Inkomen biologische melkveehouders gemiddeld hoger in 2025

Onderzoek door Wageningen Social & Economic Research laat een groei zien van het gemiddelde inkomen van biologische melkveehouders met 36.000 euro per onbetaalde arbeidsjaareenheid. Hiervoor is de hogere prijs voor biologische melk de belangrijkste oorzaak, zo bericht Agrimatie. Daarnaast zijn ook de prijzen voor kalveren en slachtvee hoger. Hoewel de kosten van biologische melkveebedrijven toenamen, wordt deze stijging gecompenseerd door hogere opbrengsten. Het inkomensniveau van biologische melkveebedrijven ligt met gemiddeld 90.000 euro per onbetaalde arbeidsjaareenheid nog wel flink lager dan bij gangbare bedrijven (gemiddeld 120.000 euro per onbetaalde aje).

Tussen sectoren zijn grote verschillen waarneembaar. Pluimveehouders en bloembollentelers zagen hun inkomen flink stijgen, varkenshouders, glastuinbouwers en akkerbouwers zagen het inkomen dalen.

 

Keuzedeel Biologische melkveehouderij bij Aeres Leeuwarden en Barneveld

Vorig schooljaar konden studenten van Aeres MBO Leeuwarden voor het eerst het keuzedeel biologische bedrijfsvoering in de biologische melkveehouderij volgen. Vanaf dit schooljaar kunnen ook studenten in de Aeres-locatie Barneveld dit keuzedeel volgen. Het programma bestaat uit klassikale lessen en praktijkonderzoek, dat wordt uitgevoerd bij zgn. biospotboerderijen (voorbeeldbedrijven, inputbedrijven). Studenten kunnen kiezen uit de keuzedelen Verzorgen van grazers in natuurterreinen, Automatisch melken en Biologische landbouw. Vorig jaar kozen acht studenten voor het keuzedeel Biologische landbouw, zo is te lezen op de website SamenBioWijzer. Er was op een iets hoger aantal gehoopt.

In 20 weken tijd werden negen excursies gepland bij biologische melkveebedrijven. Daarnaast werd een bezoek gebracht aan een biologische groothandel. De bezoeken aan deze bedrijven en de ontmoetingen met ondernemers met praktijkervaring werden zeer gewaardeerd door de studenten.

Kennisdag over doelsturing in de landbouw

In Nieuwegein werd de eerste kennisdag over doelsturing in de landbouw gehouden. Tijdens deze dag werd plenair en in deelsessies gesproken over onder andere de invulling van doelsturing, vergunningsverlening, emissiemetingen en diverse KPI-systematieken. De dag werd georganiseerd door het ministerie van LVVN en geopend door minister Wiersma. Zij stelde tijdens de opening van de dag een platform in gebruik waar kennis en initiatieven rond innovatie in de veehouderij kan worden gedeeld, het Nationaal Innovatieloket Veehouderij.

De Kennisdag Doelsturing was georganiseerd om landelijke en provinciale ambtenaren, belangstellende boeren en andere organisaties in de sector bij te praten over alle initiatieven en projecten die al lopen. Daarnaast was ontmoeting en kennisdeling een belangrijk doel van deze dag. De minister gaf aan zich ondanks haar demissionaire status in te blijven zetten voor de voortgang van doelsturing. Spreker Roy Meijer van het Nederlandse Agrarische Jongeren Kontakt onderstreepte het belang en de waarde van de diversiteit binnen de sector. Intensieve en extensieve bedrijven, jongere en oudere boeren, gangbare en biologische bedrijven kunnen allemaal een rol vervullen in de doorontwikkeling van de landbouw, waar door stoppende bedrijven sowieso ruimte ontstaat binnen de sector. Doelsturing en inzicht in data is daarbij een belangrijk instrument om bestaansrecht te houden.

De Natuurweide ondertekent brief vanuit de zuivelketen over lagere stikstofgebruiksnormen

De Natuurweide heeft zich geschaard achter een brief die diverse zuivelketenpartijen op donderdag 4 december hebben verstuurd aan de demissionaire minister van LVVN, Femke Wiersma, en de Tweede Kamercommissie landbouw. In de brief uiten de organisaties hun zorg over de aangekondigde beperkingen van de stikstofgebruiksnormen op grasland. In de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet is een voorstel opgenomen om de normen te verlagen. Dit voorstel gaat verder dan het advies van De Commissie Deskundigen Meststoffenwet (CDM). De CDM concludeert dat op gemaaid grasland en grasland met gemengd gebruik in alle zandgebieden en de lössregio, de nitraatnorm niet wordt overschreden als het bemestingsadvies wordt gevolgd.

Lagere gebruiksnormen leiden tot beperkingen op grasland. Voor melkveehouders wordt het dan moeilijker om voldoende en kwalitatief goed voer te oogsten van eigen land. Het telen van gras wordt minder aantrekkelijk waardoor het areaal blijvend grasland in omvang afneemt. Dat heeft vervolgens een negatief effect op de waterkwaliteit waarna nieuwe generieke maatregelen nodig kunnen zijn om dit op te vangen. Nieuwe generieke maatregelen kunnen de gehele sector treffen en dus ook de biologische melkveehouderij. De Natuurweide vindt het dan ook belangrijk dat deze vicieuze cirkel wordt doorbroken. De gezamenlijke zuivelketenpartijen roepen de minister op om met de sector in gesprek te gaan over structurele oplossingen.

Zienswijze De Natuurweide op wetsvoorstel Grondgebondenheid en mestafzet

De Natuurweide heeft in haar zienswijze op het wetsvoorstel Grondgebondenheid en verantwoorde mestafzet ingezoomd op de brede context van het vraagstuk van de melkveesector. In de sector spelen diverse vraagstukken waar De Natuurweide een regelmatige gesprekspartner is. Daarbij wordt de blik ook breder gericht op de gehele melkveesector en de rol die de biologische melkveehouderij kan spelen als een van de oplossingsrichtingen. Dan draait het o.a. om stikstof, waterkwaliteit, biodiversiteit, herstel van natuur en dierwaardigheid. Vanuit die opstelling hechtte De Natuurweide dan ook waarde aan het geven van een zienswijze in de internetconsultatie rond het wetsvoorstel van de Kamerleden Grinwis en Holman.

Over het algemeen onderschrijft De Natuurweide de doelstelling van de initiatiefwet. De voorgestelde kaderstellingen (graslandnorm, GVE-norm, afstand criteria), kunnen echter negatieve
gevolgen hebben voor de optimalisatie van en samenwerking tussen individuele ondernemingen die binnen het biologische landbouwsysteem werken. De biologische melkveehouderij is een systeemlandbouw die werkt volgens de Europese biologische verordening waarvan de naleving wordt gecontroleerd door Skal Biocontrole.

Faciliterend beleid en passende wet- en regelgeving zijn belangrijke pijlers onder de groei van de biologische melkveehouderij. Ruimte, zowel fysiek en vergunning technisch, is cruciaal voor biologische melkveebedrijven. Een extensievere bedrijfsvoering (meer grond en/of minder koeien en melkproductie) vergroot de behoefte aan grond en heeft bedrijfseconomische effecten: hogere kosten, lagere melkopbrengsten. Faciliterend grond- en pachtbeleid, sectorale toegang tot regelingen en vergoeding voor natuurbeheer dragen bij aan een bedrijfseconomisch gezonde bedrijfsvoering en continuïteit. Al jaren dringt De Natuurweide aan op erkenning van het biologische landbouwsysteem, maar de wet- en regelgeving pakt vaak negatief uit voor de biologische melkveehouderij. De opgeworpen kaderstellingen in deze initiatiefwet getuigen daar opnieuw van.

De Nederlandse biologische melkveehouderij/zuivel keten werkt aan haar eigen opschalingambitie, in lijn met de ambitie van de Nederlandse overheid om het biologisch landbouwareaal te laten groeien naar 15% in 2030. Hier ligt een uitgelezen kans voor de in de initiatiefwet genoemde Maatschappelijke Landbouwgebieden. De gewenste duurzame toekomst voor de melkveebedrijven in deze gebieden zal in de basis nog steeds moeten bestaan uit markt gerelateerde opbrengsten. De initiatiefwet vermeldt hier niets over. De genoemde ondersteuningssubsidies vormen onvoldoende basis voor toekomstgerichte duurzame financiering.

De Natuurweide ziet namens de biologische melkveesector dan ook graag dat het wetsvoorstel ‘Grondgebondenheid en verantwoorde mestafzet’ de biologische melkveehouderij hierin ondersteunt en in het procesvervolg nadrukkelijk de positie geeft die het verdient. Zonder de verplichte kaderstellingen en met gerichte gebalanceerde stimulering via een specifiek actiespoor voor de biologische melkveehouderij, zoals eerder is bepleit door De Natuurweide in het kader van het 8e Actieprogramma Nitraatrichtlijn.

RVO start blog met bio-nieuws

Op de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland is een blog gepubliceerd waarin nieuws over biologisch wordt gedeeld. In de eerste versie wordt de BioMarktMeter gepresenteerd die inzicht geeft in de ontwikkeling van de verkoop van biologische producten en de bekendheid van biologische producten en het keurmerk bij consumenten. Verder worden de data voor de biologische consumentencampagne bekend gemaakt. Volgend jaar zal in de weken 20 tot en met 24 en 41 tot en met 45 biologische voeding centraal staan in een consumentencampagne.

In de blog wordt verder gemeld dat in nieuwe contracten voor catering bij de Rijksoverheid een verplichting komt te staan dat 25% van het assortiment biologisch moet zijn. In februari 2026 wordt een nieuwe subsidieregeling geopend. Dit is de regeling ‘Vergroten afzet van biologische landbouwproducten’, afgekort Vabiola.

Provincie Utrecht komt met stikstofplan

De provincie Utrecht wil vanaf 2027 weer vergunningen verlenen aan boeren en woning- en wegen bouwers, meldt de NOS. Het verlagen van de stikstofuitstoot moet daarvoor ruimte creëren. De provincie richt zich op een verlaging van de stikstofemissie met 46% in 2035. Boeren krijgen tien jaar de tijd om hun emissies te verlagen. Over drie jaar doet de provincie een tussenmeting. Mochten de boeren onvoldoende emissiereductie hebben gerealiseerd dan kan dit in 2035 door middel van wetgeving worden afgedwongen. In de provincie Utrecht werkt ruim de helft van de boeren zonder volledige vergunning. Voor het plan stelt de provincie 280 miljoen euro beschikbaar.

Rond de stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden mag minder mest worden uitgereden. Ook mogen minder gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt. Verder wil de provincie de natuur herstellen en bomen aanplanten. In de veenweidegebieden moet het grondwaterpeil omhoog om zo de uitstoot van CO2 te verminderen. Het plan moet in 2026 definitief worden vastgesteld door Provinciale Staten.

Tweede openstelling Extensiveringsregeling aangekondigd in Staatscourant

De voorwaarden die verbonden zijn aan de tweede openstelling van de Extensiveringsregeling in en rond Natura 2000-gebieden zijn gepubliceerd in de Staatscourant. Nieuw is dat er een regeling is toegevoegd voor akkerbouwbedrijven. Voor melkveebedrijven geldt dat zij, naast de nu al geldende voorwaarden, ook een reductie moeten realiseren van 5% van de gemiddelde dierexcretie per hectare per jaar en 10% van de gemiddelde stikstofbemesting per hectare per jaar. Alle andere voorwaarden van de regeling voor melkveehouderij leest u op deze website. Hier kunt u zich ook melden als belangstellende voor de regeling en via een formulier laten bekijken of uw bedrijf in aanmerking komt voor de regeling.

Pachtbeleid en afromen dierenrechten controversieel verklaard

De Kamercommissie voor landbouw heeft enkele onderwerpen controversieel verklaard. Over pachtbeleid, afroming van dierenrechten en gewasbestrijding worden tijdens deze kabinetsperiode geen besluiten meer genomen. Een nieuw kabinet moet zich over deze onderwerpen buigen. De onderwerpen stikstof en mest werden niet controversieel verklaard omdat de PVV voor de stemming hierover enkele extra Kamerleden liet opdraven.

CBS: fosfaat- en stikstofexcretie toegenomen

Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) meldt in haar kwartaalrapportage dat zowel de fosfaatexcretie als de stikstofexcretie zijn toegenomen in het derde kwartaal. Vergeleken met de vorige
kwartaalrapportage is de verwachte excretie van fosfaat en stikstof toegenomen, als gevolg van hogere stikstof- en fosforgehaltes van het verse gras, een hoger stikstofgehalte van de graskuil van 2025 en een grotere rundveestapel. Toch verwacht het CBS dat de stikstofexcretie  1,4% onder het landelijke plafond uitkomen. De fosfaatexcretie koerst op op een overschrijding van het plafond met 4,9%.

Met de melkveesector is afgesproken het ruweiwitgehalte te verlagen en onder 160 gr RE/kg droge stof te blijven. Hoewel het ruweiwitgehalte van de voorjaars- en zomerkuilen in 2025 hoger is dan over 2024 verwacht het CBS dat de streefwaarde voor dit jaar wel wordt gehaald. De vermindering van de mestproductie als gevolg van de stoppersregelingen Lbv en Lbv-plus, zal in 2025 nog niet volledig bijdragen aan vermindering van fosfaat- en stikstofexcretie. Deelnemers aan deze regelingen hebben tot een jaar na ondertekenen van de overeenkomst de tijd om de dieren weg te doen. De effecten hiervan zullen dus vooral in 2026 en 2027 zichtbaar worden. Aan ruim 1.000 bedrijven is een subsidievoorschot verstrekt. Dit is 98% van het aantal bedrijven dat een overeenkomst heeft ondertekend in het kader van beide regelingen.