Nieuwe publicaties van Louis Bolk Instituut

Het Louis Bolk Instituut publiceerde recent een aantal factsheets en artikelen die voor biologische melkveehouders interessant zijn. De factsheet ‘Biologische graslandproductie: Check de basis in de bodem‘ biedt handvatten om vooruit te kijken naar het komende weideseizoen met gebruik van gegevens uit boekhoudrapporten Skal-controles en de Kringloopwijzer. Ook kuilanalyses geven waardevolle informatie.

Voederhagen en -bomen zijn aan een opmars bezig. Steeds meer boeren zetten hagen en bomen in om koeien beschutting te geven tegen zon en warmte of kou en wind. Daarnaast bieden hagen en bomen aanvullende mineralen en metabolieten aanvullende voedingswaarde voor koeien en wordt de biodiversiteit groter, ook op en in de bodem. In ‘Oogsten van bladeren en twijgen van voederbomen‘ is hierover meer te lezen.

Tenslotte biedt het artikel ‘Regenwormen, waterinfiltratie, verdroging en klimaatverandering‘ inzicht in de bijdrage van wormen aan het waterregulerend vermogen van grasland, Het artikel beschrijft hoe activiteiten van wormen kunnen worden gestimuleerd.

Rli dringt aan op aanpassing grondbeleid

De Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli) adviseert het kabinet het grondbeleid aan te passen met het oog op de ontwikkeling van het platteland. Het advies werd aangeboden aan minister Wiersma van LVVN, minister Keizer van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en minister Heinen van Financiën. Grond speelt een belangrijke rol in de keuzes die in het landelijk gebied worden gemaakt. Nederland staat voor grote opgaven op gebied van wonen, landbouw, defensie, natuur, waterkwaliteit en (duurzame) energie. Bij bedrijfsbeëindiging wordt de grond vaak verkocht zonder dat een toekomstig gebruik bijdraagt aan verduurzaming en plattelandsontwikkeling. In het advies doet de Raad dan ook een drietal aanbevelingen:

1. Haal prikkels uit belastingregels en subsidies die grondprijzen opdrijven
Belastingregels met bepaalde vrijstellingen rond bedrijfsopvolgingen en subsidies vanuit het GLB of stoppersregelingen, hebben een prijsopdrijvend effect op landbouwgrond. De Raad stelt voor om fiscale vrijstellingen om te bouwen naar een pensioenfonds voor boeren, duurzaamheidsvoorwaarden te verbinden aan bedrijfsopvolging, landbouwsubsidies te richten op verduurzaming en structuurversterking en grondprijs opdrijvende prikkel uit stoppersregelingen te halen.

2. Geef richting door onderscheid te maken tussen productielandbouw en maatschappelijke landbouw
De Rli beveelt een tweedeling aan in de ontwikkeling van landelijk gebied: een gericht op productielandbouw en een gericht op maatschappelijke landbouw. Bij productielandbouw ligt de focus op voedselproductie, bij maatschappelijke landbouw spelen andere functies een rol die vragen om subsidies en instrumenten, gericht op de planologische functies van een gebied. De Raad pleit voor een sterkere samenhang tussen projecten in een gebied.

3. Grijp actiever in op de grondmarkt om maatschappelijke doelen te bereiken
Om de maatschappelijke doelen te halen, voorziet de Rli een ingrijpende herinrichting van delen van het landelijk gebied. Inzet van instrumenten als wettelijke herverkaveling, onteigening (inclusief schadeloosstelling) en voorkeursrecht zijn daarbij volgens de Rli onmisbaar. Deze kunnen naast vrijwillige instrumenten worden ingezet. Verder beveelt de Rli aan om te toetsen of grondtransacties bijdragen aan het oplossen van maatschappelijke opgaven.

Waterkwaliteit verslechtert verder

De waterkwaliteit in Nederland voldoet nog steeds niet aan de Europese normen, zo stelt de NOS naar aanleiding van een analyse door Nieuwsuur. In 2027 moeten alle EU-lidstaten voldoen aan de kwaliteitseisen voor water maar vooralsnog verslechtert deze in de laatste jaren nog steeds. Indien Nederland niet voldoet aan de eisen van de Kaderrichtlijn Water (KRW) dan kan de EU hoge boetes opleggen. In 2024 kreeg Nederland al een waarschuwing vanwege de slechte waterkwaliteit.

In 2025 werden 745 oppervlaktewateren beoordeeld. Geen van de wateren voldeed aan de normen. Op een deel van de locaties nam het aantal criteria waaraan werd voldaan juist af. Oftewel: de waterkwaliteit verslechterde. Met name verontreinigende stoffen als zink, arseen en ammonium worden aangetroffen. Ook voldoen de Nederlandse wateren in afnemende mate aan de eisen voor chemische stoffen zoals PFAS.

Als oorzaken worden door Nieuwsuur genoemd de bevolkingsdichtheid, het intensieve gebruik van water en de verbondenheid van waterwegen. Ook door de oppompen en rondpompen van water verspreidt verontreiniging zich. Doordat Nederlandse boeren jarenlang meer mest mochten uitrijden dan goed is voor water (de derogatie), kwamen te veel nutriënten als stikstof en fosfor in het grond- en oppervlaktewater terecht, met als gevolg de groei van algen die negatief uitwerken op de ecologie. Door transitie van veeteelt naar akkerbouw, onder meer door het stoppen van veeteeltbedrijven, werd minder dierlijke mest uitgereden maar meer kunstmest. Daarnaast werd nog 3,4 miljoen ton mest geëxporteerd in 2025, bijna 0,7 miljoen ton meer dan het voorgaande jaar (bron: Rijksdienst voor Ondernemend Nederland).

Bovengronds mest uitrijden: aanmelden vanaf 2 februari

Melkveehouders die mest bovengronds willen uitrijden kunnen zich tussen 2 en 27 februari aanmelden via Mijn RVO van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Voorwaarde is dat de mest (runderdrijfmest of vaste rundermest) is geproduceerd op het eigen bedrijf. Dierlijke mest aanvoeren om grasland te bemesten mag niet. Minimaal 85% van de oppervlakte landbouwgrond is grasland. Deze en alle andere voorwaarden zijn na te lezen via bovenstaande link naar de website van RVO.

Internetconsultatie over nieuwe vrijwillige stoppersregeling

Deze week is de internetconsultatie gestart over de nieuwe vrijwillige stoppersregeling, de zgn. Landelijke vrijwillige beëindigingsregeling veehouderijlocaties (Vbr). Deze regeling is een uitbreiding op de Lbv-regelingen beoogt de ammoniakemissie van veehouderijlocaties te reduceren en natuurherstel te bevorderen. Veehouders bij Natura 2000-gebieden krijgen een vergoeding van 110% voor het waardeverlies van de productiecapaciteit, en, indien van toepassing, een vergoeding van 110% voor het inleveren van productierechten. Er is 750 miljoen euro beschikbaar. Veehouders vlakbij Natura 2000-gebieden krijgen voorrang. De aanvragen worden beoordeeld aan de hand van binnenkomst. Er geldt geen drempelwaarde. Bedrijven met een relatief hoge stikstofuitstoot krijgen voorrang. Alleen als er voldoende budget is, kunnen veehouderijen buiten een zone van een kilometer vanaf de Natura 2000-gebieden gebruik maken van de regeling.

De regeling moet nog worden beoordeeld door de Europese Commissie met het oog op de staatsteunregels. Bij groen licht hoopt het demissionaire kabinet Schoot de regeling in mei open te stellen.

Overheidscampagne biologisch heeft beperkt effect

De overheidscampagne gericht op het vergroten van de biologische consumptie heeft in 2025 beperkt effect gehad, meldt Nieuwe Oogst. De herkenning van het biologische keurmerk nam wel toe maar de houding ten opzichte van biologische voeding veranderde niet er niet door. De evaluatie betreft de eerste actieperiode, in de zomer. De campagne van oktober wordt later geëvalueerd.

De boodschap dat biologisch voedsel  een keuze is die verantwoord is en bijdraagt aan het genieten van voedsel, is niet echt overgekomen, zo concluderen de onderzoekers van Verian en Validators. De positieve gevoelens over biologisch voedsel namen niet toe. De doelstelling om het biologisch keurmerk bekender te maken, is wel gehaald. De bekendheid nam met tien procentpunten toe. De associaties die consumenten hebben met biologisch zijn: verantwoord, gezond en duur.

Met het oog op de doelstelling om de biologische consumptie op te schalen is het ministerie van LVVN in 2024 gestart met consumentencampagnes. Omdat de effecten van deze campagnes beperkt waren, is besloten deze in 2025 te herhalen.

Terugkijktip: het boerenleven in de afgelopen eeuw

Televisiezender Max keek afgelopen weekend in de serie ‘Nederland op film‘ terug op een eeuw boerenleven. Aan de hand van beelden die gefilmd zijn door particuliere filmers zien we hoe de landbouw zich ontwikkelt van kleine, gemengde bedrijven naar op efficiëntie en schaalvergroting gerichte landbouwbedrijven. Voor de iets oudere generaties een feest der herkenning, voor de jongeren een mooi inkijkje in hoe het vroeger was.

Rabobank: melkveehouderij in 2040 extensiever, meer grondgebonden en meer weidegang

In een serie artikelen werpt de Rabobank de blik vooruit op 2040: hoe ziet de toekomst van de melkveehouderij eruit binnen de grenzen van klimaat en natuur. De Rabobank voorziet dat de sector meer grondgebonden zal zijn, waarbij grondgebonden wordt gedefinieerd als ‘voervoorziening en mestafzet op eigen land’. Het aantal bedrijven zal halveren ten opzichte van 2023, zo verwacht de bank. Het aantal koeien zal dalen met 30% en de melkproductie met 20%. De Rabobank verwacht dat weidegang zal toenemen net als groenblauwe diensten die vergoed worden, als bron van inkomsten. Grofweg zal de melkveehouderij drie typen bedrijven bevatten: extensieve bedrijven (met name ook in veenweidegebieden) met een aanvullende rol in groenblauwe diensten, bedrijven met nevenactiviteiten (bijvoorbeeld zorglandbouw, verkoop aan consumenten, toerisme) en hoogproductieve bedrijven.

Ook voor de kalverhouderij ziet de Rabobank ingrijpende veranderingen in 2040. Er zal meer focus zijn op het verwaarden van kalveren uit de melkveehouderij. Kalveren blijven langer op het melkveebedrijf.

Skal publiceert tarieven voor 2026

Skal heeft de tarieven voor 2026 bekendgemaakt. Er zijn een aantal wijzigingen doorgevoerd in de opzet en de hoogte van de tarieven. Vanaf 2026 zijn de kosten voor het afhandelen van perceelswijzigingen opgenomen in de jaarbijdrage Landbouw. Als gevolg hiervan stijgt deze jaarbijdrage met € 18 en vervalt het losse tarief voor perceelswijzigingen. De overige jaarbijdragen zijn met gemiddeld 0,5% verlaagd in vergelijking met vorig jaar (2025). De gemiddelde tariefstijging voor de jaarlijkse bijdrage, certificatiebijdrage en toezichtbijdrage bedraagt over het geheel genomen samen 3,0%. Het uurtarief voor inspecties en werkzaamheden die buiten de jaarbijdragen vallen, wordt in 2026 € 136.

Ook Zeeland lanceert eigen stikstofaanpak

In navolging van enkele andere provincies heeft ook de provincie Zeeland een stikstofplan opgesteld. Uitgangspunt is vrijwilligheid, legt gedeputeerde Wilfried Nielen uit op de website van de provincie: “Er wordt gewerkt aan gerichte maatregelen in de gebieden, waarbij draagvlak en maatwerk centraal staan. We gaan dat sámen doen met de mensen in de gebieden. Dit plan geeft richting. Het is geen blauwdruk! Boeren, ondernemers en andere betrokkenen weten zelf het beste wat wel en niet werkt. Dat vertrouwen hebben we en zo hebben we het in Zeeland altijd gedaan; met elkaar.” In het plan worden zes uitgangspunten genoemd:
– De uitvoering gebeurt samen met de mensen en partijen in het gebied.
– De focus ligt op de gebieden rond de twee Natura 2000-gebieden
– Alle sectoren leveren een bijdrage, van landbouw tot mobiliteit
– De maatregelen, met vooral innovaties, moeten leiden tot een aantoonbare daling van stikstofdepositie
– Er komt ruimte voor vergunningverlening, als de daling is geborgd
– Monitoring en bijsturing maken vast onderdeel uit van de aanpak

In een straal van drie kilometer rond de Zeeuwsche Natura2000-gebieden  (Kop van Schouwen, Manteling van Walcheren) moeten boeren de stikstofuitstoot reduceren met 30 tot 50%, o.a. via aanpassingen in stallen en mestaanwending. De provincie reserveert 20 miljoen euro voor de eerste fase van de aanpak.