Kamerbrief over Subsidieregeling Extensivering Melkveehouderij

Minister Wiersma van LVVN heeft in een Kamerbrief een update gegeven over de uitwerking van de Subsidieregeling Extensiveringsregeling Melkveehouderij (SEM). Deze regeling is ter beoordeling voorgelegd aan de Europese Commissie, die nog geen reactie heeft gegeven. De regeling is opgesteld in afstemming met de zogenaamde G7, een groep van zeven oranisaties vanuit de melkveehouderijsector. Naast De Natuurweide zijn dit LTO, NAJK, NMV, DDB, Agractie, Netwerk Groning, aangevuld met NZO en ZuivelNL.

Het doel van de regeling (niet te verwarren met de Extensiveringsregeling in en rond stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden) is het verminderen van de broeikasgas- en ammoniakemissies. Daarnaast moet de mestproductie afnemen. De regeling, die drie jaar beschikbaar moet blijven, biedt melkveehouders een subsidie als zij tijdelijk 10 tot 20% minder melk- en kalfkoeien houden. De fosfaatrechten die hieraan verbonden zijn, moeten volledig worden doorgehaald. Het aantal overige graasdieren mag niet toenemen en het aantal hectares grasland mag niet afnemen. Na deze periode kan een een melkveehouder terug gaan naar het oorspronkelijke aantal dieren, doorgaan met het lagere aantal dieren of verder extensiveren. Voor de regeling is 627 miljoen euro gereserveerd.

Voorstel: minder Europees landbouwgeld voor Nederland

De Europese Commissie wil de begroting voor het nieuwe Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) fors terugschroeven, zo meldt Nieuwe Oogst. Voor Nederland zou het betekeken dat het Europese budget voor landbouw met 24% afneemt tot 728 miljoen euro. Dit bedrag zou Nederland jaarlijks ontvangen in de periode van 2028 tot en met 2034. Het budget is onder andere onderverdeeld in de posten hectarepremie, agrarisch natuur- en landschapsbeheer en steun voor jonge boeren, een brede weersverzekering en de erkende telersverenigingen voor groente en fruit.

In totaal is er voor de periode 2028-2034 300 miljard euro beschikbaar voor landbouw.

Doel voor biologisch areaal blijft overeind, meer geld voor stikstof

Als onderdeel van de tijdens Prinsjesdag gepresenteerde begroting zijn ook de beleidsvoornemens en budgetten voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur bekend geworden. Het kabinet houdt vast aan het stimuleren van de productie en consumptie van biologisch voedsel. Via consumentencampagnes moet een groter deel van de consumenten worden verleid om te kiezen voor biologisch.

Voor 2026 is voorzien dat 4,3 miljard euro aan landbouw wordt uitgegeven. Voor de aanpak van het stikstofprobleem is in 2026 2,6 miljard euro beschikbaar. Voor stikstof reducerende maatregelen in stallen en andere technische innovaties komt 450 miljoen euro beschikbaar. Naast een vrijwillige regeling voor bedrijfsbeëindiging (425 miljoen euro) moet een partiële stoppersregeling leiden tot een inkrimping van de veestapel, vermindering van de mestproductie en emissiereductie. In de komende vier jaar wordt 100 miljoen euro extra vrijgemaakt voor natuurherstel en voorkoming van verdere verslechtering van de natuur. Voor de Veluwe en De Peel komt 600 miljoen euro extra vrij voor een regionale maatwerkaanpak die moet helpen om de vergunningverlening weer op gang te brengen. Ook rond Rotterdam, Eindhoven en het Groene Hart komt een specifieke gebiedsgerichte aanpak. De 250 meterzones waar eerder sprake van was, gaan niet door. Voor agrarisch natuurbeheer komt extra geld vrij waardoor het areaal kan groeien van 100.000 naar 280.000 hectare.

 

 

 

Halen van klimaatdoelen in 2030 onwaarschijnlijk volgens PBL

Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) schat in dat de Nederlandse klimaatdoelen in 2030 niet gehaald gaan worden. Dit blijkt uit de Klimaat- en Energieverkenning 2025, die op de website van het PBL is gepubliceerd. Het basispad in de vorm van bestaand beleid, aangevuld met nieuw beleid, zal leiden tot een emissiereductie van 47 tot bijna 55%. Deze range is lager dan het doel van 55%. Voor het halen van bindende Europese doelen voor energieverbruik en hernieuwbare energie zit Nederland ook niet op de vereiste koers. Extra inspanningen gericht op energiebesparing kunnen hierbij helpen.

Omdat de tijd tot aan 203 steeds korter wordt, is het aantal beleidspaden zonder economische pijn of maatschappelijke weerstand wordt steeds kleiner. Investeringsbeslissingen met effect in de komende jaren zijn grotendeels al genomen. Voor de periode na 2030 is nog weinig emissiereductie te verwachten vanuit genomen besluiten en maatregelen. Het niet halen van de doelen van 2030 en nog onvoldoende stevige maatregelen gericht op een structurele transitie, maken het halen van de doelen voor 2050, klimaatneutraliteit, nog moeilijker. Grootschalige verduurzaming stagneert en er is meer beleid nodig om energie te besparen. De focus in beleid lag juist meer op emissiereductie.

Beperkte aandacht voor landbouw in Troonrede

Tijdens de jaarlijkse Troonrede in het kader van Prinsjesdag was er slechts beperkt aandacht voor landbouw. De link met het stikstofvraagstuk was daarin leidend. Landbouw, natuur en industrie moeten met elkaar in balans worden gebracht om de stikstofdoelen te halen. De behoefte aan ruimte vanuit wonen, defensie, verkeer, vervoer en landbouw vraagt om centrale regie. Het kabinet gaat hierover in gesprek met de Kamer, vertegenwoordigers van provinciale en gemeentelijke overheden en waterschappen. Dat landbouw slechts beperkt aandacht kreeg is ook een uitvloeisel van de beperkte manoeuvreerruimte die minister Wiersma en staatssecretaris Rummenie hebben nadat veel onderwerpen op gebied van landbouw controversieel zijn verklaard in de Landbouwcommissie.

IFOAM lanceert tweede campagne video

IFOAM heeft haar tweede video gelanceerd in het kader van de campagne OrganicDelivers. In deze campagne wordt toegelicht welke waarde de biologische landbouw heeft naast het produceren van gezonde voeding. In de eerste video stond het beschermen van planten zonder gebruik van gewasbeschermingsmiddelen centraal. De tweede video gaat over de bio-districten en hoe boeren, burgers, lokale overheden elkaar vinden om duurzaam te produceren en te consumeren. De kortere lijnen en de grotere betrokkenheid van afnemers van biologische producten bij de manier en plaats waar de voeding geproduceerd, dragen bij aan de groei van biologische consumptie. De video’s zijn beschikbaar met ondertiteling in meerdere talen, waaronder Nederlands.

Op de IFOAM website zijn verder diverse podcasts te vinden over uiteenlopende onderwerpen.

Agro-Nutri Monitor 2025: kosten sterker gestegen dan opbrengsten

De Autoriteit Consument & Markt (ACM) heeft haar vierde Agro-Nutri Monitor gepubliceerd. Daarin is o.a. ingezoomd op de verdeling van kosten en marges tussen ketenpartijen voor gangbare en duurzamere productvarianten, de factoren die prijsopbouw bepalen en de meerkosten voor duurzaamheidsinspanningen. Hieruit blijkt dat biologische boeren hun meerkosten voor duurzaamheidsinspanningen niet altijd vergoed krijgen. Dit wordt met name veroorzaakt doordat de kosten voor biologische producten sterker zijn gestegen dan de opbrengsten. Bij andere keurmerken krijgen deze extra kosten gemiddeld wel vergoed, maar 60% van de boeten geven aan dat deze vergoeding niet toereikend is.

Samenwerking tussen producenten en tussen ketenpartijen kan wel bijdragen aan verlaging van kosten en een betere onderhandelingspositie ten opzichte van afnemers te krijgen. De bereidheid meer te betalen voor duurzaamheidsinspanningen remt grootschalige verduurzaming nog steeds af. De vraag naar biologische producten is licht toegenomen in 2025 maar de kosten van de biologische boeren zijn hier niet mee gedekt. Onzekerheid over het duurzaamheidsbeleid van de overheid leidt ertoe dat boeren terughoudender zijn met het doen van investeringen waardoor ook duurzaamheidsinspanningen vertragen.

Groot aantal landbouwdossiers controversieel verklaard

De landbouwcommissie van de Tweede Kamer heeft een groot aantal onderwerpen controversieel verklaard waardoor deze voorlopig niet verder kunnen worden opgepakt door minister Wiersma en staatssecretaris Rummenie. Het gaat onder andere om het Convenant dierwaardige veehouderij, grondgebondenheid van de melkveehouderij, het verder uitwerken van agrarisch natuurbeheer en een nieuw derogatieverzoek aan Brussel. Met name rond stikstof komen verschillende dossiers voorlopig stil te liggen. Het 8e Actieprogramma nitraatrichtlijn mag wel verder worden afgerond. Voor het eind van het jaar moet dit programma worden ingediend bij de Europese Commissie. Ook maatregelen om de mestproductie te verlagen kunnen nog wel worden doorgevoerd.

De Tweede Kamer moet nog stemmen over de conclusie van de landbouwcommissie.

Motie vraagt meer regie op grond van stoppende boer

De Tweede Kamer roept het kabinet op meer regie te pakken over de herbestemming van grond als een boer stopt met zijn bedrijf. Nieuwe Oogst bericht hierover naar aanleiding van het aannemen van een motie met deze strekking van D66. De motie was ingediend omdat bij grasland van stoppende bedrijven in het kader van stoppersregelingen in veel gevallen veranderen in intensieve teelten zoals sier- en bollenteelt. Daarmee is de gewenste positieve impact van een bedrijf dat stopt nabij een Natura 2000-gebied ongedaan gemaakt of zelfs omgezet in een negatieve impact. Bovendien vindt D66 dit een ondoelmatige besteding van belastinggeld. In de motie wordt gevraagd om een plan van aanpak dat voorkomt dat graslandpercelen massaal worden omgezet in intensieve teelten. Het is nog onduidelijk hoe minister Wiersma deze motie gaat uitvoeren.

Omzet in biologische voeding stijgt

In het eerste halfjaar van 2025 nam biologische voeding 3,5% van de bestedingen in supermarkten aan voedsel voor zijn rekening, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek op haar website. In de zes voorgaande jaren lag dit gemiddeld op 3%. De omzet bedroeg in de eerste zes maanden van 2025 820 miljoen euro. Met name bij aardappelen, groente en fruit nam de omzet toe. Relatief is het aandeel van ‘biologisch’ bij eieren het hoogst: 17,3%. Het biologisch aandeel bij zuivel en vlees steeg ten opzichte van de eerste helft van 2024: van 2,6 naar 2,9% bij vlees en van 4,0 naar 4,3% bij zuivel.