Tweede Kamer: versnel de groei van biologische landbouw

De Tweede Kamer steunt in meerderheid een motie van Kamerleden Laura Bromet (GroenLinks-PvdA) en Pieter Grinwis (CU), die het kabinet oproepen om meer vaart te maken met de opschaling van de biologische landbouw. Omschakeling naar biologische landbouw als onderdeel van de gebiedsgerichte aanpak zou moeten worden gestimuleerd. Een amendement dat aandringt op het verhogen van het budget voor de Vabiola-subsidieregeling (Vergroten afzet van biologische landbouwproducten) van beide Kamerleden werd ook aangenomen. Een bedrag van 6 miljoen euro zou daarvoor naar voren moeten gehaald. Afzetgroei is een belangrijke voorwaarde om ook aan de aanbodzijde te kunnen groeien.

Een ruime Kamermeerderheid steunde ook het voorstel om een subsidie van 1 miljoen euro voor het uitbreiden van kruidenrijk grasland naar voren te halen. Voor agrarisch natuurbeheer wil de Tweede Kamer na 2030 structureel 500 miljoen euro inzetten. De coalitie had zich voorgenomen het jaarlijkse budget voor agrarisch natuurbeheer terug te brengen naar 165 miljoen euro.

Onderzoekers doen voorstel om stikstofproblematiek op te lossen

Een groep onderzoekers (Gerard H. Ros, Wouter B.C. de Heij, Harm Borgers, Jan Lock, H. Kievit, Han van Dobben, Chris Backes en Wim de Vries) heeft een verkenning gedaan naar het oplossen van de stikstofcrisis. Onder de titel ‘De Nederlandse stikstofcrisis: Van verwarring naar verbinding‘ presenteren ze de uitkomsten van een studie die ze deden om ‘de stikstofproblematiek te ontwarren’, zoals ze stellen. Het rapport is aangeboden aan Elbert Roest, de voorzitter van het Regieorgaan Versnellen Innovatie Duurzame Veehouderij.

De onderzoekers benoemen drie kernproblemen:
1. Het milieukundige probleem: De noodzaak om de uitstoot van verschillende stikstofverbindingen (ammoniak, stikstofoxiden, nitraat, lachgas) structureel te verlagen voor natuur, water, luchtkwaliteit en klimaat.
2. Het ecologische probleem: De schade aan natuurgebieden door decennialange stikstofdepositie, verdroging en achterstallig beheer, wat vraagt om gerichte herstelmaatregelen in de natuurgebieden zelf.
3. Het beleidsmatige probleem: Een vastgelopen vergunningverlening door een ingewikkelde juridische verknoping van berekende depositie en mogelijke effecten op natuur, wat innovatie en ontwikkeling in de landbouw, bouw en industrie blokkeert.
De onderzoekers zien de oplossing in een drieledige, samenhangende aanpak die grotendeels binnen het bestaande juridische stelsel van de Omgevingswet kan worden gerealiseerd. In het rapport pleiten de onderzoekers voor een stap van het huidige depositiebeleid naar een robuust en gebiedsgericht emissiebeleid. Onderzoeker Wim de Vries: “Stuur op een duidelijke, wettelijk vastgelegde vermindering van de totale stikstofuitstoot per gebied en deel die toe aan bedrijven. Geef ondernemers, boeren voorop, de verantwoordelijkheid en de keuzevrijheid om binnen die emissieruimte te komen met de meest passende maatregelen, en waar nodig extensivering. Binnen de emissieruimte zijn mogelijkheden voor bedrijfsontwikkeling. Dit stimuleert vakmanschap en innovatie en draagt bij aan een schonere leefomgeving.”

Naast de aanpak van het stikstofprobleem pleiten de onderzoekers ook voor het aanpakken van ecologische problemen. Dat kan aan de hand van ambitieuze beheerplannen voor elk Natura 2000-gebied, gericht op actieve herstelmaatregelen zoals het verbeteren van de waterhuishouding en bodemkwaliteit. De vergunningverlening zou vlot moeten worden getrokken door af te stappen van de koppeling met onzekere depositieberekeningen en te sturen op aantoonbare bijdragen aan emissiereductiedoelen in een gebied.

Resultaten en publicaties in kader van Versnellingsspoor Biologische landbouw

Sinds de start van het Versnellingsspoor Biologische landbouw heeft het Louis Bolk Instituut een reeks aan publicaties naar buiten gebracht. De doelstelling voor het Versnellingsspoor is bij te dragen aan de groei van de biologische melkveehouderij en akkerbouw door middel van onderzoek en kennisdeling. Ook moet de continuïteit worden gewaarborgd door risico’s te analyseren, effecten van maatregelen te monitoren en aan te sluiten op lopende trajecten rond doelsturing en KPI’s. Onderwerpen die in onderzoeken en publicaties aan de orde kwamen in het afgelopen halve jaar waren o.a.:
– Biologische graslandproductie
– Zwavelbemesting
– Mestkwaliteit
– OBSALIM
– Mulch en bladbemesting

In de komende jaren zullen continu aanvullende onderzoeksresultaten en publicaties verschijnen. Daarbij wordt ook gebruik gemaakt van eerder verrichte onderzoeken zodat aanpassing van inzichten en aanscherping van kennis mogelijk wordt. Er wordt ook zoveel samengewerkt met andere organisaties en melkveehouders die hun praktijkkennis kunnen inbrangen.

WUR: vergoeding voor emissiereductie helpt boer en milieu

Een recent onderzoek door Wageningen University & Research (WUR) stelt dat het vergoeden van inspanningen voor emissiereductie zowel voor boer als milieu soelaas biedt. De zuivelsector is ene belangrijke bron van broeikasgasemissies wereldwijd. Daarvan komt 60% van alle emissies voor rekening van rundvee. Het gaat dan om methaan (pensfermentatie en mest), lachgas (mest en kunstmest) en kooldioxide (voerproductie, landbouwmachines, kunstmestproductie). De OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling) rekent op een wereldwijde vraagtoename voor zuivel met bijna 50% in 2050. Dat vergroot de noodzaak om ongunstige neveneffecten van zuivelproductie te beperken. Rundvee is de bron van een derde van alle door de mens veroorzaakte methaanemissies, zo stelt het WUR-onderzoek.

Het potentieel van klimaatfinanciering wordt duidelijk gemaakt in een marginale reductiekostencurve (MACC) voor 51 Nederlandse melkveebedrijven. Deze is opgesteld met behulp van de WUR Mitigation Engine. Deze tool is gebaseerd op de Kringloopwijzer en berekent op bedrijfsniveau het reductiepotentieel en de kosten van verschillende maatregelen. Het nemen van klimaatvriendelijke maatregelen verhoogt de kosten of verlaagt de inkomsten van melkveehouders. Alleen het inzaaien van klaver in grasland levert extra resultaat op voor de melkveehouder.  Maatregelen als vervanging van mengvoer, voederadditieven, gebruik van brandstoffen met een lage koolstofvoetafdruk of kunstmest met lage emissies, verminderen de uitstoot, maar brengen extra kosten met zich mee.

Het onderzoek stelt dat een melkbonus van €1,50 per 100 kg voor bedrijven die minder dan 900 gCO₂-eq/kg uitstoten maakt maatregelen, zoals het vervangen van mengvoer, haalbaar, terwijl maatregelen zoals voederadditieven slechts een kleine extra prikkel nodig hebben. Ongeveer de helft van de bedrijven zou hierdoor onder de emissiedrempel kunnen uitkomen. Gemiddeld zou een bedrijf €28.000 per jaar aan melkbonussen ontvangen en 451 ton CO₂ per bedrijf reduceren. In combinatie met bijvoorbeeld het toevoegen van klaver aan grasland, zou de totale uitstoot met gemiddeld circa 20% kunnen afnemen.

PBL: stikstofbeleid onvoldoende om doelen te halen

Met het huidige stikstofbeleid worden de doelen niet gehaald, zo stelt het Planbureau voor de Leefomgeving  In 2030 moet Nederland voldoen aan wettelijke normen voor de stikstofgevoelige natuurgebieden. Hoewel de stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden afneemt (tussen 2005 en 2023 met 32%), ligt de depositie op verschillende locaties nog te hoog. De verwachting is dat het aandeel natuur dat onder de gestelde norm blijft qua stikstofdepositie lag in 2023 op 30%. Dit percentage moet in 2030 op 50% liggen maar het PBL verwacht dat slechts 33% haalbaar is. Het herstel van de natuur blijft dus achter bij wat er binnen de Europese Unie is afgesproken. Voor natuurherstel op de lange termijn is consistent beleid nodig gericht op het herstel van natuurlijke systemen. Daarbij zijn ook maatregelen gericht op andere drukfactoren zoals verdroging nodig. Juist hier ziet het PBL we een vertraging in de uitvoering.

PBL-directeur Marko Hekkert geeft tegenover de NOS aan dat de ambitie hoog ligt: “Dat wisten we. Maar we zitten er nu wel heel ver vanaf. De plannen die er liggen zijn stappen in de goede richting, maar het is nu nog niet voldoende.” De grootste daling komt door uitkoopregelingen in de landbouw. Technische innovaties en aanpassingen in bedrijfsvoering, dragen in de totale afname nog beperkt bij. De landbouw is voor 50% verantwoordelijk voor de stikstof die in de Nederlandse natuur terecht komt. De overige 50% komt uit verkeer, vervoer, industrie en het buitenland.

Natuurherstelverordening gericht op biodiversiteit buiten N2000

Dit jaar moet Nederland de nationale vertaalslag van de Europese Natuurherstelverordening (NHV) afronden in de vorm van een Natuurplan. Het ontwerp hiervoor moet uiterlijk 1 september worden ingediend bij de Europese Commissie. De NHV omvat aanvullende en strengere verplichtingen tot het beschermen en herstellen van ecosystemen, naast al lopende verplichtingen ten aanzien van bijvoorbeeld Natura 2000-gebieden en water. Het gaat dan om terrestrische (land-), kust- en zoetwaterecosystemen, mariene ecosystemen, stedelijke ecosystemen, rivieren en uiterwaarden, landbouwecosystemen en bosecosystemen. ook buiten de Natura 2000-gebieden moet er meer en betere natuur en biodiversiteit komen. In steden en dorpen betekent dat meer bomen en ander groen moet komen. Op boerenbedrijven moeten meer bomen, planten, hagen e.d. komen waardoor vogels, vlinder en insecten betere leefomstandigheden vinden en het aantal soorten toeneemt.

Op meerdere vlakken moet aanvullend beleid worden gemaakt en/of de uitvoering worden versneld. De NHV stelt concrete en verplichte doelen met deadlines, waar dat in eerdere Europese wetgeving nog niet het geval was. Het gaat om verplichtingen tot het nemen van maatregelen voor een aantal specifieke doelen en om verplichtingen om bepaalde trends positief te maken, zoals bestuiverpopulaties. De ontwikkeling van de natuur moet daarnaast beter worden gemonitord.

Provincie Friesland presenteert stikstofplan

In navolging van andere provincies heeft nu ook de provincie Friesland een plan gepresenteerd om de stikstofuitstoot terug te dringen. Met het plan wil de provincie de vergunningverlening weer op gang brengen. Het plan volgt vier sporen:
1. Binnen alle Friese Natura 2000-gebieden worden extra natuur(herstel)maatregelen genomen.
2. Daar waar nodig wordt rondom aantal natuurgebieden ook gewerkt aan natuurmaatregelen buiten de natuurgebieden. Denk hierbij aan hydrologische maatregelen om verdroging aan te pakken.
3. Provinciebrede maatregelen moeten de stikstofuitstoot in heel Fryslân verlagen.
4. Tot slot moet voor de drie zwaarst belaste gebieden in Zuidoost-Fryslân geldt een extra gebiedsgerichte aanpak met aanvullende doelen en maatregelen.

De provincie stuurt voortaan op emissies in plaats van op depositie omdat ondernemers zelf hun eigen uitstoot direct kunnen beïnvloeden. Voor de landbouw geldt een reductiedoelstelling van 30% van de ammoniakuitstoot in 2035 ten opzichte van 2019. Boeren mogen grotendeels zelf bepalen hoe ze dit doel gaan halen. Dit kan bijvoorbeeld door aanpassingen in veevoer, meer weidegang, betere bemesting of andere maatregelen die passen bij het eigen bedrijf.

De provincie zet tot 2035 maximaal in op vrijwilligheid, met ondersteunende subsidies en begeleiding. In 2030 volgt een belangrijke tussenevaluatie om te bepalen of de doelen worden gerealiseerd. Als blijkt dat de vrijwillige aanpak onvoldoende resultaat oplevert, treedt vanaf 2035 een normerend instrumentarium in werking. Met dit vangnet creëert de provincie een vorm van zekerheid dat de doelen gehaald gaan worden. Dit is nodig om op den duur weer vergunningen te kunnen gaan verlenen.

Zorgen over toenemende criminele belangstelling voor boerderijen

Een op de twintig boeren is weleens benaderd om leegstaande schuren te verhuren voor criminele activiteiten. Dat stelt Gaby de Ruiter, vertrouwenspersoon bij LTO Noord, in gesprek met Omrop Fryslân. Meestal komen de criminele intenties pas na verloop van tijd aan het licht, als de politie een inval doet: “Boeren worden er gewoon ingeluisd. Dan zegt iemand uit de Randstad dat hij in een loods aan een auto wil sleutelen. Er zijn criminelen die aan de deur komen en 30.000 euro bieden om wat plantjes neer te zetten.”

Afgelopen jaar kreeg De Ruiter 103 meldingen van boeren, tegen 30 in het jaar ervoor toen ze voor het eerst actief was als vertrouwenspersoon. Meestal zijn er wel aanwijzingen als er criminele activiteiten plaatsvinden. Woordvoerder Sharis Wiersma van de politie in Noord-Nederland: “De aanwezigheid van een sterke synthetische geur kan erop wijzen dat er een drugslab in de omgeving zit”, zegt woordvoerder Sharis Wiersma van de politie in Noord-Nederland. Dan moet je bijvoorbeeld denken aan de lucht van anijs of juist een zure lucht. Bij loodsen en schuren zijn er vaak andere signalen dat er illegale activiteiten plaatsvinden. Ongebruikte deuren en ramen zijn vaak afgedicht, bijvoorbeeld met purschuim. Dat geldt ook voor nachtelijke ritjes met onbekende busjes.”

TV-tip: hoe kan biologisch sneller groeien?

Afgelopen week besteedde het Human televisieprogramma Wat houdt ons tegen? aandacht aan biologische voeding. Hoe maken we biologisch eten toegankelijker en betaalbaarder voor grotere groepen consumenten? Waarom blijft de groei van biologische consumptie achter? Welke rol hebben supermarkten? Wat kan de overheid meer doen?

In de uitzending komen o.a. Kamerleden Jan Arie Korevaar (CDA) en Laura Bromet (GL PvdA) en Martijn Snoep (van toezichthouder ACM) aan het woord.

WUR presenteert voorstel voor KPI kernset

Wageningen University & Research heeft het rapport gepresenteerd waarin een set van KPI’s (kritische prestatie indicatoren) wordt voorgesteld. De WUR heeft in het onderzoek gekeken naar een harmonisatie van KPI’s zodat duurzaamheidsprestaties van individuele boerenbedrijven integraal inzichtelijk gemaakt kunnen worden. In het kader van doelsturing wordt gewerkt aan een methodiek om prestaties of scores inzichtelijk te maken. Ook ketenpartijen hebben behoefte aan een dergelijke methodiek om keuzes ten aanzien van duurzaamheid te kunnen maken en rapporteren. De onderwerpen die in de kernset zijn benoemd zijn:
– ammoniak
– stikstofoverschot
– broeikasgassen
– energie
– circulariteit
– circulariteit
– gewasbescherming
– organische stof
– bodembedekking
– waterbalans
– gewasdiversiteit
– natuur en landschap
– dierenwelzijn en diergezondheid
Voor zowel de akkerbouw als de melkveehouderij zijn KPI’s voorgesteld die de prestatie uitdrukt in een meetbare factor. Voor enkele van de opgenomen onderwerpen moet nog verder worden onderzocht welke KPI beschikbaar is of gemaakt kan worden, die een representatief beeld geven van een prestatie. Het doel van een KPI is dat deze helpt management aan te passen, verantwoording af te leggen of gestuurd kan worden op verbetering van duurzaamheidsprestaties.