De Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli) adviseert het kabinet het grondbeleid aan te passen met het oog op de ontwikkeling van het platteland. Het advies werd aangeboden aan minister Wiersma van LVVN, minister Keizer van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en minister Heinen van Financiën. Grond speelt een belangrijke rol in de keuzes die in het landelijk gebied worden gemaakt. Nederland staat voor grote opgaven op gebied van wonen, landbouw, defensie, natuur, waterkwaliteit en (duurzame) energie. Bij bedrijfsbeëindiging wordt de grond vaak verkocht zonder dat een toekomstig gebruik bijdraagt aan verduurzaming en plattelandsontwikkeling. In het advies doet de Raad dan ook een drietal aanbevelingen:
1. Haal prikkels uit belastingregels en subsidies die grondprijzen opdrijven
Belastingregels met bepaalde vrijstellingen rond bedrijfsopvolgingen en subsidies vanuit het GLB of stoppersregelingen, hebben een prijsopdrijvend effect op landbouwgrond. De Raad stelt voor om fiscale vrijstellingen om te bouwen naar een pensioenfonds voor boeren, duurzaamheidsvoorwaarden te verbinden aan bedrijfsopvolging, landbouwsubsidies te richten op verduurzaming en structuurversterking en grondprijs opdrijvende prikkel uit stoppersregelingen te halen.
2. Geef richting door onderscheid te maken tussen productielandbouw en maatschappelijke landbouw
De Rli beveelt een tweedeling aan in de ontwikkeling van landelijk gebied: een gericht op productielandbouw en een gericht op maatschappelijke landbouw. Bij productielandbouw ligt de focus op voedselproductie, bij maatschappelijke landbouw spelen andere functies een rol die vragen om subsidies en instrumenten, gericht op de planologische functies van een gebied. De Raad pleit voor een sterkere samenhang tussen projecten in een gebied.
3. Grijp actiever in op de grondmarkt om maatschappelijke doelen te bereiken
Om de maatschappelijke doelen te halen, voorziet de Rli een ingrijpende herinrichting van delen van het landelijk gebied. Inzet van instrumenten als wettelijke herverkaveling, onteigening (inclusief schadeloosstelling) en voorkeursrecht zijn daarbij volgens de Rli onmisbaar. Deze kunnen naast vrijwillige instrumenten worden ingezet. Verder beveelt de Rli aan om te toetsen of grondtransacties bijdragen aan het oplossen van maatschappelijke opgaven.