Regenwormen: cruciaal voor de bodemkwaliteit

Het Louis Bolk Instituut heeft een publicatie gedeeld over het belang van regenwormen voor de bodemkwaliteit. Voor alle zes elementen die de bodemkwaliteit bepalen, zijn regenwormen van belang: gewas en beworteling, bodemstructuur, waterhuishouding, bodemchemie, organische stof en bodemleven. Wormen vormen in productief grasland circa 15% van het bodemleven. Ze graven door de bodemlagen en dragen zo bij aan behoud en verbetering van bodemstructuur, menging van bodemlagen, waterinfiltratie, doorluchting en beworteling. Wormen eten organisch materiaal en zetten zo gewasresten om in nutriënten. Daarnaast vormen ze het voedsel voor bovengrondse fauna als weidevogels en dassen.

Er zijn verschillende soorten regenwormen, onderverdeel: strooiselbewoners, bodembewoners en pendelaars. Strooiselbewoners leven met name in de eerste tien centimeter van de bodem. Bodembewoners eten zich een weg door de bovenste twintig centimeter en verbeteren daar de bodemstructuur. Pedelaars bewegen zich tot wel twee meter diep de bodem in. Daarmee leveren ze een belangrijke bijdrage aan de mate waarin water de bodem kan infiltreren en helpen ook planten om dieper te wortelen. Activiteit van wormen is af te leiden uit de aanwezigheid van molshopen (mollen eten veel wormen), wormenhoopjes en gewasresten.

Wormen hebben huisvesting, bescherming, water, zuurstof en voeding nodig. Wormen zijn daarnaast gebaat bij minder diepe en minder intensieve bewerking van de bodem en grondbewerking op momenten dat wormen minder actief zijn (als het koud en droog is). Verder is het raadzaam bij grondbewerking geen machines met draaiende delen te gebruiken.

Provincie Limburg stimuleert biologische landbouw

De provincie Limburg komt met een stimuleringsplan om het biologisch landbouwareaal te laten groeien van 3,35% nu naar 6,7% in 2030. Het Stimuleringsplan Biologische Landbouw 2026-2030 bevat meerdere stimuleringsregelingen, gericht op ondersteuning, vergroting afzetmarkt in Limburg, onderwijs, onderzoek, kennisdeling en belangenbehartiging. Omschakelende boeren kunnen rekenen op begeleiding bij bedrijfsinrichting, investeringen, financiële planning, risicomanagement en afzet. Aspecten als teeltkeuzes, bemesting en gewasbescherming zijn hier ook onderdeel van.

De provincie stelt een ‘onafhankelijke verbinder’ aan die zich in gaat zetten om de afzet van biologische producten te stimuleren, met name bij gemeenten, scholen, zorginstellingen en bedrijven. Bij nieuwe aanbestedingen voor catering moet het aandeel biologische voeding 15% zijn, oplopend naar 25%. Provincie Limburg draagt bij aan de verder ontwikkeling van de masterclass Biologische Landbouw van de HAS Green Academy. Er komt geld voor praktijkgericht onderzoek naar automatisering, robotisering en de aanpak van ziektes en plagen. Biologisch Limburg krijgt ondersteuning van de provincie voor het vervullen van de rol als belangenbehartiger en deler van kennis tussen ondernemers.

Kabinet wil actieplan Groei biologische productie en consumptie versnellen

In de vorige week gepubliceerde Kamerbrief met de stikstofplannen besteedt het Kabinet ook aandacht aan het stimuleren van de productie en consumptie van biologische producten. Een balans tussen de groei van zowel vraag als aanbod wordt onderstreept om gezonde marktverhoudingen te waarborgen. Biologische landbouw wordt als een van de ontwikkelpaden genoemd in de zonering rond Natura 2000-gebieden. Het ‘bewezen biologische verdienmodel’ biedt kansen voor boeren die biologisch willen extensiveren in deze zones èn daar buiten, zo stelt de brief. Daarmee dragen boeren bij aan een toekomstbestendige landbouw en een toekomstbestendig voedselsysteem.

Het versnellingsplan biedt kansen voor omschakeling naar biologisch voor alle boeren in Nederland, ook in de zones rond Natura 2000-gebieden en in beekdalen en grondwaterbeschermingsgebieden, waar gestuurd wordt op extensivering van agrarisch grondgebruik. De ambitie van een groei naar 15% biologisch landbouwareaal in 2030 blijft overeind. Het kabinet wil grondinstrumenten als afwaardering en pacht inzetten om extensivering te ondersteunen. Biologische grond moet behouden blijven en biologische boeren moeten worden geclusterd. De groei van het biologisch landbouwareaal vergroot het aantal boeren dat aan agrarisch natuurbeheer kan doen. Dat draagt ook bij aan het verdienmodel van boerenbedrijven. Het Investeringsfonds Duurzame Landbouw (IDL) biedt biologische boeren mogelijkheden om te investeren in biologische bedrijfsvoering. In meer dan de helft van de goedgekeurde aanvragen vanuit het IDL is omschakeling naar biologische een onderdeel.

Minister Van Essen benadrukt in de Kamerbrief het belang van een balans is tussen groei van dierlijk en plantaardig bij de groei van het biologische areaal. Er zal moeten worden gewerkt aan knelpunten in de keten, het verdienmodel voor boeren en vermindering van de administratieve lasten. Het kabinet wil hier middelen voor beschikbaar stellen. Andere, aanvullende maatregelen die worden beoogd zijn:
– Een eenmalige tegemoetkoming voor boeren die omschakelen naar biologisch,
– Een stimuleringsregeling voor omschakeling van kleine boeren naar biologisch,
– Een gedeeltelijke tegemoetkoming voor certificeringskosten (indien de omzet hoger is dan 80.000 euro),
– Zaakbegeleiding voor omschakelende boeren.

Stimuleren van vraag
Ketenafspraken moeten de vraag naar biologische producten vergroten. Het kabinet wil het percentage van biologische producten voor Rijkscatering verdubbelen van 25 naar 50%. In de zorg in Denemarken is gebleken dat hoge ambities haalbaar en betaalbaar zijn als ook rekening wordt gehouden met meer lokale en seizoensproducten. Al lopende initiatieven als de bio-regio’s, het marktprogramma van RVO, de consumentencampagnes worden voortgezet.

Kabinet presenteert stikstofplan

Het langverwachte stikstofplan is in Den Haag gepresenteerd. Het doel is een emissiereductie van 42 tot 46% in de landbouw en van 50% in industrie en mobiliteit. In vijftien zones van een kilometer rond kwetsbare Natura 2000-gebieden moet de stikstofuitstoot met meer dan 60% omlaag. Rond 85 andere Natura 2000-gebieden komt een beperkte zonering van 500 meter. De exacte doelen per gebied worden nog vastgesteld. Het kabinet wil verder investeren in natuurherstel en extra maatregelen nemen in gebieden waar de natuur er het slechtst voor staat. Daarbij worden ook effecten van bijvoorbeeld droogte meegenomen. In deze gebieden wordt biologische landbouw geopperd als ‘logische keuze’. Minister Van Essen richtte zich ook tot de consument tijdens de persconferentie. Door te kiezen voor biologische voeding kan de consument bijdragen aan de aanpak.

Centraal punt in de aanpak is dat boeren zelf aan het stuur zitten en kunnen kiezen uit stappen die bijdragen aan de doelen. De emissienorm wordt vastgesteld op 0,164 kg ammoniak per fosfaatrecht in 2035. De norm is gebaseerd op wat ondernemers met de best beschikbare technieken moeten kunnen bereiken op hun bedrijf, bijvoorbeeld door stal- of voeraanpassingen. Daarmee wordt een belangrijk deel van de landbouwopgave gerealiseerd. Het overige deel wordt ingevuld met het verminderen van de aanwending van mest, extensivering, vrijwillige beëindigingen en afroming van dierrechten bij overdracht buiten familieverband. Boeren die al flinke stappen hebben gezet gaan die terug zien in de bedrijfsnorm. Een gebied kan tot uiterlijk 1 januari 2028 een eigen aanpak opzetten om de druk op een Natura 2000-gebied te verminderen en te werken aan een goede staat van instandhouding. Als dit niet slaagt volgen generieke normen en maatregelen voor bedrijven. Boeren kunnen volgens de Kamerbrief  rekenen op ‘omvangrijke ondersteuning’, zowel in financieel opzicht als in begeleiding. Voor aanpassingen van onder meer stallen en voer, is 2 miljard euro beschikbaar. Het kabinet zet daarnaast in op extensivering door de invoering van een grondgebondenheidsnorm van 2,6 GVE/ha met o.a. ruimte voor samenwerkingsovereenkomsten met akkerbouwers.

Het kabinet belooft het wetsvoorstel met de nieuwe stikstofdoelen voor alle sectoren in oktober naar de Tweede Kamer te sturen. Alle maatregelen worden vastgelegd in een bijbehorend programma, waarmee een stevige juridische basis wordt gelegd om de vergunningverlening weer vlot te trekken. PAS-melders krijgen prioriteit en et kabinet verwacht dat het maatregelenpakket ‘een stevige basis biedt’ om handhavingsverzoeken te voorkomen. Vergunningverlening voor verduurzaming (emissiereductie) moet daarmee weer mogelijk worden. Salderen kan bijdragen aan het vergunnen van nieuwe projecten. Ook voert het kabinet zo snel mogelijk een rekenkundige ondergrens in. Activiteiten met een zeer beperkte stikstofneerslag hebben dan geen vergunning meer nodig. Dit maakt het realiseren van projecten met een beperkte stikstofneerslag, zoals in de woningbouw, energietransitie en infrastructuur, eenvoudiger.

Minister Van Essen benadrukte de samenhang in het maatregelenpakket. Alle onderdelen zijn met elkaar verbonden en resultaten worden alleen gehaald als naast maatregelen ook de benodigde ondersteuning wordt geboden. Voor het totale pakket aan maatregelen wordt 20 miljoen euro extra uitgetrokken.

 

Convenant Voerspoor werkt in de praktijk

Tijdens een netwerkbijeenkomst op de KNVB-Campus in Zeist deelde Koe en Eiwit vorige week de resultaten van vier jaar werken aan verlaging van ruw eiwit in het rantsoen door melkveehouders. De opgedane kennis, tools en werkwijzen worden ontsloten via het Convenant Verlagen ruw eiwit rantsoenen melkveebedrijven (Convenant Voerspoor). Het convenant is een initiatief van organisaties voor de melkveehouderij, de zuivel- en diervoedersector en adviseurs en kennisinstellingen. In april lanceerden zij de landelijke campagne ‘Verlaag ruw eiwit, dat loont’ om melkveehouders en hun voeradviseurs te helpen aan de slag te gaan met ruw eiwit verlaging in het rantsoen.

Het Convenant Voerspoor bouwt voort op kennis uit de praktijkpilot Koe en Eiwit (2022–2026), uitgevoerd door Wageningen University & Research. Hieraan deden ruim 150 melkveehouders door heel Nederland mee. Zij realiseerden gemiddeld 10 gram minder ruw eiwit per kg droge stof in het rantsoen. Dat komt neer op bijna 10% minder ammoniakemissie, terwijl de melkproductie en diergezondheid op peil bleven. Er is dus sprake van een bewezen, kosteneffectieve aanpak die bijdraagt aan het stikstofvraagstuk én ruimte creëert op de mestmarkt. Projectleider Paul Galama (WUR) lichtte toe: “De kennis is er. We weten wat werkt, op welke bedrijven en hoe je het stap voor stap aanpakt. Nu is het zaak om dat bereik te vergroten. Dat is precies wat Convenant Voerspoor doet.”

Concrete tools voor melkveehouder
In de bijeenkomst kwam ook het pakket kennisproducten aan de orde dat het Convenant Voerspoor aan melkveehouders en voeradviseurs beschikbaar stelt. Het gaat onder meer om praatplaten voor in adviesgesprekken, rekentools waarmee melkveehouders direct zien wat ruw eiwitverlaging hun bedrijf oplevert en webinars voor zowel grasrijke als maïsrijke bedrijven. De tools zijn (binnenkort) beschikbaar via de campagnewebsite verlaagruweiwit.nl.

 

NVWA start pilot met inzet drones

De Nederlandse Voedsel- en Waren Autoriteit (NVWA) start deze zomer een pilot om inzicht te krijgen in gebieden die weinig natuurlijke beschutting bieden voor weidedieren. Een eerste analyse analyse vindt plaats aan de hand van digitale geografische gegevens. In gebieden die een hoger risico vormen worden vervolgens drones ingezet om te beoordelen of vee onbeschut tegen de zon in de weide staat. Het aantal meldingen over vee dat onbeschut in de zon staat, neemt de laatste jaren toe. Het opvolgen van deze meldingen is in een deel ervan lastig omdat adressen of locaties niet correct zijn. Ook heeft de NVWA onvoldoende capaciteit om alle meldingen op te volgen. Melders wordt dan ook gevraagd een goed beeld van de situatie te vormen en contact met de verantwoordelijke boer te leggen.

De NVWA vraagt veehouders scherp te zijn op signalen van hittestress, zoals kwijlen, zweten, trillen, zwalken of lusteloosheid. Ook als dieren nog geen signalen van hittestress vertonen maar onvoldoende schaduw en drinkwater hebben, kan de NVWA boetes opleggen aan veehouders. Op de NVWA website staan tips over het herkennen van hittestress en het nemen van maatregelen.

Jaarverslag Louis Bolk Instituut: Bouwen aan het nieuwe normaal

In het voorwoord van het recent gepubliceerde jaarverslag benadrukt directeur Ilse Geijzendorffer van het Louis Bolk Instituut (LBI) het belang van onderzoek en advies op gebied van biologische landbouw en duurzame vormen van landbouw. Deze andere manieren van bedrijfsvoering moeten meer het ‘nieuwe normaal’ worden geeft ze aan: “Samen met onze partners en opdrachtgevers hebben wij in 2025 gebouwd aan het nieuwe normaal. We hebben hen voorzien van de toepasbare en realistische kennis die nodig is voor landbouw, natuur en gezondheid. We werken aan wendbaardere oplossingsrichtingen waarbij praktijkpartijen concreet handelsperspectief krijgen. Zo gauw marktkansen en politieke wind gunstig staan, kunnen we de sprong voorwaarts maken. Tegen de stroom in zwemmen blijft onverminderd nodig en waardevol.”

Vorig jaar startte LBI twee meerjarige onderzoekstrajecten: het BioFieldlab in Noord-Holland en het Versnellingsspoor Biologische landbouw. Bij dit laatste onderzoeksprogramma is De Natuurweide intensief betrokken. Ook heeft LBI veel energie gestoken in onderzoek naar de verbinding tussen landbouw en natuur. Vanwege de te verwachten stikstofaanpak en de Natuurherstelverordening, naast de overige opgaven rond natuur, klimaat, water en biodiversiteit is dat voor de sector een belangrijk aandachtsgebied. Erkenning van de biologische landbouw vraagt om onderbouwing met onderzoek en data. Daarnaast is onderwijs van oudsher gericht op andere vormen van landbouw waardoor de biologische landbouw een inhaalslag moet maken op gebied van onderzoek en kennisdeling. Jaarlijks produceert LBI jaarlijks een uitgebreide serie aan factsheets en publicaties over uiteenlopende onderwerpen rond landbouw en natuur.

NOS geeft inkijkje in stikstofplannen na kabinetsoverleg

Na het kabinetsoverleg over de later deze maand te verwachte stikstofplannen, kwam de NOS met een overzicht van de beoogde maatregelen. Rond twintig grotere natuurgebieden zouden zones worden ingesteld van een kilometer waar binnen de stuikstofemissies sterk moeten worden beperkt. Het betreft o.a. de Peel en de Veluwe. Per gebied wordt bepaald hoeveel emissie vereist wordt. Per bedrijf kan de mate waarin emissies beperkt moet worden, variëren. Rond kleinere natuurgebieden moet deze zone de helft kleiner worden (500 meter). Daarnaast zal er per sector een uitstootplafond gaan gelden, te beginnen met de melkveesector. Ook moeten er normen komen voor het aantal dieren per hectare. Afhankelijk van de grondsoort zullen deze normen gaan verschillen.

Volgens ‘ingewijden’ wil het kabinet de rekenkundige ondergrens verhogen naar 0,5 mol stikstof per hectare (is nu 0,005 mol). Hierdoor zou voor minder (bouw)projecten vergunning te worden aangevraagd. Het dierrechtenstelsel dat nu als geldt voor koeien, varkens en kippen zou ook worden uitgerold in andere sectoren. Het kabinet moet nog wel een Kamermeerderheid zien te krijgen voor deze plannen. Op 26 juni wordt de Kamerbrief verwacht waarin minister Van essen de plannen toelicht.

Tijdens een bezoek aan Bennekom voor de ondertekening van de Aanpak Veluwe, gaf minister Van Essen aan dat er nog een besluiten zijn genomen en een aantal van de ‘uitgelekte’ maatregelen niet aan de orde zijn.

BIJ12 vergoedde meer faunaschade in 2025

BIJ12, de uitvoeringsorganisatie rondom diverse natuurtaken voor alle provincies, zag het uitgekeerde faunaschadebedragen vorig jaar met 18% groeien ten opzichte van 2024. Dat blijkt uit de (voorlopige)  rapportage over schadejaar 2025. In totaal keerde BIJ12 ruim € 92 miljoen uit, waarvan 80% voor schade door watervogels aan met name voorjaars- en zomergras. De grauwe gans neemt de helft van het totale faunaschadebedrag voor zijn rekening, gevolgd door brandganzen, kolganzen, smienten, rotganzen en knobbelzwanen. Op provincie niveau is Noord Holland koploper met ruim € 35 miljoen, gevolgd door Friesland  (ruim € 20 miljoen) en Zuid-Holland (€ 13,6  miljoen).

Sinds 20216 is het aantal aanvragen voor schadevergoeding verdubbeld. Dit wordt mede veroorzaakt doordat het aantal dieren waarvoor schade wordt uitgekeerd, is toegenomen. Doordat in meerdere provincies de leges zijn afgeschaft is ook de drempel om aanvragen in te dienen, verlaagd. De stijging in 2025 was lager dan in het voorgaande jaar (2024), toen het schadebedrag nog toenam met 38%. De schade die werd veroorzaakt door wolven bedroeg ruim € 1,5 miljoen. Dat bedrag is bijna het dubbele van het schadebedrag in 2025. Er zijn niet alleen meer wolven maar ook meer gebieden waar wolven voorkomen. Gelderland kende het hoogste schadebedrag door wolven, bijna € 650.000.

Corporate Europe Observatory kritisch over greenwashing door agrochemische industrie

Biojournaal berichtte recent over zorgen die geuit zijn door IFOAM Organics Europe en het Corporate Europe Observatory over ‘greenwashing’ en toenemende verwarring rond verduurzaming. Volgens de organisaties proberen bedrijven uit de agrochemische, voedsel- en zuivelsector invloed uit te oefenen op Europese landbouw- en subsidiebeleid, door regeneratieve landbouw te promoten als duurzaam model. Deze bedrijven zouden zich in Brussel hard maken voor een brede definitie van regeneratieve landbouw, waarbij gebruik van synthetische gewasbeschermingsmiddelen en kunstmest zouden passen. Aangezien er geen geborgde definitie is van het begrip ‘regeneratief’ is er dus ruimte voor verschillen in interpretatie en uitleg.

De Natuurweide streeft ernaar dat de melkveehouderijsector in zijn geheel verduurzaamt en wil daarbij voorkomen dat beperkte vormen van verduurzaming als ‘goed genoeg’ worden beschouwd door beleidsmakers, bedrijven en consumenten. Waarbij er ogenschijnlijk wordt verduurzaamd maar de daadwerkelijke effecten te beperkt zijn. Wageningen University & Research heeft de effecten van een forse opschaling van de biologische melkveehouderij in Nederland, met daarbij een evenredig consumptievolume, in kaart gebracht. Deze bevindingen worden binnenkort breed gedeeld. Groei van het aantal biologische melkveebedrijven draagt bij aan de (Europees en landelijk) beoogde toename van het biologische landbouwareaal en aan natuur- en klimaatdoelen. Door een omschakeling naar ‘biologisch’ is deze vorm van verduurzaming niet alleen geborgd maar ook gekoppeld aan een verdienmodel. Daarnaast is de komst van weer een nieuwe, ogenschijnlijk duurzame maar ongeborgde melkstroom niet wenselijk. Met RéGéNL bekijkt De Natuurweide op welke wijze een groter aantal melkveebedrijven impactvol kunnen verduurzamen en hoe de opschaling van de biologische melkveehouderij kan worden ondersteund, met inzet van RéGéNL-programma’s, mensen en middelen.