Internetconsultatie over nieuwe vrijwillige stoppersregeling

Deze week is de internetconsultatie gestart over de nieuwe vrijwillige stoppersregeling, de zgn. Landelijke vrijwillige beëindigingsregeling veehouderijlocaties (Vbr). Deze regeling is een uitbreiding op de Lbv-regelingen beoogt de ammoniakemissie van veehouderijlocaties te reduceren en natuurherstel te bevorderen. Veehouders bij Natura 2000-gebieden krijgen een vergoeding van 110% voor het waardeverlies van de productiecapaciteit, en, indien van toepassing, een vergoeding van 110% voor het inleveren van productierechten. Er is 750 miljoen euro beschikbaar. Veehouders vlakbij Natura 2000-gebieden krijgen voorrang. De aanvragen worden beoordeeld aan de hand van binnenkomst. Er geldt geen drempelwaarde. Bedrijven met een relatief hoge stikstofuitstoot krijgen voorrang. Alleen als er voldoende budget is, kunnen veehouderijen buiten een zone van een kilometer vanaf de Natura 2000-gebieden gebruik maken van de regeling.

De regeling moet nog worden beoordeeld door de Europese Commissie met het oog op de staatsteunregels. Bij groen licht hoopt het demissionaire kabinet Schoot de regeling in mei open te stellen.

Overheidscampagne biologisch heeft beperkt effect

De overheidscampagne gericht op het vergroten van de biologische consumptie heeft in 2025 beperkt effect gehad, meldt Nieuwe Oogst. De herkenning van het biologische keurmerk nam wel toe maar de houding ten opzichte van biologische voeding veranderde niet er niet door. De evaluatie betreft de eerste actieperiode, in de zomer. De campagne van oktober wordt later geëvalueerd.

De boodschap dat biologisch voedsel  een keuze is die verantwoord is en bijdraagt aan het genieten van voedsel, is niet echt overgekomen, zo concluderen de onderzoekers van Verian en Validators. De positieve gevoelens over biologisch voedsel namen niet toe. De doelstelling om het biologisch keurmerk bekender te maken, is wel gehaald. De bekendheid nam met tien procentpunten toe. De associaties die consumenten hebben met biologisch zijn: verantwoord, gezond en duur.

Met het oog op de doelstelling om de biologische consumptie op te schalen is het ministerie van LVVN in 2024 gestart met consumentencampagnes. Omdat de effecten van deze campagnes beperkt waren, is besloten deze in 2025 te herhalen.

Terugkijktip: het boerenleven in de afgelopen eeuw

Televisiezender Max keek afgelopen weekend in de serie ‘Nederland op film‘ terug op een eeuw boerenleven. Aan de hand van beelden die gefilmd zijn door particuliere filmers zien we hoe de landbouw zich ontwikkelt van kleine, gemengde bedrijven naar op efficiëntie en schaalvergroting gerichte landbouwbedrijven. Voor de iets oudere generaties een feest der herkenning, voor de jongeren een mooi inkijkje in hoe het vroeger was.

Rabobank: melkveehouderij in 2040 extensiever, meer grondgebonden en meer weidegang

In een serie artikelen werpt de Rabobank de blik vooruit op 2040: hoe ziet de toekomst van de melkveehouderij eruit binnen de grenzen van klimaat en natuur. De Rabobank voorziet dat de sector meer grondgebonden zal zijn, waarbij grondgebonden wordt gedefinieerd als ‘voervoorziening en mestafzet op eigen land’. Het aantal bedrijven zal halveren ten opzichte van 2023, zo verwacht de bank. Het aantal koeien zal dalen met 30% en de melkproductie met 20%. De Rabobank verwacht dat weidegang zal toenemen net als groenblauwe diensten die vergoed worden, als bron van inkomsten. Grofweg zal de melkveehouderij drie typen bedrijven bevatten: extensieve bedrijven (met name ook in veenweidegebieden) met een aanvullende rol in groenblauwe diensten, bedrijven met nevenactiviteiten (bijvoorbeeld zorglandbouw, verkoop aan consumenten, toerisme) en hoogproductieve bedrijven.

Ook voor de kalverhouderij ziet de Rabobank ingrijpende veranderingen in 2040. Er zal meer focus zijn op het verwaarden van kalveren uit de melkveehouderij. Kalveren blijven langer op het melkveebedrijf.

Skal publiceert tarieven voor 2026

Skal heeft de tarieven voor 2026 bekendgemaakt. Er zijn een aantal wijzigingen doorgevoerd in de opzet en de hoogte van de tarieven. Vanaf 2026 zijn de kosten voor het afhandelen van perceelswijzigingen opgenomen in de jaarbijdrage Landbouw. Als gevolg hiervan stijgt deze jaarbijdrage met € 18 en vervalt het losse tarief voor perceelswijzigingen. De overige jaarbijdragen zijn met gemiddeld 0,5% verlaagd in vergelijking met vorig jaar (2025). De gemiddelde tariefstijging voor de jaarlijkse bijdrage, certificatiebijdrage en toezichtbijdrage bedraagt over het geheel genomen samen 3,0%. Het uurtarief voor inspecties en werkzaamheden die buiten de jaarbijdragen vallen, wordt in 2026 € 136.

Ook Zeeland lanceert eigen stikstofaanpak

In navolging van enkele andere provincies heeft ook de provincie Zeeland een stikstofplan opgesteld. Uitgangspunt is vrijwilligheid, legt gedeputeerde Wilfried Nielen uit op de website van de provincie: “Er wordt gewerkt aan gerichte maatregelen in de gebieden, waarbij draagvlak en maatwerk centraal staan. We gaan dat sámen doen met de mensen in de gebieden. Dit plan geeft richting. Het is geen blauwdruk! Boeren, ondernemers en andere betrokkenen weten zelf het beste wat wel en niet werkt. Dat vertrouwen hebben we en zo hebben we het in Zeeland altijd gedaan; met elkaar.” In het plan worden zes uitgangspunten genoemd:
– De uitvoering gebeurt samen met de mensen en partijen in het gebied.
– De focus ligt op de gebieden rond de twee Natura 2000-gebieden
– Alle sectoren leveren een bijdrage, van landbouw tot mobiliteit
– De maatregelen, met vooral innovaties, moeten leiden tot een aantoonbare daling van stikstofdepositie
– Er komt ruimte voor vergunningverlening, als de daling is geborgd
– Monitoring en bijsturing maken vast onderdeel uit van de aanpak

In een straal van drie kilometer rond de Zeeuwsche Natura2000-gebieden  (Kop van Schouwen, Manteling van Walcheren) moeten boeren de stikstofuitstoot reduceren met 30 tot 50%, o.a. via aanpassingen in stallen en mestaanwending. De provincie reserveert 20 miljoen euro voor de eerste fase van de aanpak.

Raad van State: stikstofdoelen kunnen niet zomaar uit de wet

De Raad van State is kritisch over het voornemen van demissionair minister Wiersma om de stikstofdoelen uit de wet te halen, zo meldt de NOS. Nederland is verplicht om de overbelasting van de natuur door stikstof te stoppen. In de jaren 2025, 2030 en 2035 moet respectievelijk 40, 50 en 74% van de natuur binnen de gestelde normen vallen. Deze concrete doelen zouden uit de wet gehaald moeten worden volgens de minister. In plaats daarvan zou de stikstofuitstoot in 2035 ‘aanzienlijk minder’ moeten zijn. Deze formulering is volgens de Raad van State te vaag en een plan om stikstofemissie te verminderen ontbreekt.

Minister Wiersma wil af van de normen, de Kritische Depositiewaarde (KDW), omdat deze variëren. Iedere tien jaar wordt opnieuw vastgesteld op welk niveau de KDW ligt. Ook haar voorganger, minister Van der Wal, heeft gekeken naar een alternatieve methodiek om stikstofdoelen te stellen maar slaagde hier niet in.

KringloopWijzer aangewezen als nutriëntentool

De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) wijst de KringloopWijzer aan als officiële nutriëntentool, zo meldt ZuivelNL. Deze aanwijzing geldt per 1 januari 2026. Een nutriëntentool helpt boeren om inzicht te krijgen hoe mest, water en gewassen gebruikt kunnen worden om de kwaliteit van water, bodem en lucht te verbeteren. De EU stimuleert lidstaten om een nutriëntentool in te stellen voor de invulling van de Europese wetgeving. De KringloopWijzer sluit het best aan bij de praktijk van de Nederlandse melkveehouderij. De akkerbouwsector zal het BedrijfsBodemWaterPlan (BBWP) gebruiken als officiële nutriëntentool.

De officiële aanwijzing is ook gunstig voor de BioMonitor, die een verlengstuk vormt van de KringloopWijzer en gegevens daaruit gebruikt. De eindrapportage van de Pilot BioMonitor wordt binnenkort opgeleverd waarna het vervolg hierop kan worden bepaald.

Uitzondering voor bovengronds mest aanwenden verlengd

De vrijstelling voor het bovengronds aanwenden van runderdrijfmest (onder voorwaarden) blijft ook in 2026 van kracht. Demissionair minister van LVVN Wiersma schrijft dit in een brief aan de Tweede Kamer. Het rapport over de milieu-effecten van bovengronds mest uitrijden is nog niet opgeleverd.  Het gehele traject van besluitvorming voor nieuwe regels rond mest aanwenden, met instemming door de Tweede en de Eerste Kamer en een advies van de Raad van State, kan niet worden doorlopen voor het seizoen van mest uitrijden begint. Daarom wil de minister de huidige situatie voortzetten totdat er besluitvorming heeft plaatsgevonden.

De Natuurweide is intensief betrokken bij het lopende en eventueel volgende onderzoeken naar de effecten van bovengronds mest aanwenden. Het verlengen van de vrijstelling voor bovengronds mest aanwenden is dan ook de meest logische beslissing die genomen kan worden.

Tweede Kamer tegen mestplan Wiersma

Een ruime meerderheid van partijen in de Tweede Kamer wil dat het mestplan van demissionair minister Wiersma van tafel gaat.  Dat meldt de NOS. Het plan moest boeren in staat stellen de komende vier jaar meer mest uit te rijden. Ook regeringspartij VVD stemde tegen het plan en vóór het voorstel van ChristenUnie  om het nieuwe mest- en waterbeleid over te laten aan het volgende kabinet. Er zijn grote zorgen over de effecten van het uitrijden van extra mest op met name de waterkwaliteit. Doordat er nog geen besluit is genomen over het nieuwe mest- en waterbeleid lijkt de Europese deadline van 1 januari 2026 niet te worden gehaald.