De provincie Drenthe verhoogt het budget voor de Maatregel Gebiedsgerichte Beëindiging veehouderijlocaties. Het budget van aanvankelijk 11,1 miljoen euro wordt verhoogd naar ruim 30 miljoen euro. De stoppersregeling was afgestemd op bedrijven die op korte afstand van een Natura 2000-gebied liggen. Deze afstand is nu vergroot naar 2,5 kilometer omdat boeren in een ruimere straal aangaven geïnteresseerd te zijn en het aantal belangstellenden op korte afstand tegen viel. Boeren die gebruik maken van de regeling mogen niet elders een ander veehouderijbedrijf overnemen of opstarten. Met boeren die buiten de gestelde grenzen actief zijn wil de provincie alsnog in gesprek.
Categorie: Geen categorie
Einde aan gedoogregeling voor bovengronds uitrijden
De gedoogregeling voor het bovengronds uitrijden van mest stopt met ingang van het volgende uitrijdseizoen. Minister Van Essen heeft dat besloten na wetenschappelijk onderzoek Wageningen University & Research (WUR) en het Louis Bolk Instituut (LBI), waaruit zou blijken dat bovengronds uitrijden geen significante voordelen heeft maar wel een hogere ammoniakemissie oplevert dan mestaanwending in de bodem. Uit het onderzoek blijkt dat bij insnijden of injecteren van mest, minder ammoniak naar de lucht verdwijnt, waardoor er meer stikstof in de bodem behouden blijft voor het gewas. Deze methode zorgt bij grasland voor een betere stikstofopname en een hogere gewasopbrengst ten opzichte van bovengronds uitrijden. Er zijn geen duidelijke verschillen geconstateerd voor de effecten op korte en langere termijn voor het bodemleven (aantallen en biomassa van regenwormen, nematoden, bacteriën en schimmels).
In het onderzoek zijn ook de kenmerken van 40 melkveebedrijven in kaart gebracht. Bedrijven die mest bovengronds uitrijden, hebben gemiddeld een extensievere bedrijfsvoering met een lagere melkproductie en minder kunstmestgebruik. Daardoor bevat hun drijfmest gemiddeld minder stikstof en ammonium. Op het gebied van bodemkwaliteit en gassen kwamen de volgende inzichten naar voren:
– Bodemstructuur en beworteling: op percelen waar langdurig bovengronds mest is uitgereden, werd een betere bodemstructuur en beworteling gemeten. Dit hangt waarschijnlijk samen met het gebruik van lichtere machines bij bovengrondse toediening ten opzichte van zwaardere mestinjecteurs.
– Scheurvorming bij droogte: op kleihoudende percelen kan bij aanhoudende droogte meer scheurvorming optreden langs de snedes van de zodenbemester.
– Lachgas en nitraat: zodenbemesting leidt tot een hogere emissie van lachgas (een broeikasgas), doordat er meer stikstof in de bodem wordt gebracht. De toedieningstechniek had geen effect op het risico voor nitraatuitspoeling.
De Natuurweide-voorzitter Sybrand Bouma vindt de beslissing te kort door de bocht. Hij benadrukt in een reactie in Sterke Erven dat naast genoemde onderzoek ook andere onderzoeken lopen (in het kader van het versnellingsspoor biologische melkveehouderij) naar mestsamenstelling en ammoniakemissies van biologische bedrijven. Deze bedrijven werken met rantsoenen met een laag eiwitgehalte en relatief weinig mest toedienen. Bouma: “Daar moet veel beter naar gekeken worden. Als je al boert met weinig mest en lage emissies, moet je al die bedrijven dan op kosten gaan jagen om mest in de grond te injecteren? Je scheert dan alle bedrijven over dezelfde kam; dat is niet reëel.”
In hetzelfde artikel spreekt ook de VBBM zich uit tegen het stopzetten van de gedoogregeling. Mest injecteren in de bodem is volgens de vereniging juist wel schadelijk voor het bodemleven. De ammoniakemissie verplaatst zich dan naar de bodem. Mest moet rijpen, en niet rotten in de zuurstofarme omgeving onder de grond, vindt de VBBM. Mest heeft licht en zuurstof nodig om door bodembacteriën te kunnen worden omgezet tot voeding voor het gewas.
Kabinet formuleert nieuwe normen voor dierenwelzijn
In de ministerraad van eind vorige week is de Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) voor een dierwaardigere veehouderij vastgesteld. Staatssecretaris Erkens heeft de AMvB naar de Tweede Kamer gestuurd. De maatregelen hieruit moeten in de periode tot aan 2040 worden ingevoerd. De verwachting is dat de eerste regels per 2028 in werking treden. Met de nieuwe regels wordt voor de veehouderijsector duidelijk hoe melkvee, vleesvee, kalveren, varkens en kippen in de toekomst op een meer dierwaardige manier moeten worden gehouden. Daarbij is gekeken naar de uitvoerbaarheid in de praktijk, de economische gevolgen voor veehouderijbedrijven en de mogelijkheden binnen vergunningen. Waar mogelijk wordt gewerkt met doelvoorschriften. Hierbij staat het doel staat vast, maar hebben boeren ruimte om te bepalen hoe zij doelen op hun bedrijf gaan bereiken. De regels sluiten aan bij het convenant dat vorig jaar is gesloten met agrarische partijen, de Dierenbescherming en markt- en ketenpartijen.
Er wordt onderscheid gemaakt tussen nieuwe en bestaande stallen. Zo kunnen veehouders die nieuwe stallen laten bouwen zowel aan de emissieregels als maatregelen voor dierenwelzijn voldoen. Niet alle maatregelen worden direct of volledig ingevoerd. In sommige gevallen krijgen veehouders langer tijd om de omslag haalbaar te maken en wordt het risico beperkt dat productie naar het buitenland verdwijnt, waar vaak met lagere dierenwelzijnsstandaarden wordt gewerkt.
Om de omslag naar een meer dierwaardige veehouderij moeten ook consumenten vaker kiezen voor producten met extra aandacht voor dierenwelzijn. Staatssecretaris Erkens maakt daarom begin volgend jaar afspraken met markt- en ketenpartijen zoals supermarkten, verwerkers en foodservicebedrijven.
Troonrede: miljoenen voor bedrijfsplannen, bedrijfsaanpassingen en agrarisch natuurbeheer
Het kabinet is voornemens om de begroting voor landbouw op peil te houden. Daarnaast komt 231 miljoen euro beschikbaar voor boeren om hun bedrijfsvoering aan te passen. Dan gaat het o.a. om stalaanpassingen en aanpassingen in voer maar ook het opstellen van een bedrijfsplan gericht op het optimaliseren van de bedrijfsvoering. Om innovaties, ook in managementmaatregelen, te testen is 50 miljoen euro beschikbaar. Voor natuurbeheer en natuurherstel wil het kabinet 423 miljoen euro vrijmaken. Voor agrarisch natuurbeheer komt een half miljard euro beschikbaar waarmee het totale beschikbare bedrag voor agrarisch natuurbeheer richting de 1,5 miljard euro gaat. De bedragen komen uit het pakket van 20 miljard euro dat het kabinet in wil zetten in het kader van de stikstofaanpak. Eerder waren de Peel en de Veluwe aangewezen als prioritaire gebieden. Daar worden nu een aantal andere gebieden toegevoegd, zoals Noordwest-Overijssel, het Groene Hart en een gebied in het noorden bestaande uit het Drents-Friese Wold, het Duurswold, Aldeboarn-De Deelen, Fochteloërveen en de Bakkeveense Duinen. In deze gebieden gelden strengere eisen rond Natura 2000-gebieden, wordt meer nadruk gelegd op extensieve landbouw en omschakeling en wordt ingezet op grondgebondenheid en natuurherstel.
Rabobank: melkmarkt op kantelpunt
De Rabobank voorziet dat de Europese melkproductie naar een situatie van krimp gaat in het laatste kwartaal van het jaar. In juni lag de melkproductie in de EU en het Verenigd Koninkrijk nog 2% hoger dan een jaar geleden. Dat was echter de zwakste groei sinds juli 2025. Regionaal zijn er grote verschillen zichtbaar: Duitsland en Oostenrijk groeien nog sterk terwijl het VK en Ierland onder het niveau van vorig jaar zitten. De melkprijs is teruggevallen naar historisch meer gebruikelijke niveaus. De melkmarge, de verhouding tussen melkprijs en voerkosten, is scherp gedaald en beweegt ook naar het historisch gemiddelde. De droogte veroorzaakt een flinke stijging van de voerprijzen. De zuivelmarkt liet ook een prijsstijging zien maar een minder sterke stijging dan voor voer. De droogte leidt ook tot een tijdelijke terugval in de melkproductie. Naar verwachting zullen meer koeien vervroegd worden afgevoerd door de lagere productie, vruchtbaarheidsproblemen en lagere wintervoorraden van voer.
Tegenover de verwachte daling van de productie staat een stabiele vraag bij consumenten. Met name in Duitsland en Frankrijk groeit de zuivelconsumptie. Eiwitrijke producten (kwark, yoghurt) zijn populair. De export van Europese zuivel groeide met 10% ten opzichte va een jaar geleden ondanks de hoge olieprijzen en Chinese importheffingen.
De door Rabobank verwachte krimp van de melkproductie zal mogelijk in september al zichtbaar zijn. Naast een relatief hoog productieniveau in het voorgaande jaar spelen de stikstofplannen, de verwachte El Nino-weerseffecten, economische effecten vanuit de spanningen in het Midden-Oosten en andere internationale spanningen hierin de belangrijkste rol.
Biologische consumptie gestegen in 2025
Consumenten hebben in 2025 voor 13% meer aan biologische producten gekocht in vergelijking met het voorgaande jaar. Dat bericht Biojournaal op basis van cijfers van Wageningen Social & Eoconomic Research en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). De stijging lag in de supermarkten met 16% zelfs nog hoger. De totale biologische consumptie van voedsel met een onafhankelijk gecontroleerd duurzaamheidskeurmerk bedroeg in 2025 bijna 15.6 miljard euro, een groei van 6% ten opzichte van 2024. Zowel het volume als het prijsniveau lager hoger. Het aandeel van duurzame voedsel bleef met 22% ongewijzigd. De sterkste groei was te zien bij biologische voeding. Na Beter Leven (bijna 5,7 miljard euro) en Rainforest Alliance (bijna 3,7 miljard euro) was ‘biologisch’ nummer drie met bijna 2,5 miljard euro.
De bestedingen aan duurzaam voedsel worden voor 6% bij supermarkten gedaan. Het aandeel van duurzaam voedsel in het supermarktkanaal bleef stabiel met 28%. Bij speciaalzaken voor duurzame voeding lag de stijging ten opzichte van het voorgaande jaar met 8% iets hoger dan in het supermarktkanaal. In het foodservicekanaal was de groei beperkt met 1%. Doordat de prijzen daar met 4% stegen was er in feite een afname in volume.
Ideeën en middelen voor Organic Action Day
Op woensdag 23 september is het Organic Action Day, een dag die door de Europese Unie in het leven is geroepen om de biologische landbouw te stimuleren. Onderdeel hiervan is het vergroten van het consumentenbewustzijn over gezonde en gezond geproduceerde voeding en de bekendheid van het Europese biologische keurmerk te vergroten. Direct contact tussen landbouwer en consument is daarbij een waardevol instrument. Het biedt de gelegenheid bij uitstek om het biologische verhaal te vertellen en te laten zien hoe een biologische melkveehouder, akkerbouwer, teler enz. werkt.
Bionext heeft voor deze dag een Organic Action Day-toolkit ontwikkeld met logo’s, slogans, beeldmateriaal en andere content die gebruikt kunnen worden als u aanhaakt bij deze dag met een eigen activiteit. Foto’s en impressies van uw activiteiten op deze dag kunt u ook delen via secretariaat@denatuurweide.nl.
Orthobunyavirus aangetoond bij rundvee in Friesland en Limburg
Royal GD meldt dat bij ingestuurde monsters uit Friesland en Limburg het Orthobunyavirus is aangetoond. Nader onderzoek moet aantonen of dit ook het ‘Shamonda-like’ virus gaat, dat recent in Frankrijk, Zwitserland en Duitsland werd vastgesteld. Eerder kwamen uit Oost-Nederland en andere regio’s meldingen van dieren met koorts, diarree en een daling van de melkproductie. Bij vier Oost-Nederlandse bedrijven waren eerder monsters genomen die het virus bevatten. Deze dieren hadden dezelfde klachten. het virus wordt overgebracht door knutten.
GD benadrukt het belang van het melden van ziektegevallen via de Veekijker. Op de website van GD is een speciale dossierpagina gewijd aan het virus.
Provincie Friesland wil landbouwgrond aankopen voor natuur en sector
De provincie Friesland wil in de komende twee jaar 550 hectare landbouwgrond aankopen, meldt Omrop Fryslân. Het doel is om zowel de natuur als de agrarische sector te versterken. Met de aankoop van de grond zou 54 miljoen euro gemoeid zijn.
De grond moet worden ingezet om meer ruimte voor natuur te creëren, de stikstofproblematiek aan te pakken en als ruilgrond voor boeren met bedrijven in of nabij kwetsbare natuurgebieden. Grond is een cruciale schakel bij de opgaven rond waterkwaliteit, natuurherstel en een toekomstbestendige landbouw. Zo is er ook meer grond nodig voor extra natuur ten behoeve van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De provincie verwacht in de komende jaren 120 hectare nodig te hebben voor vrijwillige bedrijfsverplaatsingen. Ook melkveebedrijven in veenweidegebieden kunnen worden gecompenseerd met ruilgrond.
Eerder onderzoek naar onteigening als instrument om grond te verwerven stuitte op weerstand in Provinciale Staten. Een besluit over grondaankoop moet eind november worden genomen.
Kalf bij de koe: onderzoek naar gezondheid en biestopname van kalveren
Recent zijn de bevindingen uit het onderzoek naar gezondheid en biestopname van kalveren (in het kader van Kalf bij de koe) gepubliceerd. Het doel van het onderzoek was om in kaart te brengen hoe melkveebedrijven omgaan met ‘het kalf bij de koe’ (KbK) en welke adviezen aan melkveehouders kunnen worden gegeven die hiermee willen starten. Ook de gezondheidsaspecten van koeien en kalveren zijn in kaart gebracht. De Natuurweide heeft meegewerkt aan dit onderzoek.
Aan de hand van diepte-interviews is gekeken naar de wijze waarop KbK-melkveehouders hiermee om gingen. Deelnemende melkveehouders hebben daarnaast serummonsters van kalveren laten onderzoeken op antistoffen in het bloed. Daarnaast zijn op basis van de beschikbare KalfOK-data diergezondheidskengetallen bepaald en vergeleken met de gemiddelden van alle aan KalfOK deelnemende melkveehouders. In totaal namen negentien KbK-melkveehouders, verspreid over het land, deel aan het onderzoek. Alle bedrijven waren biologisch of biologisch-dynamisch.
Op basis van het onderzoek zijn er geen indicaties dat de gezondheid van kalveren op KbK-bedrijven verschilt van de gezondheid van kalveren op een gemiddeld Nederlands melkveebedrijf. De gezondheid en passieve immuniteit van de kalveren van de deelnemende KbK-bedrijven waren op basis van KalfOK scores en IgG bepalingen vergelijkbaar met de gezondheid van kalveren in Nederland. Met betrekking tot de gezondheid van koeien trekt het onderzoek geen eenduidige conclusie of deze anders of vergelijkbaar is tussen KbK-bedrijven en het Nederlands gemiddelde. De mate van extensiviteit en het gebruik van verschillende rassen hebben mogelijk dusdanig invloed op de resultaten dat de uitkomsten bij de verschillende onderzochte kenmerken variabel zijn.
Een belangrijk advies vanuit de geïnterviewde melkveehouders is dat KbK vooral kans van slagen heeft wanneer de melkveehouder overtuigd is van het systeem en bereid is de bedrijfsvoering erop aan te passen. Daarnaast adviseren de deelnemers om rustig en kleinschalig te starten. Dat biedt de kans om ervaring op te doen en het systeem stapsgewijs passend te maken voor het eigen bedrijf. KbK is daarmee niet voor iedere melkveehouder of ieder bedrijf geschikt, maar vraagt om een werkwijze en visie die bij de melkveehouder past. Bij een eventueel vervolgonderzoek wordt aanbevolen om de resultaten van KbK-bedrijven niet alleen te vergelijken met het gemiddelde van alle Nederlandse melkveebedrijven, maar ook met bedrijven met vergelijkbare bedrijfskenmerken, zoals bedrijfsgrootte, biologische of biologisch-dynamische bedrijfsvoering, toepassing van weidegang en raskeuze. Zo’n vergelijking zou beter inzicht geven in welke verschillen mogelijk samenhangen met het toepassen van KbK, en welke verschillen vooral verklaard kunnen worden door andere bedrijfskenmerken.
