles tegenover elkaar staan. Juist de combinatie van landbouw en natuur maakt het Nederlandse landschap sinds jaar en dag zo mooi’, volgens de koning.

De administratieve regeldruk voor ondernemers maakt het er voor veel sectoren niet gemakkelijker op. Veel acute problemen rond migratie, woningbouw, landbouw en natuur kenmerken zich door complexe regelgeving, procedures en regeldrang. Volgens de koning wordt dit wellicht het sterkst gevoeld in de landbouw en visserij. De nieuwe richting om dit te verminderen is die van de doelsturing. ‘Dat betekent dat het aan boeren zelf is hoe zij gestelde doelen willen bereiken. Er is een stimuleringsbudget beschikbaar van 5 miljard euro om de omslag te maken die nodig is’, volgens Koning Willem Alexander.

 

Bodemdiversiteit neemt toe bij omschakeling naar biologische teelt

Als een gangbaar landbouwbedrijf omschakelt naar ‘biologisch’, neemt de bodemdiversiteit toe en functioneert de bodem beter. Dat concludeert Sophia Quirina van Rijssel die promoveerde op dit thema aan de Wageningen University & Research. In haar onderzoek keek ze naar 70 bedrijven die omschakelden naar biologisch. Ze constateerde dat de bodemdiversiteit toenam en in de bodem samenstelling van de gemeenschap van bacteriën, schimmels, nematoden en protisten veranderde. Ook is gekeken naar een eventuele versnelling van verschuivingen in bodemfunctionaliteit door bodeminoculatie (toevoeging van organismen). Een relatie tussen de verschuivingen in de bodemgemeenschappen en duur van het biologische beheer kon niet worden vastgesteld.

Bodemdiversiteit is cruciaal voor het functioneren van de bodem en is daardoor een belangrijke factor in de verduurzaming van de landbouw. In zowel conventionele (gangbare) akkerbouwbodems als biologische akkerbouwbodems nam de multifunctionaliteit toe als de beheerintensiteit werd verlaagd.

Plus tv-commercial stelt ‘biologisch’ centraal

Plus zet in de nieuwe televisiecommercial Fairtrade en biologische producten centraal, zo meldt Biojournaal. Onder de noemer ‘Kartrekkers’ promoot de supermarkt Fairtrade en biologische producten, die bij Plus niet meer kosten dan niet-biologische varianten. Okke Wiarda, Manager Merk en Communicatie bij Plus legt uit wat de overweging was voor deze keuze: “Door Fairtrade of biologische producten voor de prijs van het reguliere product aan te bieden maken we de bewuste keuze makkelijker. Onze Kartrekkers lopen voorop in het betaalbaar maken van goed eten, en daar zijn we trots op.”

Met de nieuwe televisiecommercial loopt de supermarktketen vooruit op de overheidscampagne rond ‘biologisch’, die binnenkort start.

Minister stuurt brief naar Tweede Kamer over aanpak mestcrisis

Nadat eerder deze week al enkele aspecten van de aanpak van de mestcrisis uitlekten, stuurde Minister Wiersma van LVVN een brief met de voorziene aanpak naar de Tweede Kamer. Daarin onderscheidt ze korte termijn- en lange termijn maatregelen. De korte termijn maatregelen wil de minister in de komende maanden al effectueren zodat de resultaten ervan in 2025 merkbaar worden.

Het kabinet zet primair in op het vergroten van de plaatsingsruimte voor mest. De grens voor plaatsing van dierlijke mest in de nitraatrichtlijn (170 kg N/ha) wil het kabinet afschaffen. Tegelijkertijd zet het kabinet in op Europese maatregelen ter overbrugging, de huidige en een eventuele toekomstige derogatie, zolang die grens van 170 kg N/ha nog wel is opgenomen in de Nitraatrichtlijn. Door de mestplaatsingsruimte te vergroten wordt de noodzaak om de mestproductie te beperken, kleiner, zo geeft de minister aan in haar brief.

Voor de korte termijn wil het kabinet de derogatievrije zones rondom stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden terug brengen van 250 naar 100 meter. Minister Wiersma wil verder de export van mest stimuleren. Hiervoor wil ze een meststoffen gezant benoemen die moet gaan werken aan het versterken van de relaties met potentiële buitenlandse afnemers. In 2025 komt er een subsidieregeling voor hygiënisatie-installaties en korrelinstallaties (voor dierlijke mest) die voldoen aan de erkenningseisen. Ook mikt de minister op vergroting van de mestverwerkingscapaciteit. De correctiefactor voor gasvormige verliezen tijdens opslag van mest wordt aangepast als het aan de minister ligt. Eerder was al de uitrijddatum voor mest verschoven en de subsidie Behoud grasland verhoogd van 20 euro naar 50 euro per 10 kg stikstof ut dierlijke mest per hectare.

Voor de langere termijn verwacht de minister oplossingen te vinden in de nieuwe beëindigingsregeling naast de reeds bestaande, verlaging van de mestproductieplafonds, het voerspoor (verlagen ruw eiwitgehalte), verwerking van mest in potgrond en de graslandnorm.  Bij handel in fosfaatrechten wordt in de melkveesector 30% gekort. Vanuit gesprekken met ‘Europa’ probeert de minister een aanpassing van de nitraatrichtlijn te bewerkstelligen, toelating voor RENURE en herziening van de aanwijzing kwetsbare zones (in het kader van de actieprogramma’s).

 

 

Kabinet presenteert regeerakkoord

Op vrijdag 13 september heeft het kabinet Schoofs de plannen (op hoofdlijnen) voor de komende periode gepubliceerd. Voor landbouw stelt het kabinet voedselzekerheid en innovatie centraal. Ondernemers in de landbouwsector wordt ruimte toegezegd om te ondernemen en zelf de route te kunnen kiezen naar de bijdrage aan het halen van maatschappelijke doelen. Doelsturing, vertrouwen als basis van de relatie tussen overheid en sector, strategisch periodiek overleg, brede maatschappelijke dialoog  en draagvlak zijn begrippen die worden genoemd. Het kabinet wil langjarige duidelijkheid geven en ondernemers ondersteunen bij hun inspanningen om door te ontwikkelen en te innoveren, gericht op emissiereductie voor klimaat, natuur, water (inclusief kaderrichtlijn water), stikstof, geur en fijnstof. Berekeningen en rekenmethoden moeten regelmatig worden getoetst, in Nederland en in Europa.

Er komt een brede en vrijwillige beëindigingsregeling voor veehouders die zelf willen stoppen. Het beleid wordt zoveel mogelijk aangesloten op de autonome ontwikkeling van sectoren. Jonge boeren krijgen extra aandacht, met het oog ook op overname of start van een bedrijf. Het kabinet belooft zich ook in te spannen voor PAS-melders.

Het beleid om de natuur te behouden of herstellen is gericht op ‘waarderen waar het goed gaat’, ‘behouden waar kwaliteit van de natuur stabiel is’ en herstellen waar het slecht gaat’. Het kabinet hecht eraan dat voldoende schoon zoet water beschikbaar blijft. Voor de mestcrisis heeft minister Wiersma een separate brief naar de Tweede Kamer gestuurd. In ieder geval is het de bedoeling om met goede voorstellen naar Brussel te gaan en nationaal wordt de druk zo snel mogelijk verlicht waar dit mogelijk is’.

Namens Biohuis reageerde voorzitter Pipie Smits van Oyen positief op het voornemen van het kabinet om goede afspraken te maken met ketenpartijen over het verdienvermogen van Nederlandse boeren, zo is te lezen op de website: “Een positieve ontwikkeling. Vanuit de sector zijn er diverse initiatieven die hieraan kunnen bijdragen. Wij stemmen deze graag met de Minister af.” Ook het spoor van innovatie past de biologische sector wel volgens Smit van Oyen: “Biologische landbouw is een kraamkamer voor innovatie waar de gehele landbouw profijt van heeft. Bioboeren liepen voorop bij de introductie van melkrobots, drones en gps op tractoren. En ook nu staan we vooraan met bijvoorbeeld robotisering in de onkruidbestrijding, stroken/mengteelten en het gebruik van aminozuren om de emissies in stallen te beperken. Dit jaar was de winnaar van de EIP-AGRI Innovation Awards bijvoorbeeld een biologische machine om de coloradokever mechanisch te bestrijden. We investeren in een dierwaardige veehouderij en zorgen goed voor de bodem met een ruime vruchtwisseling. We gebruiken dierlijke biologische mest en hebben hiervoor goede samenwerkingen tussen akkerbouwers en veehouders. Met ruilovereenkomsten voor bijvoorbeeld stro, grasklaver en mest sluiten we de kringloop. We hebben geen mestoverschot maar juist een mesttekort.”

 

Consument kiest vaker duurzaam voedsel

De NOS bericht dat de consument in 2023 meer geld besteedde aan duurzame voeding dan in het jaar ervoor.  Die conclusie trekken onderzoekers van Wageningen Economic Research en het Centraal Bureau voor de Statistiek in het jaarlijkse onderzoek dat in opdracht van het ministerie van LVVN wordt uitgevoerd. Vorig jaar werd Є 12,6 miljard uitgegeven aan voeding met een duurzaamheidskeurmerk. Dat is een toename van 14% te opzichte van 2022. Daarmee stegen de uitgaven aan duurzame voeding iets sterker dan de totale bestedingen aan voeding.

Het aantal verkochte producten nam ook toe, met 3%, tegenover een toename van niet-duurzame voeding met 1%.  De stijging wordt vooral gerealiseerd in de supermarkten en de horeca. Speciaalzaken die zich richten op duurzame voeding, leveren in: 4% ten opzichte van 2022. De toename bij vlees en zuivel is het sterkst. Vooral kip met minimaal één ster Beter Leven keurmerk wordt vee meer verkocht.

NOS: Minister Wiersma zet krimpplannen deels door

Volgens de NOS houdt minister Wiersma van LVVN vast aan een deel van de plannen van haar voorganger Adema om de veestapel in te krimpen. Met het oog op het beëindigen van de derogatie moet de hoeveelheid geproduceerde en uitgereden mest worden beperkt. Het voorstel om dierrechten te korten als deze verhandeld worden, zou overeind blijven, volgens de NOS. Wel zou de korting worden afgezwakt. Daarnaast zou de minister komen met een regeling voor boeren die willen stoppen. De voorstellen moeten nog in het kabinet worden besproken waarna er meer duidelijkheid over de plannen zal zijn. Het bestuur van De Natuurweide wacht eerst af wat de plannen exact  inhouden, voordat hier een inhoudelijke reactie op wordt gegeven.

Voor de zomer kwam De Natuurweide al wel met aanbevelingen met het oog op de voorgestelde wijzigingen van de mestwet. Voorzitter Sybrand Bouma benadrukte dat de sector belangrijk kan zijn is het oplossen van het mestprobleem: “De biologische melkveehouderij draagt niet bij aan het mestprobleem maar is juist onderdeel van de oplossing. Als het areaal biologische landbouw groter wordt en meer bedrijven omschakelen naar biologisch, zijn er minder dieren en neemt dus de mestproductie fors af. Hierdoor komt er óók meer ruimte en perspectief voor veebedrijven die niet willen of kunnen omschakelen naar biologisch.”

 

Biologische bedrijven hebben meer vertrouwen in de toekomst

Biologische bedrijven kijken met meer vertrouwen naar de toekomst. Dat blijkt uit de meest recente Agro Vertrouwensindex. Deze index geeft per kwartaal een beeld van de stemming in agrarisch Nederland. Ondernemers worden op regelmatige basis gevraagd naar  de ontwikkeling van o.a. productiekosten, prijzen, omzet en winstontwikkeling. Daarnaast worden deelnemende ondernemers gevraagd naar hun toekomstverwachtingen, zowel over hun bedrijf als de conjunctuur. Sinds afgelopen voorjaar is de biologische sector apart in deze index opgenomen. De resultaten van de Agro Vertrouwensindex worden ook vergeleken met die in andere EU-lidstaten.

Opvallend in de index over het tweede kwartaal van 2024 is dus dat de biologische landbouw veel positiever scoort dan de niet-biologische sectoren. Het vertrouwen van biologische ondernemers groeide voor het derde opeenvolgende kwartaal flink, met 6,5 punten naar 22. Een gedegen onderbouwing hiervoor ontbreekt maar als mogelijke verklaring wordt genoemd dat de biologische publiekscampagne vanuit het ministerie van LVVN het gemoed positief stemt.

Als u zelf met uw bedrijf mee wilt doen aan de Agro Vertrouwensindex kunt u zich aanmelden via deze link.

Biohuis: biologische mestmarkt lost uitdagingen zelf op

Hoewel er een tekort is aan biologische mest in de biologische akkerbouw en tuinbouw, kampten enkele biologische varkenshouders met een tijdelijk overschot aan mest vanwege het natte voorjaar. Een oproep onder biologische akkerbouwers en melkveehouders  bood de oplossing. Voor 600 ton vaste en 3000 ton drijfmest werd afzet gevonden op biologische gronden. Dat meldt Mark Hahné van de Vereniging van Biologische Varkenshouders (VBV) op de website van Biohuis.

Normaal gesproken komen vraag en aanbod bij elkaar op de Biobank. Omdat de nood hoog was deed Hahné een oproep tijdens de Bioraad, de maandelijkse vergadering van Biohuis waar alle biologische sectoren bij elkaar komen. De oproep is verspreid onder leden van Bioplant (biologische akkerbouwers) en de Natuurweide. Hahné: “Er bellen mij nog steeds biologische akkerbouwers en varkenshouders. De één heeft behoefte aan mest- of opslagruimte, de ander wil de mest graag kwijt en zoekt plaatsingsruimte, het liefst in de nabije omgeving.”

Henk Klompe, voorzitter van BioPlant, de vereniging van biologische akkerbouwers, kiest zelf voor 100% voor biologische mest. “Wij kunnen kiezen uit verschillende soorten. Het hangt van je bouwplan af welke meststoffen bij je passen. Varkensmest gebruik ik voor de aardappels. Maar als varkensmest echt duur is, kies ik andere mest. Het mooiste is om één op één relaties te hebben, rechtstreeks tussen veehouders en telers zodat je directe afzet hebt. Zo lever ik zelf biologische tarwe aan een kippenhouder in ruil voor biologische kippenmest. En onze biologische stro en grasklaver gaat naar een biologische melkveehouder. Daar krijg ik vaste potstalmest voor terug. Twee ruilovereenkomsten waarmee we de kringloop sluiten.”

Meer gegevens over de regelgeving rond mest en de mestmarkt kunt u lezen in dit factsheet van Biohuis.