Omzet biologisch voedsel sterk gegroeid maar marktaandeel nog klein

De NOS meldt op basis van cijfers van CPS GFK dat de omzet in biologische voeding met meer dan 50% is gegroeid in de laatste vijf jaar. Het marktaandeel is licht gegroeid, naar 4% (+o,5%). De totale omzet in biologische voeding was vorig jaar 1,4 miljard euro, 500 miljoen euro meer dan vijf jaar geleden. De groei in het niet-biologische deel van de markt groeide duidelijk minder hard, namelijk 25%. Belangrijke aanjager van de snelle groei is het grotere aanbod aan biologische producten in de supermarkt maar ook producten die in een biologische variant beschikbaar komen. Voorbeelden daarvan zijn pompoenen, gember en rode- en witte kool.

Eric Harmsen van onderzoeksbureau CPS GFK legt uit waarom het marktaandeel slechts langzaam is gestegen: “Mensen worden door de prijs vaak afgeschrikt. Het is namelijk duurder dan niet-biologische producten.” De nudging campagne die in de voorbije periode is gevoerd, draagt deels bij aan de groei. Bij nudging, met teksten die het biologische karakter van producten benadrukken, krijgen consumenten ene extra prikkel om voor biologisch te kiezen.  Aafke Homan van Bionext: “Ook hebben we gemerkt dat het gebruik van kleuren werkt. Denk aan een groen vlak op glazen deuren in de supermarkt. Hierdoor weet je dat de producten die erachter liggen biologisch zijn.”

Belangrijke voorwaarden voor verdere groei is een uitgebreider aanbod en een lagere prijs, zo geeft Eric Harmsen van CPS GFK aan: “PLUS heeft al alle verse melk en karnemelk in een literpak van het huismerk biologisch gemaakt, maar de prijs is voor de consument gelijk gebleven. Ook moet het aanbod nog groter worden. Er is gebleken dat als het aanbod toeneemt, meer mensen biologische producten kopen. Daarin is een belangrijke rol weggelegd voor telers. Het zou goed zijn als ze omschakelen naar biologisch landbouw.”

Vanuit akkerbouwkringen is terughoudendheid om de koers naar biologisch te verleggen. Akkerbouwer Dingeman Burgers, op dit moment voor 10% biologisch: “Ik ben voorzichtig in de omschakeling naar biologisch. De afzet is gewoon onzeker. Of ik de producten wel kwijt kan tegen een goeie winstmarge. En wat er de laatste jaren bij komt: het veranderende klimaat zorgt bij biologisch voor meer risico. De kans op een mislukte oogst is groter.”

 

Tweede Kamer wil sneller brede uitkoopregeling

De Tweede Kamer heeft in een debat over het aangekondigde mestbeleid gevraagd om een brede uitkoopregeling sneller beschikbaar te maken. Dat meldt de NOS. Diverse partijen, waaronder NSC, CDA, ChristenUnie en D66, vrezen een koude sanering als het mestoverschot niet sneller wordt beperkt. Met ingang van 2025 worden de mestplafonds verlaagd en dreigen generieke maatregelen als de maatregelen niet snel genoeg effect sorteren. Minister Wiersma van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur heeft een regeling aangekondigd die boeren die willen stoppen, financieel compenseert. Deze regeling zou per 2026 beschikbaar moeten komen maar in de ogen van verschillende landbouw woordvoerders is dat te laat.

 

 

Minister Wiersma belooft plan voor gebiedsgerichte aanpak voor eind 2024

Minister Wiersma van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur heeft de Tweede Kamer in een brief geïnformeerd dat een verdere uitwerking van de implementatie van doelsturing op emissies eind dit jaar beschikbaar is. Onderdeel daarvan zijn ook de planning en de wijze van uitvoering. Over de beëindigingsregeling wordt dan ook meer duidelijk, zo is te lezen in de broief van de minister.

Het kabinet wil bij de sturing op omgevingswaarden (in het kader van de Wet Stikstofreductie en natuurverbetering) over gaan van depositiesturing naar sturing op emissie van stikstofoxiden en ammoniak. De kritische depositiewaarde (KDW) wordt dan vervangen door een juridisch houdbaar alternatief waarin de gemeten staat van de natuur centraal staat. Wanneer dit het geval is, zal de monitoring daarop worden aangepast. Tot dat moment monitort het kabinet de huidige stikstofdoelstellingen, zo laat de minister weten.

Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) publiceerde op 1 oktober de jaarlijkse “Monitor stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden 2024”. In dit rapport wordt aangegeven hoe de ontwikkeling is geweest van stikstofemissies en -deposities op de stikstofgevoelige natuur in Natura 2000-gebieden. De verwachting is dat de ammoniak- en stikstofemissies afnemen, waardoor de gemiddelde overschrijding van de KDW afneemt van 510 (2021) naar 385 mol per hectare per jaar (2030). Het percentage van het areaal dat onder de KDW ligt, neemt naar verwachting slechts beperkt toe: van 29% in 2025 naar 30% in 2030 en 2035). Daarmee blijft het wettelijke doel buiten bereik. Dit is namelijk 40% in 2025, 50% in 2030 en 74% in 2035. De effecten van de landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties (Lbv), de aanpak piekbelasting (Lbv-plus) en het het vervallen van de derogatie-uitzonderingspositie zijn ook meegenomen in het rapport. Door deze maatregelen komt de gemiddelde mate van overschrijding van de KDW in 2030 uit op ongeveer 340 mol/ha/jaar. Dit is een daling van ca 4%.

De Natuurweidedag op 6 november in Kamerik: meld u aan!

De jaarlijkse Natuurweidedag is op woensdag 6 november in De Beekhoeve in Kamerik (regio Utrecht). Tijdens deze dag willen we met u in gesprek over de ontwikkelingen in en rond de sector en hoe De Natuurweide opereert in deze omstandigheden. Er was al een stikstofcrisis, daar kwam een mestcrisis bij. Afspraken maken tussen overheid en landbouwpartijen lukte niet. Er trad een nieuw kabinet aan, het Nationaal Programma Landelijke Gebied (en de bijbehorende middelen), ging van tafel. Wat betekenen deze ontwikkelingen voor de biologische sector? Hoe kunnen we vanuit De Natuurweide de belangen van de biologische melkveehouderij zo goed mogelijk dienen? Deze vragen staan centraal tijdens deze dag met diverse sprekers en met volop gelegenheid voor discussie. We hopen en rekenen dus op de aanwezigheid van veel leden!

U kunt zich aanmelden via het aanmeldformulier.

EU Rekenkamer wijst op noodzaak visie voor biologisch

De Europese Rekenkamer zet in een rapport vraagtekens bij de doeltreffendheid van steun aan de biologische landbouw in de EU, zo meldt Biojournaal. Het ontbreekt aan visie en doelstellingen voor de biologische landbouw na 2030. Het biologische landbouwareaal in de EU groeit maar voor de wensen en behoeften van de sector is te weinig aandacht. Daarmee neemt de EU het risico dat de grote groei van de biologische landbouw naar 25% van het landbouwareaal uitblijft. Enkele conclusies die de Rekenkamer trekt in het rapport zijn:

  • Hoewel de EU sinds 2014 ongeveer 12 miljard euro heeft uitgetrokken voor steun aan de biologische sector, heeft deze geldinjectie daar geen boost opgeleverd
  • Lacunes en inconsistenties gaan ten koste van Europa’s beleid en strategie
  • Uiterlijk in 2030 25% van de landbouwgrond in de EU biologisch bebouwen lijkt een onbereikbare doelstelling

Tussen 2014 en 2022 ontving de Europese landbouw 12 miljard euro aan steun om de omschakeling naar biologische landbouw en et behoud van de sector te ondersteunen. Voor de periode tot 2027 is nog eens 15 miljard euro gereserveerd. De steun beoogde landbouwers te compenseren voor extra kosten en verlies van inkomen door de omschakeling naar biologische landbouw. Biologische landbouwers waren echter niet verplicht biologische producten te produceren om deze steun te ontvangen. Daardoor is de biologische markt erg klein gebleven, ongeveer 4% van de totale Europese voedselmarkt.

De Europese Rekenkamer mist kwantificeerbare doelen voor de biologische sector. De doelstelling voor het landbouwareaal (25% in 2030) is de enige doelstelling. De Rekenkamer zou graag aanvullende doelstellingen zien om de vooruitgang van de sector te meten.

Jumbo maakt biologische ambitie bekend

Nadat de andere grote supermarkten in Nederland eerder al hun doelstellingen rond biologische omzet en assortiment bekend maakten, kwam supermarktketen Jumbo met haar doelstelling. Biojournaal meldt dat Jumbo ernaar streeft in 2026 minimaal 8% en in 2027 minimaal 10% van de verkochte aardappelen, groente en fruit biologisch te laten zijn. Jumbo ziet biologische producten als een belangrijke stap in de verduurzaming van het assortiment. Naast AGF-producten met het On the Way to Planet Proof keurmerk, liggen al biologische producten in het AGF-schap bij Jumbo. Voorbeelden daarvan zijn pompoenen, gember, verse kruiden, rode en witte kool. In de komende tijd wordt het aanbod van biologisch assortiment verder uitgebreid.

Jan Groen, bestuursvoorzitter van Bionext, is blij met de groeidoelstelling van Jumbo: “De groei van biologische landbouw is goed voor alles en iedereen. Biologische landbouw draagt bij aan een gezond ecosysteem met onder andere gezondere bodems en het behoud van biodiversiteit, doordat er geen chemische middelen worden gebruikt. Verder blijkt uit onderzoek dat klanten een groter bio assortiment waarderen en zo ook vaker de keuze maken voor bio.”

RVO update over beëindigingsregelingen Lbv en Lbv-plus

Uit de wekelijkse update van RVO over het aantal aanvragen voor de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties en de variant daarvan voor bedrijven die als piekbelaster zijn aangemerkt (Lbv-plus), blijkt dat in totaal 1448 bedrijven een aanvraag hebben gedaan. Daarvan zijn 398 bedrijven melkveehouderijen. Alleen vanuit de varkenshouderijhoek zijn meer aanvragen: 552. Voor de Lbv zijn 665 aanvragen toegekend en 349 overeenkomsten getekend terug ontvangen door RVO. Bij de Lbv-plus regeling zijn 575 aanvragen toegekend en 130 overeenkomsten ondertekend. Het hoogste aantal aanvragen komt uit de gemeente Ede: 76. Venray (72), Barneveld (71), Land van Cuijk (40) en Nederweert (38)maken de top vijf compleet.

Van de 398 aanvragen van melkveebedrijven waren er 251 aanvragen voor Lbv en 147 voor Lbv-plus. Daarvan zijn 111 overeenkomsten ondertekend en geretourneerd. Dit is dus het aantal ondernemers dat heeft besloten het bedrijf te beëindigen in het kader van deze regelingen.

Biologische melkkoe rum 40 dagen langer in de wei

Melkkoeien van biologische melkveehouders stonden in 2023 gemiddeld 40 dagen langer in de wei dan koeien van hun niet-biologische collega’s. Dat meldt Ekoland op basis van cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Biologische koeien stonden gemiddeld 199 dagen buiten tegenover 156 dagen voor de gemiddelde niet-biologische koe. Het CBS meldt dat biologische melkkoeien ook vaker dan niet-biologische koeien dag en nacht in de wei staan. Wel is het aantal melkkoeien – biologisch en niet-biologisch – dat dag en nacht buiten staat, afgenomen. Het aantal dagen weidegang is ook gedaald, onder andere door weersomstandigheden.

Een biologische koe stond in 2023 twee keer zo lang (2.557 uur) in de wei dan een niet-biologische koe (1.249 uur). Een biologische koe staat overdag langer in de wei maar ook vaker dag en nacht. Het aantal dagen weidegang ligt ook hoger. Bij weidegang overdag stond een biologische koe gemiddeld negen uur in de wei en zeven uur op een niet-biologisch bedrijf. Bij weidegang overdag en ’s nachts was dit negentien respectievelijk zestien uur.

 

Consument koopt meer biologische versproducten

Ondanks de relatief hoge inflatie in 2023 (12,1%) is de omzet ij biologische versproducten in de supermarkten met 14,1% gestegen. Dar meldt Ekoland, verwijzend naar het trendrapport dat Bionext publiceerde. De groei van 150 miljoen euro bracht de totale omzet in 2023 op ruim 1,2 miljard euro.

Het marktaandeel van biologisch in de supermarkten steeg naar 3,5%. AGF (31,2%), vis (31,1%) en Brood & banket (25%) zijn procentueel de sterkste groeiers in de supermarkt. Bionext meldt dat de stijging van het aandeel biologisch iets hoger is dan de inflatie. Daarmee stijgt ook het volume voorzichtig. De sterkste stijgers in de hoofdcategorie Vers zijn: fruit (91%), aardappelen (31%) en kaas (28%). Dalers in de hoofdcategorie Vers zijn vleesconserven/rookworst (-19%), varkensvlees (-10%) en pluimveevlees (-6,7%).

Holistische blik op prestaties biologische melkveehouderij dankzij BioMonitor

Uit onder andere de Quick Scan Stikstofproblematiek en Biologische Veehouderij en het onderzoek ‘Het perspectief van biologische landbouw’ van Wageningen University & Research (WUR), bleek dat de biologische melkveehouderij bijdraagt aan reductie van broeikasgassen, ammoniak, stikstof en nitraatuitspoeling. De Kringloopwijzer is in de melkveesector het breed gebruikte monitoringsinstrument voor natuur- en klimaatprestaties maar bevat rekenregels en aannames die soms onvoldoende recht doen aan het biologische systeem. De sector stond dus welwillend tegenover het initiatief om te werken aan een monitoringssystematiek, die is afgestemd op het biologische systeem.

Gedragen door de sector
In opdracht van het ministerie van LVVN en onder projectleiderschap van Gerard Migchels van de WUR, is begin 2022 de Pilot BioMonitor Melkveehouderij opgestart. In de projectgroep zitten naast elf biologische melkveehouders afgevaardigden van De Natuurweide (vereniging van biologische melkveehouders), Biohuis (brancheorganisatie voor alle biologische primaire sectoren), onderzoekers van de WUR en het Louis Bolk Instituut en enkele zelfstandige adviseurs met sterke binding met de sector. Daarmee is de pilot nauw betrokken bij de praktijk van de biologische melkveehouderij. De deelnemende biologische melkveehouders vormen met hun bedrijven een representatieve weergave van de diversiteit binnen de sector, kijkend naar onder andere regio, grondsoort, grootte, mate van intensiteit, samenwerking met akkerbouw en ervaring.

Verzamelen data
In de eerste fase zijn de reeds beschikbare data verzameld en is geanalyseerd welke data uit de Kringloopwijzer zonder meer bruikbaar zijn, en welke aanpassing vragen voor het biologische systeem. Daarna zijn aanvullende data verzameld uit analyses van o.a. kuil-, gras- en mestmonsters bij de deelnemende bedrijven. Daarmee ontstond een uitgebreide dataset en goed beeld van de aanvullingen en aanpassingen die nodig waren voor de BioMonitor. De projectgroep streeft wel naar verdere uitbreiding en actualisatie van deze dataset. Hiervoor zijn aanvullende onderzoeken nodig.

Holistische benadering
Een uitgangspunt voor de BioMonitor is dat deze een breed, holistisch beeld geeft van de prestaties van individuele bedrijven en de sector. Dat beeld gaat dus verder dan ammoniak- en stikstofemissies. Daardoor kan worden voorkomen dat aanpassingen in de bedrijfsvoering nadelig uitpakken op andere belangrijke aspecten. De BioMonitor bevat negen thema’s, met gemiddeld drie onderliggende indicatoren per thema. Deze geven een beeld van de prestaties op gebied van natuur (bodemkwaliteit, waterkwaliteit, biodiversiteit en landschap) en klimaat (energie en klimaat, circulariteit) maar ook van dierwaardigheid, maatschappelijke diensten, arbeid en bedrijfseconomie.

De brede, holistische en circulaire blik past in de uitgangspunten van de biologische systeemlandbouw om ecologische en ethische aspecten als integraal onderdeel van de bedrijfsvoering te zien. Voor melkveehouders, maar ook overheden, is het daarnaast van belang om inzicht te hebben in de bedrijfseconomische en financiële situatie van bedrijven en de sector als geheel. Deze indicatoren geven tezamen met de thema’s maatschappelijke diensten en arbeid een indicatie van de maatschappelijke waarde en de continuïteit daarvan.

Thema’s en indicatoren
In de praktijk zal werkendeweg, door toepassing van de BioMonitor, blijken waar de gekozen thema’s, indicatoren en scoringsmethodes aanpassing of aanscherping vragen. Met belanghebbers als melkveehouders en overheden zal dan ook regelmatig worden afgestemd welke wensen daar leven. De projectgroep kijkt ook zelf naar mogelijkheden om relevante indicatoren toe te voegen. Beschikbaarheid van betrouwbare data en praktische haalbaarheid van dataverzameling zijn daarbij een belangrijk vertrekpunt. Zo zou van ieder melkveebedrijf idealiter de bodemkwaliteit van alle percelen aan de hand van bodemmonsters vastgesteld moeten worden. De verschillen tussen percelen op een bedrijf, en het daardoor benodigde aantal grondmosters, maakt dat vooralsnog niet haalbaar.

Opschaling
In de volgende fase van de pilot zal worden gewerkt aan opschaling van het aantal gebruikers van de BioMonitor. Niet alleen kunnen meer bedrijven werken aan optimalisatie van hun bedrijfsvoering en verlaging van emissies; ook de biologische dataset kan verder worden uitgebreid. Uiteindelijk werkt de pilot er naar toe om de waarde van een individueel bedrijf blijvend te optimaliseren. De prestaties van alle bedrijven tezamen maken de waarde van de sector inzichtelijk voor diverse beleidsthema’s. Daarmee draagt de BioMonitor bij aan de innovatieve doelsturing. Doorontwikkeling van de BioMonitor, voortbordurend op de filosofie van prestatiemonitoring in de volle breedte van bedrijf en sector, zijn daarom van groot belang .