Onderzoek naar footprint diervoeders: meer data nodig

Er zijn meer en betere data nodig om echt iets te kunnen zeggen over de carbon footprint (CO2-voetafdruk) van biologische diervoergrondstoffen. Dat concludeert Wageningen Livestock Research na een onderzoek naar broeikasgasemissies van een aantal biologische voeringrediënten. Het onderzoek werd onder regie van het Marktprogramma Verduurzaming Dierlijke Producten uitgevoerd als beleidsondersteunend onderzoek voor het ministerie van LVVN.

De CO2-voetafdruk van voedingsmiddelen wordt berekend aan de hand van een levenscyclusanalyse (LCA), waarmee de impact van elke stap in het productieproces wordt berekend van grondstof tot eindproduct. Bij dierlijke producten als vlees, eieren en zuivel bepaalt de productie van diervoeders een groot deel van de footprint van de hele levenscyclus. Vanuit de biologische keten was behoefte aan specifieke biologische data omdat alleen nog data van gangbaar geproduceerde grondstoffen beschikbaar waren. Het doel van het onderzoek was om voor 21 veelgebruikte biologische grondstoffen vast te stellen wat de emissiefactor is. Internationale data zijn slecht beperkt beschikbaar dus baseerden de onderzoekers zich voornamelijk op Nederlandse data.

Onderzoeker Pim Mostert onderstreept het belang van meer transparantie door middel van meer en betere data: “Het resultaat is een interessante eerste aanzet. Het is belangrijk om meer stappen te zetten. In de eerste plaats omdat we de carbon footprint nog maar voor een beperkt aantal biologische diervoederproducten hebben bepaald. Bovendien is dit gebeurd met Nederlandse teeltgegevens, terwijl de meeste diervoedergrondstoffen uit het buitenland komen.” Een vergelijking van grondstoffen is discutabel als de kwaliteit van de onderliggende data niet gelijkwaardig is. Daarom kan op basis van dit onderzoek niet worden aangetoond dat de carbon footprint van biologische grondstoffen afwijkt van conventionele grondstoffen. In dit project hanteerde Wageningen Livestock Research primaire data, terwijl de carbon footprint van veel gangbaar geproduceerde producten – zoals in de zogeheten GFLI-database – nog veelal is gebaseerd op generieke statistische (secundaire) gegevens, bij gebrek aan primaire data. Hoewel de carbon footprint bij eindproducten voor consumenten al wel wordt vermeld, is de betrouwbaarheid door het ontbreken van voldoende betrouwbare data nog discutabel.