Het aandeel van biologische gecertificeerde zuivelproducten in de Nederlandse supermarkten steeg in 2025 naar 4,4%. In 2024 lag dit nog op 4,0%. Daarmee ligt biologische zuivel boven het gemiddeld aandeel ‘biologisch’ (3,6%) in de supermarkten. Een en ander blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Koploper is de productgroep eieren. Daarvan ligt het aandeel van biologisch op 17,5%. Nummer twee zijn conserven- en diepvriesgroenten en -fruit met 7,4%. Het CBS rapporteert per kwartaal hoe de bestedingen aan voedsel met een biologisch keurmerk zich ontwikkelt.
Auteur: Gerard Oldenhof
Stikstofuitstoot melkveehouderij in Noord-Holland afgenomen sinds 2019
Ten opzichte van 2019 lag de stikstofuitstoot in de melkveehouderij in Noord-Holland in 2024 13% lager. Als uitvloeisel van het convenant dat vorig jaar is gesloten, zijn sneller data beschikbaar via een monitoringssystematiek. In datzelfde convenant is overeengekomen dat de stikstofreductie in 2035 op 30% moet liggen ten opzichte van 2019. Melkveehouders kunnen zelf bepalen hoe ze deze reductie gaan realiseren.
De provincie Noord-Holland gebruikt geanonimiseerde data van melkveebedrijven. Daarbij worden zowel technische maatregelen als managementmaatregelen meegenomen. Daarmee worden de effecten beter zichtbaar en kunnen ze daadwerkelijk worden toegeschreven aan de melkveehouderijsector. Gedeputeerde Jelle Beemsterboer van landbouw reageert op de provinciale website optimistisch op het ingezette traject: “Dit is een belangrijke stap. Boeren leveren resultaat en wij zorgen ervoor dat hun inspanningen ook echt zichtbaar en meetbaar worden. Die samenwerking vormt de basis voor vertrouwen en voor verdere stappen om uiterlijk in 2035 richting de 30% stikstofreductie te komen die is afgesproken in het convenant Stikstofreductie en Natuurherstel.”
Brabantse stoppers mogen deel stikstofruimte blijven gebruiken
Veehouders in Brabant die stoppen met hun bedrijf in het kader van de Gebiedsgerichte Bedrijfsbeëindiging Veehouderijlocaties mogen 15% van hun stikstofruimte blijven gebruiken. Dit meldt Nieuwe Oogst. Deze resterende stikstofruimte kan worden benut voor nieuwe economische activiteiten op de locatie. Voor boeren die stoppen wordt het hierdoor gemakkelijker een nieuwe bedrijfsactiviteit te starten. De provincie hoopt dat meer veehouderijen besluiten van de regeling gebruik te maken. Deze aanpassing is in lijn met de werkwijze die bij de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties (Lbv) en de stoppersregeling voor voor piekbelasters (Lbv-plus).
PAS-melderswet door de Eerste Kamer
De Eerste Kamer stemde deze week in met de PAS-melderswet, meldt de website van de Eerste Kamer. Het voorstel van demissionair minister Wiersma om PAS-melders meer tijd te geven om hun bedrijf te legaliseren en hier meer maatwerk in te bieden, werd aangenomen. Hierdoor kunnen PAS-melders tot 1 mei 2028 werken aan legalisatie. Aanvankelijk stond deze deadline op 28 februari 2025. Het aflopen van de wettelijke termijn van het legalisatieprogramma en het feit dat het legalisatieprogramma te weinig heeft opgeleverd, maakten een nieuwe termijn noodzakelijk.
Ammoniakemissies in landbouw blijven dalen
Uit het meest recente overzicht van het Compendium voor de Leefomgeving (CLO) over emissies per sector, blijkt dat de ammoniakemissie in de landbouw blijft dalen. Na een aanvankelijke daling tussen 2005 en 2013 nam de ammoniakemissie in de daaropvolgende jaren weer toe. Factoren die in de eerste periode leidden tot lagere emissie waren: krimp van de veestapel, eiwitarm voer, afdekken van mestopslag, emissiearm bemesten en emissiearme stallen. Vervolgens groeide de veestapel weer en veranderde de voersamenstelling in ongunstig opzicht. Vanaf 2018 dalen de dieraantallen weer (rundvee, varkens en pluimvee), kwamen er meer emissiearme varkensstallen en werd mest op klei en veen grasland verdund toegepast.
In 2024 nam de totale ammoniakemissie (alle sectoren) met 4,6 kton af ten opzichte van het voorgaande jaar. De landbouw was hier voor een groot deel verantwoordelijk voor, o.a. door minder gebruik van meststoffen met ureum. De Europese reductiedoelstelling voor ammoniak (13% ten opzichte van 2005) wordt met 27% ruim gehaald.
Nieuwe publicaties van Louis Bolk Instituut
Het Louis Bolk Instituut publiceerde recent een aantal factsheets en artikelen die voor biologische melkveehouders interessant zijn. De factsheet ‘Biologische graslandproductie: Check de basis in de bodem‘ biedt handvatten om vooruit te kijken naar het komende weideseizoen met gebruik van gegevens uit boekhoudrapporten Skal-controles en de Kringloopwijzer. Ook kuilanalyses geven waardevolle informatie.
Voederhagen en -bomen zijn aan een opmars bezig. Steeds meer boeren zetten hagen en bomen in om koeien beschutting te geven tegen zon en warmte of kou en wind. Daarnaast bieden hagen en bomen aanvullende mineralen en metabolieten aanvullende voedingswaarde voor koeien en wordt de biodiversiteit groter, ook op en in de bodem. In ‘Oogsten van bladeren en twijgen van voederbomen‘ is hierover meer te lezen.
Tenslotte biedt het artikel ‘Regenwormen, waterinfiltratie, verdroging en klimaatverandering‘ inzicht in de bijdrage van wormen aan het waterregulerend vermogen van grasland, Het artikel beschrijft hoe activiteiten van wormen kunnen worden gestimuleerd.
Rli dringt aan op aanpassing grondbeleid
De Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli) adviseert het kabinet het grondbeleid aan te passen met het oog op de ontwikkeling van het platteland. Het advies werd aangeboden aan minister Wiersma van LVVN, minister Keizer van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en minister Heinen van Financiën. Grond speelt een belangrijke rol in de keuzes die in het landelijk gebied worden gemaakt. Nederland staat voor grote opgaven op gebied van wonen, landbouw, defensie, natuur, waterkwaliteit en (duurzame) energie. Bij bedrijfsbeëindiging wordt de grond vaak verkocht zonder dat een toekomstig gebruik bijdraagt aan verduurzaming en plattelandsontwikkeling. In het advies doet de Raad dan ook een drietal aanbevelingen:
1. Haal prikkels uit belastingregels en subsidies die grondprijzen opdrijven
Belastingregels met bepaalde vrijstellingen rond bedrijfsopvolgingen en subsidies vanuit het GLB of stoppersregelingen, hebben een prijsopdrijvend effect op landbouwgrond. De Raad stelt voor om fiscale vrijstellingen om te bouwen naar een pensioenfonds voor boeren, duurzaamheidsvoorwaarden te verbinden aan bedrijfsopvolging, landbouwsubsidies te richten op verduurzaming en structuurversterking en grondprijs opdrijvende prikkel uit stoppersregelingen te halen.
2. Geef richting door onderscheid te maken tussen productielandbouw en maatschappelijke landbouw
De Rli beveelt een tweedeling aan in de ontwikkeling van landelijk gebied: een gericht op productielandbouw en een gericht op maatschappelijke landbouw. Bij productielandbouw ligt de focus op voedselproductie, bij maatschappelijke landbouw spelen andere functies een rol die vragen om subsidies en instrumenten, gericht op de planologische functies van een gebied. De Raad pleit voor een sterkere samenhang tussen projecten in een gebied.
3. Grijp actiever in op de grondmarkt om maatschappelijke doelen te bereiken
Om de maatschappelijke doelen te halen, voorziet de Rli een ingrijpende herinrichting van delen van het landelijk gebied. Inzet van instrumenten als wettelijke herverkaveling, onteigening (inclusief schadeloosstelling) en voorkeursrecht zijn daarbij volgens de Rli onmisbaar. Deze kunnen naast vrijwillige instrumenten worden ingezet. Verder beveelt de Rli aan om te toetsen of grondtransacties bijdragen aan het oplossen van maatschappelijke opgaven.
Waterkwaliteit verslechtert verder
De waterkwaliteit in Nederland voldoet nog steeds niet aan de Europese normen, zo stelt de NOS naar aanleiding van een analyse door Nieuwsuur. In 2027 moeten alle EU-lidstaten voldoen aan de kwaliteitseisen voor water maar vooralsnog verslechtert deze in de laatste jaren nog steeds. Indien Nederland niet voldoet aan de eisen van de Kaderrichtlijn Water (KRW) dan kan de EU hoge boetes opleggen. In 2024 kreeg Nederland al een waarschuwing vanwege de slechte waterkwaliteit.
In 2025 werden 745 oppervlaktewateren beoordeeld. Geen van de wateren voldeed aan de normen. Op een deel van de locaties nam het aantal criteria waaraan werd voldaan juist af. Oftewel: de waterkwaliteit verslechterde. Met name verontreinigende stoffen als zink, arseen en ammonium worden aangetroffen. Ook voldoen de Nederlandse wateren in afnemende mate aan de eisen voor chemische stoffen zoals PFAS.
Als oorzaken worden door Nieuwsuur genoemd de bevolkingsdichtheid, het intensieve gebruik van water en de verbondenheid van waterwegen. Ook door de oppompen en rondpompen van water verspreidt verontreiniging zich. Doordat Nederlandse boeren jarenlang meer mest mochten uitrijden dan goed is voor water (de derogatie), kwamen te veel nutriënten als stikstof en fosfor in het grond- en oppervlaktewater terecht, met als gevolg de groei van algen die negatief uitwerken op de ecologie. Door transitie van veeteelt naar akkerbouw, onder meer door het stoppen van veeteeltbedrijven, werd minder dierlijke mest uitgereden maar meer kunstmest. Daarnaast werd nog 3,4 miljoen ton mest geëxporteerd in 2025, bijna 0,7 miljoen ton meer dan het voorgaande jaar (bron: Rijksdienst voor Ondernemend Nederland).
Bovengronds mest uitrijden: aanmelden vanaf 2 februari
Melkveehouders die mest bovengronds willen uitrijden kunnen zich tussen 2 en 27 februari aanmelden via Mijn RVO van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Voorwaarde is dat de mest (runderdrijfmest of vaste rundermest) is geproduceerd op het eigen bedrijf. Dierlijke mest aanvoeren om grasland te bemesten mag niet. Minimaal 85% van de oppervlakte landbouwgrond is grasland. Deze en alle andere voorwaarden zijn na te lezen via bovenstaande link naar de website van RVO.
Internetconsultatie over nieuwe vrijwillige stoppersregeling
Deze week is de internetconsultatie gestart over de nieuwe vrijwillige stoppersregeling, de zgn. Landelijke vrijwillige beëindigingsregeling veehouderijlocaties (Vbr). Deze regeling is een uitbreiding op de Lbv-regelingen beoogt de ammoniakemissie van veehouderijlocaties te reduceren en natuurherstel te bevorderen. Veehouders bij Natura 2000-gebieden krijgen een vergoeding van 110% voor het waardeverlies van de productiecapaciteit, en, indien van toepassing, een vergoeding van 110% voor het inleveren van productierechten. Er is 750 miljoen euro beschikbaar. Veehouders vlakbij Natura 2000-gebieden krijgen voorrang. De aanvragen worden beoordeeld aan de hand van binnenkomst. Er geldt geen drempelwaarde. Bedrijven met een relatief hoge stikstofuitstoot krijgen voorrang. Alleen als er voldoende budget is, kunnen veehouderijen buiten een zone van een kilometer vanaf de Natura 2000-gebieden gebruik maken van de regeling.
De regeling moet nog worden beoordeeld door de Europese Commissie met het oog op de staatsteunregels. Bij groen licht hoopt het demissionaire kabinet Schoot de regeling in mei open te stellen.
