Kamerbrief over aanpak landbouw, natuur en stikstof

Minister Jaimi van Essen heeft in een brief aan de Tweede Kamer de beoogde aanpak ontvouwd voor de agrarische sector in relatie tot de doelen rond natuur en klimaat. Het beleid is gebaseerd op zeven pijlers. De eerste pijler richt zich op generieke maatregelen om de beoogde reductie van ammoniakemissie van 23-25% in 2030 en 42-46% in 2035 te realiseren. Daarbij wordt ook gekeken naar een verdeling van de doelen over de verschillende sectoren. Voor de de zomer zal een afromingspercentage voor iedere sector (melkvee, varkens en pluimvee) worden vastgesteld bij overdracht van rechten buiten familieverband. Ook andere generieke maatregelen worden voor de zomer bekend. Bedrijfsbeëindigingsregeling blijven gehandhaafd. Stoppende boeren kunnen hun grond aanbieden aan de overheid voor extensivering en natuur. Mocht het stikstofdoel voor de landbouw van 2035 niet wordt gehaald, dan wordt mogelijk gekort op dier- of fosfaatrechten bij landbouwbedrijven.

De tweede pijler richt zich op de gebiedsgerichte aanpak. Het kabinet heeft daarbij in het bijzonder aandacht voor de vier kwetsbare gebiedstypen: overgangszones rondom Natura 2000-
gebieden, veenweiden, beekdalen en grondwaterbeschermingsgebieden. Rond kwetsbare Natura 2000-gebieden gaat het kabinet werken met zonering. In deze zones is een hogere emissiereductie nodig en wordt, waar nodig landbouwkundig gebruik en inrichting van de zone aangepast aan de doelen van het betreffende Natura 2000-gebied. Extensivering vormt hiervan een belangrijk onderdeel. Gezien de urgente opgaven zet het kabinet al op korte termijn in op een proces, waarbij boeren de tijd en ondersteuning krijgen om de benodigde transitie te maken door te innoveren, extensiveren, omschakelen, verplaatsen of beëindigen.

Natuurbehoud en -herstel vormen de derde pijler. Het kabinet zet structureel in op natuurbeheer door terreinbeherende organisaties. Boeren worden ondersteund bij het treffen van effectieve natuurmaatregelen. In pijler 4 valt vergunningverlening. Om een structurele oplossing te bieden aan PAS-melders en weer ruimte voor natuurvergunningverlening te creëren, is in de eerste plaats een geborgd maatregelenpakket nodig. Het additionaliteitsvereiste zou verduurzaming en emissiereductie, zoals door hernieuwbare-energieprojecten, verduurzaming van de landbouw en industriële verduurzamingsprojecten mogelijk worden gemaakt, niet in de weg mogen staan. Het kabinet werkt aan een geborgd reductiepakket. Daarnaast worden de stikstofdoelen op basis van depositie vervangen door emissiedoelen.

Pijlers 5 en 6 richten zich respectievelijk op een toekomstbestendige landbouw en een sociaal en economisch vitaal platteland. Pijler 7 betreft klimaat, water, gewasbeschermingsmiddelen en dierwaardigheid. De inzet gericht op stikstofreductie en natuurverbetering hangt nauw samen met de andere opgaven in het landelijk gebied, namelijk klimaat, water, gewasbeschermingsmiddelen en dierwaardigheid.

In de Voorjaarsnota wil het kabinet 150 miljoen euro vrijmaken voor versterking van de natuur en ondersteuning van de agrarische sector. Daarvan is 60 miljoen euro bestemd voor versneld natuurherstel. Onder andere hydrologisch herstel is hiervan een onderdeel: verbeteren van waterlopen, sloten en grondwaterstanden. Voor beheer en onderhoud van natuurgebieden wil het kabinet 16 miljoen euro extra toekennen.

Voor experimenteerlocaties komt 4 miljoen euro beschikbaar. Aan de doorontwikkeling van doelsturing wordt 7 miljoen euro toegekend. Voor dierenwelzijn is 10 miljoen euro beschikbaar. Het budget voor de subsidieregeling voor de afzet van biologische producten (Vabiola) wordt verhoogd met €6 miljoen. Het beschikbare budget van €3,7 miljoen werd op de eerste dag al ‘overtekend’.