Onderzoek: een op zes melkveehouders overweegt omschakeling

Een op de zes melkveehouders overweegt omschakeling naar biologisch binnen vijf jaar. Dat is de conclusie in een onderzoek door Wageningen Social & Economic Research, uitgevoerd in opdracht van Stichting Natuur & Milieu. Natuur & Milieu leidt hieruit af dat opschaling naar 15% van het landbouwareaal mogelijk is, als er ondersteunend beleid en financiële middelen komen vanuit de overheid. Daarnaast vragen boeren om een ‘voorspelbaar pad’: voldoende afzetmogelijkheden, een eerlijke prijs, beschikbaarheid van grond en langjarige afspraken met afnemers. Daarnaast speelt ook de manier waarop de sociale omgeving kijkt naar omschakeling naar biologisch. Ook hebben boeren het gevoel dat beleidsmakers onvoldoende inzien hoe complex een omschakeling naar biologisch is.

Stichting Natuur & Milieu roept het Rijk op minstens 1 miljard euro te investeren in de biologische landbouw en een samenhangend pakket te creëren voor marktontwikkeling, omschakelsteun, vergoeding van certificeringskosten, extra grond voor biologische boeren en veel meer kennisoverdracht.

Skal-jaarverslag: afname aantal afwijkingen

In het jaarverslag geeft Skal een inkijk in de vorig jaar uitgevoerde insecties maar ook de sector- en organisatieontwikkelingen. In 2025 nam Skal de controle op de import van biologische producten over van de Douane. Dit betekende ook dat de organisatie van Skal werd uitgebreid en nieuwe afspraken werden gemaakt met zowel Douane als het ministerie van LVVN. Ook werd de organisatie verder geprofessionaliseerd. Renée Bergkamp, voorzitter van het Skal-bestuur, geeft aan dat de organisatie klaar is voor de opschaling van de biologische productie en consumptie.

Een analyse van alle in 2025 uitgevoerde controles laat zien dat in ruim driekwart (76,5%) van alle gevallen geen enkele afwijking werd geconstateerd. In het jaar ervoor lag dat percentage nog op 72%. Zowel het aantal lichte als ernstige en kritieke ‘non-conformiteiten’ nam af. Deze afnames bewijzen volgens Skal dat het Nederlandse biologische product betrouwbaar genoemd kan worden. Acht bedrijven werden onder toezicht geplaatst en drie bedrijven zagen hun biologische certificaten opgeschort worden. Begin van dit jaar zijn deze opschortingen ongedaan gemaakt nadat herstel was vastgesteld.

Onderzoek: heggen effectiever dan bloemenranden

Grasland- en akkerbouwpercelen omrand met heggen trekken twee keer zoveel insecten als percelen zonder heggen. Dat concludeert ecoloog Robin Lexmond van de Radboud Universiteit in Nijmegen. Hoewel bloemenranden ook van waarde zijn, is het effect niet vergelijkbaar met dat van heggen. Robin Lexmond voerde het onderzoek uit in de Ooijpolder en de Duffelt om beter inzicht te krijgen in hoe insecten kunnen worden geholpen. De aantallen insecten lopen al jaren sterk terug.

Met name het blijvende karakter van heggen lijkt een belangrijk voordeel ten opzichte van bloemenranden, die vaker worden omgeploegd en ingezaaid. Heggen vormen schuilplaatsen en voedselbronnen voor insecten. Het type landbouw, de grootte van percelen of de hoeveelheid bos in de buurt hadden nauwelijks invloed op de hoeveelheid insecten. Landbouwpercelen met in de nabijheid beschermde natuur herbergen ook meer insecten. Maar ook dan blijkt aanwezigheid van heggen het aantal insecten nog verder te verhogen. Robin Lexmond: “Dat is belangrijk, want het betekent dat maatregelen niet alleen zinvol zijn in landbouwgebieden waar weinig natuur is, maar ook in landschappen waar al geïnvesteerd is in biodiversiteit. Elke extra meter heg telt.”

Online leerprogramma’s over biologische landbouw

Het Consortium Biologische Landbouw is enkele jaren geleden gevormd om bestaande agrarische opleidingen te verrijken met biologische kennis en inzichten. De Natuurweide is een van de partners in het Consortium. Daarbij is de keuze gemaakt om geen volledig apart biologisch leeraanbod te creëren maar het te integreren in het al bestaande (veelal gangbare) leeraanbod. Naast leerprogramma’s voor de opleidingen op locatie, is er ook een e-learning aanbod gecreëerd. Deze modules kunnen dus thuis worden gevolgd, ook door melkveehouders en andere geïnteresseerden. Het e-learning aanbod is geclusterd binnen de volgende categorieën:
– Biologie/ecologie
– Bodemvruchtbaarheid
– Omschakelen naar biologische melkveehouderij (en varkenshouderij, pluimveehouderij en teelt & tuinbouw)
– Kringlooplandbouw

Studenten doen bodem ‘challenge’

Onderzoeksteams van studenten uit MBO- en HBO-opleidingen van Aeres, Terra, Zone, Vonk en Yuverta gaan in het kader van een ‘challenge’ onderzoek doen naar de bodems van biologische, biodynamische en gangbare bedrijfssystemen. De challenge wordt georganiseerd door de stuurgroep CIV Veehouderij. Dit is een samenwerkingsverband van onderwijs, bedrijven en overheid. Ook twee practoren en Hogeschool Van Hall Larenstein werken inhoudelijk mee aan de dag. Vanuit het onderwijs en de innovatie zijn onder anderen Astrid Sportel (Zone College, onderwijsinnovatie) en Ruud Hendriks (kringlooplandbouw) betrokken.

In de Bodem Challenge krijgen de teams acht opdrachten. In deze opdrachten staan verschillende thema’s centraal, bijvoorbeeld bodem, bemesting, rantsoen en melkkwaliteit. De studenten voeren zelf praktijkonderzoek uit en werken aan open onderzoeksvragen. In ieder team zitten vier studenten, deels uit MBO en deels uit HBO. De challenge vindt plaats op de locaties van Aeres Farms en Stichting Warmonderhof in Dronten

Kamerbrief over aanpak landbouw, natuur en stikstof

Minister Jaimi van Essen heeft in een brief aan de Tweede Kamer de beoogde aanpak ontvouwd voor de agrarische sector in relatie tot de doelen rond natuur en klimaat. Het beleid is gebaseerd op zeven pijlers. De eerste pijler richt zich op generieke maatregelen om de beoogde reductie van ammoniakemissie van 23-25% in 2030 en 42-46% in 2035 te realiseren. Daarbij wordt ook gekeken naar een verdeling van de doelen over de verschillende sectoren. Voor de de zomer zal een afromingspercentage voor iedere sector (melkvee, varkens en pluimvee) worden vastgesteld bij overdracht van rechten buiten familieverband. Ook andere generieke maatregelen worden voor de zomer bekend. Bedrijfsbeëindigingsregeling blijven gehandhaafd. Stoppende boeren kunnen hun grond aanbieden aan de overheid voor extensivering en natuur. Mocht het stikstofdoel voor de landbouw van 2035 niet wordt gehaald, dan wordt mogelijk gekort op dier- of fosfaatrechten bij landbouwbedrijven.

De tweede pijler richt zich op de gebiedsgerichte aanpak. Het kabinet heeft daarbij in het bijzonder aandacht voor de vier kwetsbare gebiedstypen: overgangszones rondom Natura 2000-
gebieden, veenweiden, beekdalen en grondwaterbeschermingsgebieden. Rond kwetsbare Natura 2000-gebieden gaat het kabinet werken met zonering. In deze zones is een hogere emissiereductie nodig en wordt, waar nodig landbouwkundig gebruik en inrichting van de zone aangepast aan de doelen van het betreffende Natura 2000-gebied. Extensivering vormt hiervan een belangrijk onderdeel. Gezien de urgente opgaven zet het kabinet al op korte termijn in op een proces, waarbij boeren de tijd en ondersteuning krijgen om de benodigde transitie te maken door te innoveren, extensiveren, omschakelen, verplaatsen of beëindigen.

Natuurbehoud en -herstel vormen de derde pijler. Het kabinet zet structureel in op natuurbeheer door terreinbeherende organisaties. Boeren worden ondersteund bij het treffen van effectieve natuurmaatregelen. In pijler 4 valt vergunningverlening. Om een structurele oplossing te bieden aan PAS-melders en weer ruimte voor natuurvergunningverlening te creëren, is in de eerste plaats een geborgd maatregelenpakket nodig. Het additionaliteitsvereiste zou verduurzaming en emissiereductie, zoals door hernieuwbare-energieprojecten, verduurzaming van de landbouw en industriële verduurzamingsprojecten mogelijk worden gemaakt, niet in de weg mogen staan. Het kabinet werkt aan een geborgd reductiepakket. Daarnaast worden de stikstofdoelen op basis van depositie vervangen door emissiedoelen.

Pijlers 5 en 6 richten zich respectievelijk op een toekomstbestendige landbouw en een sociaal en economisch vitaal platteland. Pijler 7 betreft klimaat, water, gewasbeschermingsmiddelen en dierwaardigheid. De inzet gericht op stikstofreductie en natuurverbetering hangt nauw samen met de andere opgaven in het landelijk gebied, namelijk klimaat, water, gewasbeschermingsmiddelen en dierwaardigheid.

In de Voorjaarsnota wil het kabinet 150 miljoen euro vrijmaken voor versterking van de natuur en ondersteuning van de agrarische sector. Daarvan is 60 miljoen euro bestemd voor versneld natuurherstel. Onder andere hydrologisch herstel is hiervan een onderdeel: verbeteren van waterlopen, sloten en grondwaterstanden. Voor beheer en onderhoud van natuurgebieden wil het kabinet 16 miljoen euro extra toekennen.

Voor experimenteerlocaties komt 4 miljoen euro beschikbaar. Aan de doorontwikkeling van doelsturing wordt 7 miljoen euro toegekend. Voor dierenwelzijn is 10 miljoen euro beschikbaar. Het budget voor de subsidieregeling voor de afzet van biologische producten (Vabiola) wordt verhoogd met €6 miljoen. Het beschikbare budget van €3,7 miljoen werd op de eerste dag al ‘overtekend’.

Tweede Kamer: versnel de groei van biologische landbouw

De Tweede Kamer steunt in meerderheid een motie van Kamerleden Laura Bromet (GroenLinks-PvdA) en Pieter Grinwis (CU), die het kabinet oproepen om meer vaart te maken met de opschaling van de biologische landbouw. Omschakeling naar biologische landbouw als onderdeel van de gebiedsgerichte aanpak zou moeten worden gestimuleerd. Een amendement dat aandringt op het verhogen van het budget voor de Vabiola-subsidieregeling (Vergroten afzet van biologische landbouwproducten) van beide Kamerleden werd ook aangenomen. Een bedrag van 6 miljoen euro zou daarvoor naar voren moeten gehaald. Afzetgroei is een belangrijke voorwaarde om ook aan de aanbodzijde te kunnen groeien.

Een ruime Kamermeerderheid steunde ook het voorstel om een subsidie van 1 miljoen euro voor het uitbreiden van kruidenrijk grasland naar voren te halen. Voor agrarisch natuurbeheer wil de Tweede Kamer na 2030 structureel 500 miljoen euro inzetten. De coalitie had zich voorgenomen het jaarlijkse budget voor agrarisch natuurbeheer terug te brengen naar 165 miljoen euro.

Onderzoekers doen voorstel om stikstofproblematiek op te lossen

Een groep onderzoekers (Gerard H. Ros, Wouter B.C. de Heij, Harm Borgers, Jan Lock, H. Kievit, Han van Dobben, Chris Backes en Wim de Vries) heeft een verkenning gedaan naar het oplossen van de stikstofcrisis. Onder de titel ‘De Nederlandse stikstofcrisis: Van verwarring naar verbinding‘ presenteren ze de uitkomsten van een studie die ze deden om ‘de stikstofproblematiek te ontwarren’, zoals ze stellen. Het rapport is aangeboden aan Elbert Roest, de voorzitter van het Regieorgaan Versnellen Innovatie Duurzame Veehouderij.

De onderzoekers benoemen drie kernproblemen:
1. Het milieukundige probleem: De noodzaak om de uitstoot van verschillende stikstofverbindingen (ammoniak, stikstofoxiden, nitraat, lachgas) structureel te verlagen voor natuur, water, luchtkwaliteit en klimaat.
2. Het ecologische probleem: De schade aan natuurgebieden door decennialange stikstofdepositie, verdroging en achterstallig beheer, wat vraagt om gerichte herstelmaatregelen in de natuurgebieden zelf.
3. Het beleidsmatige probleem: Een vastgelopen vergunningverlening door een ingewikkelde juridische verknoping van berekende depositie en mogelijke effecten op natuur, wat innovatie en ontwikkeling in de landbouw, bouw en industrie blokkeert.
De onderzoekers zien de oplossing in een drieledige, samenhangende aanpak die grotendeels binnen het bestaande juridische stelsel van de Omgevingswet kan worden gerealiseerd. In het rapport pleiten de onderzoekers voor een stap van het huidige depositiebeleid naar een robuust en gebiedsgericht emissiebeleid. Onderzoeker Wim de Vries: “Stuur op een duidelijke, wettelijk vastgelegde vermindering van de totale stikstofuitstoot per gebied en deel die toe aan bedrijven. Geef ondernemers, boeren voorop, de verantwoordelijkheid en de keuzevrijheid om binnen die emissieruimte te komen met de meest passende maatregelen, en waar nodig extensivering. Binnen de emissieruimte zijn mogelijkheden voor bedrijfsontwikkeling. Dit stimuleert vakmanschap en innovatie en draagt bij aan een schonere leefomgeving.”

Naast de aanpak van het stikstofprobleem pleiten de onderzoekers ook voor het aanpakken van ecologische problemen. Dat kan aan de hand van ambitieuze beheerplannen voor elk Natura 2000-gebied, gericht op actieve herstelmaatregelen zoals het verbeteren van de waterhuishouding en bodemkwaliteit. De vergunningverlening zou vlot moeten worden getrokken door af te stappen van de koppeling met onzekere depositieberekeningen en te sturen op aantoonbare bijdragen aan emissiereductiedoelen in een gebied.

Resultaten en publicaties in kader van Versnellingsspoor Biologische landbouw

Sinds de start van het Versnellingsspoor Biologische landbouw heeft het Louis Bolk Instituut een reeks aan publicaties naar buiten gebracht. De doelstelling voor het Versnellingsspoor is bij te dragen aan de groei van de biologische melkveehouderij en akkerbouw door middel van onderzoek en kennisdeling. Ook moet de continuïteit worden gewaarborgd door risico’s te analyseren, effecten van maatregelen te monitoren en aan te sluiten op lopende trajecten rond doelsturing en KPI’s. Onderwerpen die in onderzoeken en publicaties aan de orde kwamen in het afgelopen halve jaar waren o.a.:
– Biologische graslandproductie
– Zwavelbemesting
– Mestkwaliteit
– OBSALIM
– Mulch en bladbemesting

In de komende jaren zullen continu aanvullende onderzoeksresultaten en publicaties verschijnen. Daarbij wordt ook gebruik gemaakt van eerder verrichte onderzoeken zodat aanpassing van inzichten en aanscherping van kennis mogelijk wordt. Er wordt ook zoveel samengewerkt met andere organisaties en melkveehouders die hun praktijkkennis kunnen inbrangen.

WUR: vergoeding voor emissiereductie helpt boer en milieu

Een recent onderzoek door Wageningen University & Research (WUR) stelt dat het vergoeden van inspanningen voor emissiereductie zowel voor boer als milieu soelaas biedt. De zuivelsector is ene belangrijke bron van broeikasgasemissies wereldwijd. Daarvan komt 60% van alle emissies voor rekening van rundvee. Het gaat dan om methaan (pensfermentatie en mest), lachgas (mest en kunstmest) en kooldioxide (voerproductie, landbouwmachines, kunstmestproductie). De OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling) rekent op een wereldwijde vraagtoename voor zuivel met bijna 50% in 2050. Dat vergroot de noodzaak om ongunstige neveneffecten van zuivelproductie te beperken. Rundvee is de bron van een derde van alle door de mens veroorzaakte methaanemissies, zo stelt het WUR-onderzoek.

Het potentieel van klimaatfinanciering wordt duidelijk gemaakt in een marginale reductiekostencurve (MACC) voor 51 Nederlandse melkveebedrijven. Deze is opgesteld met behulp van de WUR Mitigation Engine. Deze tool is gebaseerd op de Kringloopwijzer en berekent op bedrijfsniveau het reductiepotentieel en de kosten van verschillende maatregelen. Het nemen van klimaatvriendelijke maatregelen verhoogt de kosten of verlaagt de inkomsten van melkveehouders. Alleen het inzaaien van klaver in grasland levert extra resultaat op voor de melkveehouder.  Maatregelen als vervanging van mengvoer, voederadditieven, gebruik van brandstoffen met een lage koolstofvoetafdruk of kunstmest met lage emissies, verminderen de uitstoot, maar brengen extra kosten met zich mee.

Het onderzoek stelt dat een melkbonus van €1,50 per 100 kg voor bedrijven die minder dan 900 gCO₂-eq/kg uitstoten maakt maatregelen, zoals het vervangen van mengvoer, haalbaar, terwijl maatregelen zoals voederadditieven slechts een kleine extra prikkel nodig hebben. Ongeveer de helft van de bedrijven zou hierdoor onder de emissiedrempel kunnen uitkomen. Gemiddeld zou een bedrijf €28.000 per jaar aan melkbonussen ontvangen en 451 ton CO₂ per bedrijf reduceren. In combinatie met bijvoorbeeld het toevoegen van klaver aan grasland, zou de totale uitstoot met gemiddeld circa 20% kunnen afnemen.