Concept legalisatieprogramma met opties voor PAS-melders

Recent werd duidelijk hoe het legalisatieprogramma voor de PAS-melders eruit kan komen te zien. Binnen het legalisatieprogramma vallen naast landbouwbedrijven ook andere bedrijven. Ook varieert de omvang van het te legaliseren deel van het bedrijf. Intern salderen is een van de opties waarbij de nieuwe activiteit beoordeeld ten opzichte van de reeds toegestane Natura 2000-activiteit op die locatie. Als de emissie hoger is dan moet deze worden verlaagd tot het eerdere niveau. Deze verlaging kan worden gerealiseerd door het toepassen van reducerende technieken, omschakelen naar een andere diersoort, omschakelen naar een andere activiteit, omschakelen naar biologisch, managementmaatregelen of extensiveren.

Bij extern salderen wordt de hogere emissie van de nieuwe activiteit gecompenseerd door een activiteit op een andere locatie geheel of gedeeltelijk te stoppen. Stikstofruimte kan ook uitgewisseld worden tussen bedrijven. Het Rijk kan stikstofruimte voor grote maatschappelijke projecten reserveren in een Rijksbank. Ook provincies kunnen een stikstofbank oprichten voor specifieke doeleinden. Omdat de natuur er slechter voorstaat dan gedacht kan vrijgemaakte ruimte niet worden gebruikt om PAS-melders te legaliseren.

Een andere optie in het concept-legalisatieprogramma is geheel of gedeeltelijk beëindigen van de bedrijfsvoering. Als het via de PAS gemelde bedrijfsdeel wordt gestaakt is er niet langer sprake van illegale bedrijfsvoering. PAS-melders kunnen meedoen aan de bedrijfsbeëindigingsregelingen. Verplaatsing naar een locatie waar wel een passnede vergunning kan worden verkregen, is eveneens een optie. Voor ieder van deze instrumenten is in het concept legalisatieprogramma een beoogd budget opgenomen. Het doel is dat voor het eind van 2030 alle PAS-melders gelegaliseerd zijn.

Prijsverschil tussen biologisch en niet-biologisch neemt toe

Uit een onderzoek van de Consumentenbond blijkt dat het prijsverschil tussen biologisch en niet-biologisch toe is genomen ten opzichte van twee jaar geleden. Toen betaalden consumenten gemiddeld 48% meer voor een biologisch product. Nu is dat verschil opgelopen tot 66%. De Consumentenbond onderzocht het prijsverschil van 166 producten bij dertien supermarkten. De biologische  speciaalzaken Ekoplaza en Odin lieten het hoogste prijsniveau zien. Lidl heeft het laagste prijsniveau voor biologische producten: 19% onder het gemiddeld van alle supermarkten. Vomar (-17%), DekaMarkt en Dirk (-12%) volgen daar achter. Het grootste aanbod aan biologische producten bij de niet-biologische supermarkten is te vinden bij Albert Heijn, Jumbo en Plus.

De prijsverschillen variëren sterk per productgroep. Grote prijsverschillen zijn er bij zwarte thee (600%), paprika chips (515%), groene thee (365%) en naturel chips (227%). Bij sommige producten bleek de prijs voor biologisch lager, zoals bij pasta. De volledige productenlijst is te lezen op de website van de Consumentenbond.

Veehouders krijgen tijd voor stalaanpassingen

Veehouders die stallen moeten aanpassen met het oog op de eisen voor dierwaardigheid, krijgen hiervoor de tijd. Dat bericht Nieuwe Oogst na het debat van de Kamercommissie landbouw met staatssecretaris Silvio Erkens. Ook hecht de staatssecretaris grote waarde aan een duurzaam verdienmodel voor producten uit de dierwaardige veehouderij. De Kamercommissie debatteerde met de staatsecretaris over dierenwelzijn in de veehouderij.

In het convenant ‘Stappen naar een dierwaardige veehouderij’ zijn onder meer afspraken gemaakt met markt- en ketenpartijen over het verwaarden van producten uit de toekomstige dierwaardige veehouderij. Ook supermarkten zijn hierin betrokken. Staatssecretaris Erkens gaat met de horeca en out-of-home-bedrijven (cateraars, gemakswinkels, foodservice) in gesprek om ook deze bedrijven hierbij te betrekken. Ook export is een belangrijk aandachtspunt voor de staatssecretaris: “Ik geloof echt dat ook in andere Europese landen dierwaardigheid een steeds groter thema wordt, ook onder jonge generaties. Als je daar goed op inspeelt, kan dat kansen bieden. Dat vraagt wel van overheid, sector en keten dat we samen een concept neerzetten in plaats van dat iedereen versplinterd probeert zijn of haar product te slijten. Want dat is kwetsbaar.”

Kabinet komt met nieuwe wolvenaanpak

Het kabinet komt met aanvullende maatregelen tegen ‘probleemwolven’, meldt o.a. de NOS. Een wolf die mensen heeft aangevallen of binnen twee weken twee maal een aanval op vee doet, wordt bestempeld tot ‘probleemwolf’. Zo’n probleemwolf mag worden afgeschoten. Ook wordt het sneller toegestaan om wolven af te schrikken met licht en geluid of een paintballgeweer. Staatssecretaris Erkens legt uit waarom het kabinet met deze maatregelen komt: “Op dit moment mag bijna niks. Het draagvlak neemt af en het thema leidt tot een behoorlijke polarisering. Wolven zijn steeds minder schuw geworden. Vorig jaar werd er nog een kindje de struiken in getrokken. We moeten alles op alles zetten om grote incidenten te voorkomen.” De staatssecretaris wil ook met buurlanden Duitsland en België in overleg over de wolvenaanpak.

Naast confrontaties tussen mensen en wolven hebben veehouders veel schade door wolvenaanvallen. Bij12, de overheidsinstantie die de wolvenpopulatie monitort en aanvallen onderzoekt, geeft aan dat de wolven zich in onder meer de provincies Drenthe, Overijssel en Gelderland hebben gevestigd. Daar blijft hun aantal groeien.

Nieuwe campagne om ruw eiwit in rantsoen te verlagen

Het Convenant Verlagen ruw eiwit rantsoenen melkveebedrijven (Convenant Voerspoor) lanceert op 23 april de landelijke campagne ‘Verlaag ruw eiwit, dat loont’. De campagne wil melkveehouders en hun adviseurs laten zien wat zij kunnen doen om op die manier stikstofuitstoot te beperken en mestafzetkosten te verlagen. Sturen op ruw eiwit is daarmee één van de manieren waarmee een melkveehouder de bedrijfsresultaten kan opmaliseren en/of verbeteren. Het convenant is een initiatief van diverse organisaties in de melkveehouderij, zuivel- en diervoedersector en adviseurs en kennisinstellingen. De Natuurweide is een van de organisaties achter dit convenant.

Het Convenant Voerspoor bouwt voort op kennis uit onder meer de praktijkpilot Koe en Eiwit (20222026), uitgevoerd door Wageningen University & Research, waaraan 155 melkveehouders door heel Nederland deelnamen. De conclusie: een lager ruw eiwit in het rantsoen en dus een lagere stikstofemissie is mogelijk met behoud van melkproductie en de gezondheid van de koe. Met de campagne wil het Convenant Voerspoor vooral bedrijven bereiken die nog niet op ruw eiwitverlaging sturen. Daarbij is aandacht voor de diversiteit in grondsoorten in Nederland: bij bedrijven met overwegend gras in het rantsoen is het aandeel eiwit hoger dan bij bedrijven met meer maïs, maar ruw eiwitverlaging is ook daar mogelijk.

 

 

Aandeel keurmerken in boodschappenmand groeit

Afgelopen jaar hebben consumenten vaker gekozen voor een product met een keurmerk, zo blijkt uit de jaarlijkse Monitor Keurmerken Retail. Het aandeel van duurzame keurmerken steeg van 25% in 2024 naar 25,4% in 2025. Het biologische keurmerk groeide het sterkst, namelijk met 9,8%, gevolgd door het Beter Leven keurmerk met 4,3%. Dit keurmerk heeft met € 4,2 miljard de hoogste omzet. Vooral bij varkensvlees, kip en eieren scoort Beter Leven een hoog marktaandeel. De jaarlijkse meting wordt uitgevoerd bij de meeste supermarkten. Alleen Aldi, Lidl en Picnic doen niet mee.

Aandacht in media voor Innovatieprijswinnaar Elderink

Mede naar aanleiding van het winner van de Ekoland Innovatieprijs ging regionale zender Oost op bezoek bij de familie Elderink van biologisch melkveebedrijf Het Hengelman in De Lutte. In de reportage sprak Oost met broer en zus Bart en Marije Elderink. Marije maakt en verkoopt kaas van de koeien die hoofdzakelijk met zelf gedroogd hooi worden gevoerd. In het gesprek met Bart Elderink kwam ook de noodzaak van vergroting van de vraag en de afzet naar voren. Ook het contact van biologische boeren met burgers/consumenten is van groot belang om uit te leggen hoe gewerkt wordt op de boerderij om zo de groeiende kloof tussen boer en burger te verkleinen.

Provinciale Staten Gelderland vóór Kadernota Agrifood 2021-2030

Provinciale Staten van Gelderland hebben ingestemd met de Kadernota Agrifood 2021-2030 ‘Toekomst voor de Gelderse boer’. Hierin wordt de toekomst van de land- en tuinbouw beschreven. De provincie wil ruimte bieden aan verschillende vormen van land- en tuinbouw en wil bedrijven ondersteunen bij de ontwikkeling naar meer verduurzaming. Met het programma Agrifood wil Gelderland de overgang naar een meer duurzame landbouw financieel en juridisch mogelijk maken. Ook zet de provincie zich in voor de beloning van agrarische ondernemers beloond voor hun bijdrage aan maatschappelijke diensten, zoals het beheer van natuur of landschap. De Kadernota heeft een aantal speerpunten:
– Kennis en innovatie: ondersteuning voor bedrijfsplannen, kennisontwikkeling en -uitwisseling, samenwerkingsverbanden, onderzoek en vernieuwing.
– Ondersteuning van boeren bij de overgang naar een duurzame bedrijfsvoering, o.a. met subsidies voor duurzame investeringen, aankoop van grond die kavelruil makkelijker te maakt.
–  Beloning voor maatschappelijke diensten zoals agrarisch natuurbeheer en landschapsbeheer en het ondersteunen van bijvoorbeeld korte ketens, biologische landbouw of agroforestry.

Daarnaast komt de provincie met een zgn. Plussenbeleid voor duurzame land- en tuinbouw. Niet-grondgebonden veehouders, zoals varkens- en pluimveehouderijen, kunnen hun bedrijf uitbreiden en nemen hiervoor aanvullende maatregelen op het gebied van ruimtelijke kwaliteit, milieu en het welzijn van de dieren.

 

EU Commissie keurt extensivering via Sem goed

De Europese Commissie heeft goedkeuring gegeven aan de Subsidieregeling extensivering melkveehouderij (Sem), niet te verwarren met de Extensiveringsregeling in en rond Natura 2000-gebieden. Dat laat minister Van Essen van LVVN weten in een Kamerbrief. Deze goedkeuring was nodig met het oog op de regels rond staatssteun. Het doel van de Sem is het structureel verminderen van ammoniak- en broeikasgasemissies in de melkveehouderij. De Sem is gericht op het tijdelijk houden van minder melkkoeien op een individueel melkveebedrijf. De Sem leidt daarnaast tot een blijvende afname van het aantal fosfaatrechten op nationaal niveau en daardoor tot een blijvende vermindering van het aantal melk- en kalfkoeien in Nederland. Daarnaast neemt de mestproductie af, waardoor naar verwachting de druk op de mestmarkt zal afnemen. Ook kan de Sem de omschakeling naar een extensievere bedrijfsvoering stimuleren.

In totaal is voor de Sem een budget beschikbaar van € 627 miljoen. Daarvan is € 615,7 miljoen beschikbaar in de vorm van subsidie en is € 11,3 miljoen gereserveerd voor de uitvoering van de Sem door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). De Sem zal worden opengesteld van 1 juni tot en met 29 juli 2026. Gedurende deze periode kunnen melkveehouders een aanvraag indienen.

Toepassing van de Sem
De regeling is vrijwillig en tijdelijk van aard. Deze regeling biedt melkveehouders die klem zitten een concreet handelingsperspectief. Tegelijkertijd draagt de regeling bij aan het verlichten van de druk op de mestmarkt als geheel. De primaire melkveeorganisaties zien de regeling ook als een onderdeel van een breder pakket. Zo hebben de primaire melkveeorganisaties gepleit voor structurele vormen van derogatie, voor de invoering van een protocol voor gasvormige verliezen en is er een Convenant Verlagen ruw eiwit in rantsoenen melkveebedrijven (Voerspoor) gesloten. Ten slotte is inzet op RENURE eveneens een belangrijk spoor dat bijdraagt aan verlichting van de mestmarkt.

Voorwaarden
Melkveehouders die deelnemen aan de regeling extensiveren hun bedrijf gedurende een periode van drie jaar door minimaal 10% en maximaal 20% van hun melkvee af te bouwen. Daarvoor ontvangen zij een compensatie voor gemiste inkomsten en een vergoeding voor de fosfaatrechten die definitief worden doorgehaald. Na drie jaar is reguliere bedrijfsontwikkeling weer mogelijk en kunnen deelnemende melkveehouders ervoor kiezen hun veestapel weer te laten groeien, bijvoorbeeld naar het oorspronkelijke aantal melkkoeien.

Tegelijkertijd met de publicatie van de regeling in de Staatscourant publiceert de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) uitleg over de precieze voorwaarden en werking van de regeling op haar subsidiepagina, inclusief een rekentool. Ook komen er online vragenuurtjes om melkveehouders die interesse hebben goed in staat te stellen te onderzoeken of de regeling voor hen financieel aantrekkelijk is. Daarnaast informeert de RVO accountants over de regeling.

Hoogte subsidie
De subsidie wordt in jaarlijkse voorschotten uitbetaald gedurende de driejarige looptijd van de regeling en bestaat uit twee componenten. Ten eerste compensatie inkomensverlies van € 1.606,- per melkkoe per jaar. Ten tweede een vergoeding van € 110,- per fosfaatrecht voor 100% van de rechten. Dit in tegenstelling tot een marktpartij waarbij de verkopende partij 70% van de rechten kan verkopen. De totale vergoeding bij een gemiddelde melkproductie is dan € 9.757,- per melkkoe. Wij adviseren melkveehouders om dit met de accountant te bespreken en daarbij aandacht te hebben voor de fiscale kant.

Private ondersteuning
Naast de publieke regeling leveren ook banken een bijdrage. Afhankelijk van hun beleid bieden zij passende financierings- en investeringsmogelijkheden aan deelnemende melkveebedrijven. Daarbij wordt maatwerk toegepast, binnen de geldende bancaire kaders en mededingingsregels. Dit stelt melkveehouders in staat om hun bedrijf verder te ontwikkelen en gericht te investeren in een toekomstbestendige bedrijfsvoering.

De regeling is tot stand gekomen op initiatief van zeven primaire melkveeorganisaties, waaronder De Natuurweide. De organisaties hebben zich de afgelopen periode gezamenlijk ingezet om te komen tot een praktische en haalbare oplossing voor melkveehouders die vastlopen door de druk op de mestmarkt.

Trendrapport biologische sector: groei zet door

In het jaarlijkse trendrapport over de biologische sector van Bionext  blijkt dat het biologisch landbouwareaal met 4,4% is gegroeid. Dat biologische areaal bestaat nu uit 95.509 hectare (5,3% van het totale areaal) met nog eens ruim 7.000 ha in omschakeling. Op detailhandelsniveau ligt de omzet boven de €2 miljard, een stijging van 9% ten opzichte van 2024. Om de groei te continueren en te versnellen zijn duidelijke beleidskeuzes en ketensamenwerking van grot belang, stelt Bionext.

Binnen Nederland zijn er opvallende regionale verschillen in de groei van het biologisch landbouwareaal. Drenthe groei sterk: 29,2%.  Zeeland (+14,3%) en Friesland (+6,8%) volgen op afstand. Ook Limburg laat met +5,9% een bovengemiddelde groei zien. In deze provincies gaat de omschakeling naar biologisch momenteel dus het snelst. In provincies als Flevoland en Overijssel is sprake van stabilisatie of lichte daling. Daarnaast valt op dat in onder andere Limburg en Friesland relatief veel hectares in omschakeling zijn. In de komende jaren si hier dus verdere groei te verwachten.