Gezamenlijk plan voor aanpak mestcrisis naar minister Adema gestuurd

Afgelopen dinsdag hebben LTO, NAJK, NZO en De Natuurweide een gezamenlijk plan naar buiten gebracht met het oog op de huidige mestcrisis en het mestdebat van 25 april 2024. De beslissing om dit in gezamenlijkheid te doen komt voort uit een gedeelde zorg over de toekomst van de hele melkveehouderijsector. Lange termijn oplossingen worden momenteel doorkruist door een acute mestcrisis in de reguliere melkveehouderij.

De Nederlandse melkveehouderijsector heeft diversiteit als kracht. Met onderling respect voor ieders bedrijfsvoering zijn er verschillende oplossingsrichtingen. Biologisch is hier duidelijk één van. Vanuit de gezamenlijk biologische zuivelsector is niet voor niets een ambitie opgesteld van een forse opschaling van het consumptievolume.

De acute mestcrisis bij onze reguliere collega’s komt door een stapeling van maatregelen die leiden tot grote onrust en negatieve effecten in de sector; direct of indirect en op korte of op langere termijn. Met name de extensievere (familie-)bedrijven ondervinden de gevolgen ervan. Dit zijn juist de bedrijven die door hun extensievere bedrijfsvoering meewerken aan doelen die ook de biologische sector nastreeft. Het zijn ook bij uitstek de bedrijven die kunnen omschakelen naar ‘biologisch’ en zo meewerken aan de gezamenlijke ambitie om de biologische melkvee- en zuivel sector op te schalen.

De onlangs gepubliceerde mestbrief van de minister verandert weinig aan de huidige crisis, waarbij de biologische melkveesector bovendien niet wordt ontzien bij een mogelijke generieke korting. De biologische sectorale grondgebondenheid valt namelijk niet onder de Nederlandse definitie van grondgebondenheid. Daarmee is bij de uitvoering van de meststoffenwet een groot deel van de biologische melkveehouderij niet uitgesloten bij een eventuele generieke korting.

Gelet op de specifieke situatie in de biologische sector, als een van de oplossingsrichtingen met een forse ambitie en zelfs een tekort aan mest, moeten daarom apart werkbare afspraken worden gemaakt, zoals we in het gezamenlijke plan hebben voorgesteld.

Voorstel voor aanpak mestcrisis naar minister Adema

Vier boerenorganisaties, waaronder De Natuurweide, hebben een eigen voorstel gepresenteerd om de mestproblematiek aan te pakken. Het voorstel is een reactie op een eerder door minister Adema gelanceerd plan. In het voorstel van de vier gezamenlijke landbouworganisaties wordt voorgesteld dat het voor melkveehouders mogelijk moet worden om hun veestapel vrijwillig in te krimpen, in ruil voor een jaarlijkse vergoeding. Ook wordt gepleit voor een verlaging van het eiwitgehalte in koeienvoer en een extra afroming voor van buiten familieverband verhandelde fosfaatrechten. Naast De Natuurweide hebben LTO Nederland, het NAJK (Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt), de NZO (Nederlandse Zuivelorganisatie) het voorstel ondertekend. Lees meer op de NOS-website.

 

Consumentencampagne over ‘biologisch’ start in juni

Begin juni start de consumentencampagne die door het ministerie van LNV is geïnitieerd. Na afstemming met een afvaardiging van Bionext, Biohuis en Bio Nederland, eerder deze maand, heeft communicatiebureau Open Now groen licht om de campagne uit te rollen. Willem Groenenberg, bestuurslid Biohuis, verklaart op Biojournaal: “Wij zijn tevreden over de gedegen aanpak van Open Now en de uitleg over de gekozen strategie. De campagne koppelt positieve associaties aan biologisch. Het keurmerk en logo komen er sterk in naar voren. De Rijksoverheid is afzender van de campagne.”

Na gedragsonderzoek door Motivaction zijn twee interessante doelgroepen geïdentificeerd: de prijsbewuste verantwoorde koper en de welgestelde bewuste koper. De campagne zal deze doelgroepen via televisie en buitenschermen bereiken. De campagne start in week 23 (de week van 3 juni) en duurt vier weken. Na een tussentijdse evaluatie en het doorvoeren van eventuele verbeterpunten krijgt de campagne een vervolg in september.

Seminar ‘Bio in de supermarkt’

Tijdens het seminar ‘Bio in de Supermarkt’ kwamen supermarkten, overheid, politiek, de agrarische sector, maatschappelijk middenveld en de wetenschap samen, zo meldt Biojournaal. Questionmark, onderzoeksbureau dat onderzoek doet naar gezonde en duurzame voeding, presenteerde een beleidsadvies voor supermarkten. Supermarkten spelen een grote rol in de gewenste groei van het biologische landbouwareaal.

Gustaaf Haan, hoofd onderzoeker bij Questionmark, presenteerde het beleidsadvies. De belangrijkste aanbeveling is om een doel op inkoop van biologisch voedsel stellen. Supermarkten kunnen het beste zelf bepalen welke maatregelen in hun winkels passen om de biologische markt te stimuleren. Een concrete doelstelling werkt door naar alle niveaus in de organisatie. Gustaaf Haan: “We horen van iedereen dat het belangrijk is dat vraag en aanbod gelijk op groeien.” Een voorspelbare groei is dus belangrijk. “Hoe preciezer supermarkten per jaar kunnen aangeven met hoeveel procent zij per jaar kunnen gaan groeien, hoe beter de aanbodkant daarop kan inspelen.”

De biologische consument
Eric Harmen, senior shopping consultant bij onderzoeksbureau GfK, zoomde in op  ‘de biologische consument’. Er blijkt een duidelijke link te zijn tussen kennis en houding als het gaat om biologisch. Als de kennis van biologische voeding toeneemt, stijgt de vraag. daarnaast geeft 32% van de shoppers aan meer te zullen kopen bij een groter biologisch aanbod.

Campagne rond biologisch bij Albert Heijn

Binnenkort start bij Albert Heijn de landelijke nudgingcampagne die Bionext heeft geïnitieerd, als onderdeel van de Europese consumentencampagne. Consumenten zien korte teksten over ‘biologisch’ op de plek van aankoop. Voorbeelden daarvan zijn: ‘Biologisch, proef het verschil’, ‘Voor hetzelfde geld heb je biologisch’ of ‘Biologisch, goed voor de natuur en voor jou’. De aankoopbereidheid wordt groter als consumenten weten wat de meerwaarde is van biologische producten, zo blijkt uit onderzoek van GfK. Een van de belangrijkste redenen om niet te kiezen voor biologische producten is gebrek aan kennis over ‘biologisch’ bij de consument.

“We vinden het belangrijk om onze klanten te inspireren om vaker biologisch te kiezen”, zegt Johan van der Zanden, directeur marketing en communicatie bij Albert Heijn. “Daarom ben ik blij dat we samen met Bionext gedurende langere tijd kijken hoe we dat het beste bij het schap kunnen doen. Als supermarkt met het grootste aanbod biologische producten in Nederland zetten we onverminderd in op ons biologische assortiment en daar is dit project een mooi voorbeeld van.” Lees meer op Biojournaal.

Consument koopt vaker mét keurmerk

Consumenten kopen vaker voeding met een duurzamer keurmerk, zo blijkt uit de jaarlijkse Monitor Keurmerken Retail van Circana. De omzet van deze voedingsmiddelen groeide twee keer zo hard (+22%) als de omzet van de gehele mark (+9,5%). De grootste aanjager van de groei is vlees met het Beter Leven Keurmerk met 1 ster. In 2023 werd bijna 500 miljoen euro regulier pluimveevlees vervangen door vlees met het Beter Leven Keurmerk met 1 ster. Daardoor heeft 60% van verkochte kip nu een keurmerk, ten opzichte van 44,1% in 2021. Het vervangen van reguliere producten naar producten met duurzamere keurmerk is een zichtbare en blijvende trend in de supermarkt. Van de gehele foodomzet komt 25% uit producten met een keurmerk.

Lees hier de bevindingen van Circana.

Biohuis: “Plan van aanpak mest niet goed voor biologisch”

In een verklaring stekt Pipie Smits van Oyen, voorzitter Biohuis, de vereniging van biologische boeren en tuinders, dat de aanpak van de huidige mestcrisis niet goed uit pakt voor de biologische landbouw. Sterker nog: het pakt ronduit slecht uit voor de biologische sector. Smits van Oyen: “De biologische sector heeft geen aandeel in het probleem, heeft geen mestoverschot en maakt geen gebruik van de derogatie die nu gaat vervallen. We zouden dus moeten bijdragen aan het oplossen van een probleem waar we geen onderdeel van zijn. Mest van onze veehouders wordt veelal afgenomen door de plantaardige biologische collega’s. Een kringloopsamenwerking die de afgelopen jaren, gestimuleerd door het ministerie van LNV, is opgebouwd. Ongeveer de helft van biologische melkveehouders en een groot deel van de tuin- en akkerbouw zou door de maatregel in de problemen komen.”

Volgens Smit van Oyen draagt de voorgestelde aanpak niet bij aan het doel om de biologische sector te laten groeien en moet juist voor de biologische sector naar een andere, specifieke aanpak worden gekeken: “Wat ons betreft wordt de graslandnorm sectoraal ingevuld voor alle biologische boeren. Alle biologische mest komt op biologische grond. Op die manier bieden we een meer dan gelijkwaardig alternatief voor het plan van het kabinet. De grondgebondenheid en de samenwerking tussen plantaardig en dierlijke bedrijven is in de biologische landbouw wettelijk geborgd en onafhankelijk gecontroleerd. Biologisch biedt dus een hoge mate van circulariteit. We maken geen gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen en kunstmest, gebruiken minder inputs uit het buitenland en zorgen voor de bodemvruchtbaarheid en dierenwelzijn. Ook beter voor het milieu, de waterkwaliteit en de biodiversiteit. Wat wil het Kabinet nog meer?”

Lees de volledige verklaring op de website van Biohuis.

Biologische landbouw heeft effect op gebruik gewasbeschermingsmiddelen

Gangbare, niet-biologische landbouwbedrijven gebruiken meer chemische gewasbeschermingsmiddelen als op omliggende percelen biologisch wordt geteeld. Dat blijkt uit Amerikaans onderzoek dat in het tijdschrift Science is gepubliceerd. Indien de oppervlakte van biologische bedrijven toeneemt of biologische akkers dicht bij elkaar liggen neemt het gebruik bij niet-biologische bedrijven juist af. Eerder (theoretisch) onderzoek uit 2013 door Felix Bianchi van Wageningen University & Research kwam tot dezelfde conclusie.

Bianchi kwam tot de conclusie dat natuurlijke vijanden van plaaginsecten beter gedijen op biologisch beheerde landbouwgrond, Daardoor ontstaat een natuurlijk evenwicht waarin plaaginsecten onder controle worden gehouden door hun natuurlijke vijanden. Dat natuurlijke evenwicht raakt verstoord op gronden waarop wel gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt. Daar komen de natuurlijke vijanden als spinnen, sluipwespen en roofkevers minder voor. Doordat er dan meer plaaginsecten voorkomen gaat de boer deze bestrijden met meer gewasbeschermingsmiddelen.

Op basis van beide onderzoeken pleit Bianchi dan ook voor verdere verduurzaming van de landbouw: “In Nederland zouden we sneller moeten overschakelen naar teeltmethoden waarbij geen of in ieder geval veel minder chemische gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt. We zitten nu op iets minder dan 5 procent biologisch beheer: als dat naar 20 of 30 procent gaat, dan zullen boeren veel minder hoeven te spuiten omdat er dan meer natuurlijke vijanden in ons landschap aanwezig zijn.”

 

Meer tijd en budget voor vrijwillige stoppersregelingen

De Europese Commissie heeft ingestemd met Nederlandse voorstellen om meer tijd en en geld uit te trekken voor de vrijwillige beëindigingsregelingen. Er kan door geïnteresseerde boeren tot 24 december 2024 worden ingetekend voor de regeling voor piekbelasters (Lbv-plus). Het budget voor de beide regelingen (Lbv en LBV-plus) wordt verhoogd met ruim €1,4 miljard. Er is dus niet alleen meer geld beschikbaar, boeren hebben ook meer tijd om zich te beraden op hun toekomst. Het kabinet hoopt dat iedere boer die wil stoppen gebruik kan maken van de regelingen. Inmiddels zijn er circa 1300 aanmeldingen binnen.

Zodra de verruiming is gepubliceerd zullen nieuwe aanvragen in behandeling worden genomen. Eerdere aanvragers worden geïnformeerd over de verdere gang van zaken. Ook zal RVO positieve beslissingen bekend maken bij boeren die al eerder aanvragen hebben ingediend.

Kabinet komt met voorstel voor mestaanpak

Minister Adema heeft namens het kabinet een plan van aanpak gepresenteerd dat moet zorgen voor  verlichting van de mestcrisis. Onderdeel van het plan is een brede beëindigingsregeling. Deze regeling richt zich op veehouders die in de komende jaren (2025-2029) willen stoppen met hun bedrijf. Daardoor wordt het aantal dieren verlaagd en dus ook de productie van mest. Dat draagt ook bij aan verlaging van stikstofemissie en nitraatuitspoeling. De productierechten van deze bedrijven vervallen waardoor er ook ruimte ontstaat voor legalisatie van PAS-melders.

Een lager aandeel ruw eiwit in het rantsoen helpt ook om stikstof in mest te verlagen. Deze oplossing is vanuit de sector zelf aangedragen. Deze hogere rantsoenefficiëntie moet door melkveebedrijven zelf worden gerealiseerd. Het doel is om in 2025 in de sector gemiddeld op een ruw eiwitgehalte van 160 gram per kilo droge stof uit te komen.

Verder wil het kabinet een graslandnorm vaststellen die bijdraagt aan de grondgebondenheid te stimuleren. Meer grasland draagt bij aan het beperken van uitspoeling en helpt om andere natuur- en klimaatdoelen te realiseren. Voor de melkveehouderij zou in 2032 een graslandnorm moeten gaan gelden van 0,35 hectare grasland per grootvee-eenheid (GVE). dit doel moet via twee tussentijdse normen bereikt worden: 0,2 hectare grasland per GVE per januari 2028 en 0,25 hectare grasland per GVE per januari 2030. De norm is van toepassing op alle grond van een bedrijf binnen een bepaalde afstand, ongeacht of het gaat om eigen grond of gepachte grond.

Boeren die in 2021 of 2022 nog gebruik maakten van derogatie, kunnen financiële ondersteuning ontvangen om graslandareaal te behouden. Deze subsidie gold al in 2023 en wordt doorgezet in 2024 en 2025.