RVO start blog met bio-nieuws

Op de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland is een blog gepubliceerd waarin nieuws over biologisch wordt gedeeld. In de eerste versie wordt de BioMarktMeter gepresenteerd die inzicht geeft in de ontwikkeling van de verkoop van biologische producten en de bekendheid van biologische producten en het keurmerk bij consumenten. Verder worden de data voor de biologische consumentencampagne bekend gemaakt. Volgend jaar zal in de weken 20 tot en met 24 en 41 tot en met 45 biologische voeding centraal staan in een consumentencampagne.

In de blog wordt verder gemeld dat in nieuwe contracten voor catering bij de Rijksoverheid een verplichting komt te staan dat 25% van het assortiment biologisch moet zijn. In februari 2026 wordt een nieuwe subsidieregeling geopend. Dit is de regeling ‘Vergroten afzet van biologische landbouwproducten’, afgekort Vabiola.

Provincie Utrecht komt met stikstofplan

De provincie Utrecht wil vanaf 2027 weer vergunningen verlenen aan boeren en woning- en wegen bouwers, meldt de NOS. Het verlagen van de stikstofuitstoot moet daarvoor ruimte creëren. De provincie richt zich op een verlaging van de stikstofemissie met 46% in 2035. Boeren krijgen tien jaar de tijd om hun emissies te verlagen. Over drie jaar doet de provincie een tussenmeting. Mochten de boeren onvoldoende emissiereductie hebben gerealiseerd dan kan dit in 2035 door middel van wetgeving worden afgedwongen. In de provincie Utrecht werkt ruim de helft van de boeren zonder volledige vergunning. Voor het plan stelt de provincie 280 miljoen euro beschikbaar.

Rond de stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden mag minder mest worden uitgereden. Ook mogen minder gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt. Verder wil de provincie de natuur herstellen en bomen aanplanten. In de veenweidegebieden moet het grondwaterpeil omhoog om zo de uitstoot van CO2 te verminderen. Het plan moet in 2026 definitief worden vastgesteld door Provinciale Staten.

Tweede openstelling Extensiveringsregeling aangekondigd in Staatscourant

De voorwaarden die verbonden zijn aan de tweede openstelling van de Extensiveringsregeling in en rond Natura 2000-gebieden zijn gepubliceerd in de Staatscourant. Nieuw is dat er een regeling is toegevoegd voor akkerbouwbedrijven. Voor melkveebedrijven geldt dat zij, naast de nu al geldende voorwaarden, ook een reductie moeten realiseren van 5% van de gemiddelde dierexcretie per hectare per jaar en 10% van de gemiddelde stikstofbemesting per hectare per jaar. Alle andere voorwaarden van de regeling voor melkveehouderij leest u op deze website. Hier kunt u zich ook melden als belangstellende voor de regeling en via een formulier laten bekijken of uw bedrijf in aanmerking komt voor de regeling.

Pachtbeleid en afromen dierenrechten controversieel verklaard

De Kamercommissie voor landbouw heeft enkele onderwerpen controversieel verklaard. Over pachtbeleid, afroming van dierenrechten en gewasbestrijding worden tijdens deze kabinetsperiode geen besluiten meer genomen. Een nieuw kabinet moet zich over deze onderwerpen buigen. De onderwerpen stikstof en mest werden niet controversieel verklaard omdat de PVV voor de stemming hierover enkele extra Kamerleden liet opdraven.

CBS: fosfaat- en stikstofexcretie toegenomen

Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) meldt in haar kwartaalrapportage dat zowel de fosfaatexcretie als de stikstofexcretie zijn toegenomen in het derde kwartaal. Vergeleken met de vorige
kwartaalrapportage is de verwachte excretie van fosfaat en stikstof toegenomen, als gevolg van hogere stikstof- en fosforgehaltes van het verse gras, een hoger stikstofgehalte van de graskuil van 2025 en een grotere rundveestapel. Toch verwacht het CBS dat de stikstofexcretie  1,4% onder het landelijke plafond uitkomen. De fosfaatexcretie koerst op op een overschrijding van het plafond met 4,9%.

Met de melkveesector is afgesproken het ruweiwitgehalte te verlagen en onder 160 gr RE/kg droge stof te blijven. Hoewel het ruweiwitgehalte van de voorjaars- en zomerkuilen in 2025 hoger is dan over 2024 verwacht het CBS dat de streefwaarde voor dit jaar wel wordt gehaald. De vermindering van de mestproductie als gevolg van de stoppersregelingen Lbv en Lbv-plus, zal in 2025 nog niet volledig bijdragen aan vermindering van fosfaat- en stikstofexcretie. Deelnemers aan deze regelingen hebben tot een jaar na ondertekenen van de overeenkomst de tijd om de dieren weg te doen. De effecten hiervan zullen dus vooral in 2026 en 2027 zichtbaar worden. Aan ruim 1.000 bedrijven is een subsidievoorschot verstrekt. Dit is 98% van het aantal bedrijven dat een overeenkomst heeft ondertekend in het kader van beide regelingen.

Deskundigencommissie adviseert aanpassing excretieforfaits

De Commissie van Deskundigen Meststoffenwet (CDM) adviseert minister Wiersma om excretieforfaits en stikstofcorrectiefactoren aan te passen. Daarbij baseert de CDM zich op data van de bruto excretie en mestsamenstelling en -transporten in de periode tussen 2021 en 2023. In het fosfaatrechtenstelsel van de melkveesector zou door de aanpassing ruimte komen voor een toename van het aantal melkkoeien en kalfkoeien met 7%. De stikstofproductie zou met 16,5 miljoen kilo kunnen toenemen.

Excretieforfaits geven de rekenkundige hoeveelheid stikstof en fosfaat per dier en diercategorie weer. De stikstofcorrectiefactor geeft een aanpassing van de stikstofproductie aan voor gasvormige verliezen van mest in de stal en de mestopslag.

Voor extensievere bedrijven pakt de aanpassing ongunstig uit. Bij een gemiddelde melkproductie van minder dan 7.500 kg per koe per jaar hebben bedrijven een tekort aan fosfaatrechten. Intensievere bedrijven krijgen juist meer ruimte om extra melk te produceren.

Visie op verduurzaming landbouw vanuit middenpartijen

Leden van duurzaamheidsgroepen van D66, CDA, GroenLinks-PvdA en VVD hebben een visiedocument aangeboden aan de landbouwwoordvoerders van de vier partijen. Vanuit het duurzaamheidsoverleg dat zij regelmatig hebben hebben ze werkrichtingen meegegeven gericht op verduurzaming van de landbouw, in de verwachting dat deze punten tijdens de formatie worden meegenomen. In het document wordt de tegenstelling tussen natuur en landbouw verworpen. De opstellers van het document geloven in integrale oplossingen waarin natuur, dierenwelzijn, boeren en voedselzekerheid vooruit worden geholpen. De uitgangspunten van kringlooplandbouw worden onderschreven en de afhankelijkheid van kunstmest, chemische gewasbestrijding en geïmporteerd veevoer moet worden verminderd.

Gepleit wordt voor het stimuleren van de biologische afzet. Een gebiedsgerichte aanpak moet terugkeren met daarbij ook het eerder geschrapte transitiefonds. Boeren, terreinbeheerders, provincies en waterschappen krijgen en houden ruimte voor maatwerk en vakmanschap. De pachtwetgeving zou moeten worden aangepast met het oog op verduurzaming en langdurige pacht moet boeren zekerheid geven over beschikbaarheid van grond. Natuurorganisaties overheden moeten meer ruimte te krijgen om grond te verpachten op een manier die goed uitwerkt voor de natuurdoelstellingen.

CBS: afname agrarisch grasland, toename natuurlijk grasland

Uit recent gepubliceerde cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) blijkt dat in de periode 2016-2023 de oppervlakte aan agrarisch grasland is gekrompen met 457 vierkante kilometer. In Nederland was in 2023 7.721 vierkante kilometer agrarisch grasland. Tijdelijk grasland wordt gerekend tot akker- en tuinbouwgrond, waarvan in Nederland in 2023 10.574 vierkante kilometer was. Natuurlijk grasland nam toe met 255 vierkante kilometer tot 1.658 vierkante kilometer oppervlakte.

In 2023 bestond ruim 20& van het Nederlandse grondoppervlak uit (half)natuurlijke ecosystemen, zoals bos, heide en duinen. Hier was een toename zichtbaar tussen 2016 en 2023 van 285 vierkante kilometer. Deze toename betrof vooral natuurlijk grasland, waarvan het beheer vooral is gericht op het vergroten van de biodiversiteit.

Het bebouwde oppervlak in Nederland omvatte in 2023 7.721 vierkante kilometer. Daartoe wordt ook stedelijk groen gerekend.

Waarde van biologische melkveehouderij centraal tijdens De Natuurweidedag

De Natuurweidedag stond gisteren in het teken van ‘waarde’: waarde die de biologische melkveesector heeft voor de maatschappelijke doelen rond natuur, klimaat, waterkwaliteit en biodiversiteit. Hoe kan deze beter inzichtelijk worden gemaakt maar ook worden vertaald naar gezonde marges, passende regelgeving en toekomstperspectief voor individuele bedrijven.

Alex Datema, directeur Food & Agri bij de Rabobank, zette uiteen hoe de zogenaamde ‘True Value Language’ kan bijdragen aan een realistischer inzicht in kosten en opbrengsten van voedselproductie. Daarbij zouden nu nog vaak verborgen en indirecte kosten van minder duurzame productiemethodes, beter moeten worden verrekend in de voedselprijzen. Waardecreatie die volgt uit duurzame productiemethodes moeten ook terug komen in prijzen. Voorbeelden van deze extra waarde die Alex Datema hierbij noemde zijn schoon water en behoud van natuur en landschappen. Het huidige voedselsysteem is te zeer gericht op zo laag mogelijke kostprijzen waardoor extra inspanningen die goed uitwerken voor natuur, klimaat, biodiversiteit en water, in de praktijk vooral kostprijsverhogend werken. Datema pleitte dan ook voor een rigoureuze aanpassing van het voedselsysteem dat er uiteindelijk toe leidt dat het meest duurzaam geproduceerde voedsel ook altijd lager geprijsd is dan niet-duurzaam geproduceerd voedsel. Dat vraagt ook om keuzes door bijvoorbeeld supermarkten ten aanzien van wat zij nog aanbieden aan consumenten.

Nick van Eekeren, onderzoeker bij Louis Bolk Instituut en Wageningen University & Research, zette vervolgens uiteen hoe blijvend grasland en tijdelijk grasland (in rotatie met bouwland) zeer waardevolle landgebruiksvormen zijn de voor maatschappelijke doelen. Koeien die op grasland grazen zorgen voor hoogwaardig voedsel en beperken broeikasgasemissies die gepaard gaan met (kracht)voerproductie. Voor een deel vindt die productie plaats in het buitenland waar tropisch regenwoud voor moet wijken. Nick van Eekeren stipte ook de intensivering aan, die wordt aangejaagd door stijgende grondprijzen en stijgende arbeidskosten. Op veel plekken is die intensivering juist niet gewenst, bijvoorbeeld rond stikstofgevoelige natuurgebieden. Ook wordt het steeds lastiger om bedrijfsopvolgers te vinden die de steeds verder oplopende financiële lasten kunnen dragen.

Mascha Middelbeek, namens IDH werkzaam in Afrika om landbouw- en voedselmarkten te transformeren, schetste een beeld van de vaak kleinschaliger voedselproductie die juist nog moet intensiveren. Daarbij is het de uitdaging de negatieve neveneffecten van schaalvergroting en intensivering te voorkomen. Mascha Middelbeek probeert met boeren en voedselproducenten modellen op te bouwen die natuur-inclusiever zijn en de effecten van klimaatverandering kunnen opvangen. Kennisoverdracht en investeringen zijn hier belangrijke pijlers onder.

In de afsluitende paneldiscussie gaf René van der Velde van Henri Willig inzicht in de effecten die de verplichte duurzaamheidsrapportages van grote bedrijven zullen hebben in de gehele keten. Data zullen in toenemende mate worden gevraagd door o.a. supermarkten die ze vervolgens in hun rapportages verwerken. Henri Willig spant zich ook in om duurzaam producerende melkveehouders extra te belonen. In de winkels van Henri Willig blijkt dat ook consumenten duurzame en smakelijke producten waarderen.

Droger inkuilen verlaagt methaan

In het kader van Netwerk Praktijkbedrijven is onderzoek gedaan naar mogelijkheden om de methaanemissiefactor te verlagen zonder dat ammoniakemissie toeneemt.  Op 15 bedrijven die meedoen aan het Netwerk Praktijkbedrijven zijn stalmetingen gedaan naar methaanemissie. Daaruit komt naar voren dat een goede gras- of maïskuil leidt tot minder methaanemissie. Het gaat dan met name om jonger en droger gekuild gewas. Daarmee wordt de emissiefactor lager en komt beter te benutten eiwit beschikbaar. Door iets vroeger te maaien dan aanvankelijk voor het beperken van ammoniakemissies werd geadviseerd, maar droger in te kuilen, blijven zowel methaan- als ammoniakemissie beheersbaar.

Stefan van ’t Ooster, bedrijfsbegeleider bij Netwerk Praktijkbedrijven licht toe: “Jong gras wordt sneller verteerd, maar door het droger op te slaan gaat het trager door de koe, wat problemen in de pens voorkomt en geen negatief effect heeft op de diergezondheid. Daarnaast zorg je voor bestendiger ruw eiwit waardoor je met ammoniak ook goed uitkomt.” Vers gras draagt ook bij aan lagere methaanemissie. Robin Walvoort, onderzoeker bij Wageningen Livestock Research: “Hoe meer vers gras in het rantsoen, hoe lager de methaanuitstoot. Bij weidegang daalt vaak ook de ammoniakuitstoot. Bovendien ben je minder afhankelijk van aangekochte eiwitbronnen.”