CBS publiceert kwartaalrapportage over stikstof- en fosfaatexcretie

Na afloop van ieder kwartaal publiceert het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) een prognose over de fosfaat- en stikstofexcretie. Deze prognose wordt gebaseerd op het daadwerkelijk aantal dieren in het Identificatie & Registratiesysteem (I&R). Uit de cijfers lijkt de stikstofexcretie onder het wettelijk vastgelegde plafond te blijven (-1,6%). De fosfaatexcretie zit nog boven het productieplafond (+4,2%). Voor beide cijfers geldt dat de excretie daalt in vergelijking met het voorgaande jaar (2024): stikstof met 3,6% en fosfaat met 4,1%.

De dieraantallen bleven redelijk stabiel. De beëindigingsregelingen Lbv en Lbv-plus leidden in 2025 dus nog niet tot zichtbare afname van de dieraantallen. Voor de komende jaren is een inschatting gemaakt van de effecten van deze regelingen. Op basis van de in januari 2026 bij RVO geregistreerde verleningsbeschikkingen worden in 2026 ruim twee miljoen fosfaatrechten ingeleverd. Mochten al deze veehouders daadwerkelijk hun bedrijven beëindigen, dan komt neemt de fosfaatexcretie met 9,7 miljoen kilogram af en de stikstofexcretie met 26,8 miljoen kilogram. Het ministerie gaat er echter niet vanuit dat alle boeren die een verleningsbeschikking hebben ingediend ook daadwerkelijk het bedrijf beëindigd. Uitgaande van een deelname van 90 procent daalt de fosfaatexcretie van de totale veestapel met 8,7 miljoen kilogram en de stikstofexcretie met 24,1 miljoen kilogram.

Het CBS verwacht dat effecten van de stoppersregelingen pas in 2026 en 2027 zichtbaar worden. Voor deze jaren verwacht het CBS dat het fosfaatplafond met 3,0 miljoen kilogram fosfaat wordt overschreden. De stikstofexcretie lijkt met 15,2 miljoen kilogram stikstof onder het plafond te blijven. Voor de melkveehouderij gaat het om een overschrijding van het fosfaatplafond met 3,1 miljoen kilogram fosfaat en een onderschrijding van het stikstofplafond met 8,9 miljoen kilogram stikstof.

Het ruweiwitgehalte ligt in 2025 onder de 160 gram per kg droge stof (158 gram). In 2022 sprak de overheid met de verschillende sectorpartijen af om het ruweiwitgehalte van het melkveerantsoen op sectorniveau te verlagen naar maximaal 160 gram ruw eiwit per kilogram. Deze afspraak betreft melkgevende koeien en het bijbehorende vrouwelijk jongvee.