Vergelijking opbrengsten biologische en conventionele landbouw in langlopende studie

Het Research Institute of Organic Agriculture (FiBL) voert al 45 jaar een lange termijn onderzoek uit naar biologische en conventionele landbouwsystemen, zo bericht Biojournaal.  Uit dit onderzoek blijkt dat biologische landbouw goed uitwerkt voor de bodemvruchtbaarheid en de biodiversiteit. De opbrengsten zijn over het algemeen goed en bij sommige gewassen op het niveau van conventionele landbouw. Voor gewassen als granen en aardappelen kunne de opbrengsten nog worden verbeterd.

De conclusies volgen uit een veldproef onder de naam ‘DOK-Versuch’. Deze proef vergelijkt de teeltsystemen biodynamisch (D), biologisch (O) en conventioneel (K) sinds 1978 op een perceel in het noorden van Zwitserland. Het perceel is onderverdeeld in 96 kleinere veldjes.

Van 1985 tot 1998 werd een levenscyclusanalyse uitgevoerd. Daaruit werd duidelijk dat biologische landbouw 30% minder energie verbruikt per hectare dan conventionele systemen. Dit komt met name doordat geen synthetische meststoffen en bestrijdingsmiddelen worden gebruikt. Uitgedrukt per opbrengsteenheid (product) is het energieverbruik 10 tot 20% minder. De broeikasgasemissies uit de bodem bleek 56% lager per oppervlakte-eenheid bij biologische systemen. Ondanks een toename van van bodemorganische koolstof bleken de lachgasemissies niet hoger bij biologisch. Doordat biologisch bewerkte gronden met CO2 opslaan, pakt dit ook positief uit.

Europese Commissie wil regels voor boeren beperken

De Europese Commissie gaat het aantal regels voor boeren terugdringen, zo meldt de NOS. Biologische boeren zullen automatisch gebruik kunnen maken van subsidieregelingen, zonder dat ze opnieuw moeten aantonen aan allerlei milieueisen te voldoen. De Europese Commissie wil dat vooral kleine boeren profiteren van het nieuwe beleid. Zo kunnen ze 50.000 euro subsidie krijgen om te investeren in de concurrentiekracht van hun bedrijven. De jaarlijkse toelage voor kleine boeren wordt verdubbeld van 1250 euro naar 2500 euro per jaar.

De administratieve last van boeren moet ook omlaag. Handhaving van regels moet ook eenvoudiger en minder intensief: maximaal één controle op het boerenerf per jaar. Nationale overheden moeten zorgen voor een betere aansluiting van verschillende digitale systemen waardoor dezelfde gegevens nog maar één keer hoeven te worden ingevoerd.

 

Demonstratie rond klimaatbestendiger bedrijfsvoering op biologisch melkveebedrijf

Op het biologische melkveebedrijf Morgendauw van Mattias en Coriene Verhoef vindt op dinsdag 3 juni een bijeenkomst plaats in het kader van de Climate Farm Demo. Centraal staat hun aanpak om te anticiperen op klimaatverandering, reductie van emissies en het vergroten van de biodiversiteit. Op het bedrijf leggen bomen en struiken koolstof vast. Daarnaast vormen ze een schaduwplek voor koeien en habitats voor insecten en vogels.

Mattias en Coriene Verhoef hebben de keuze gemaakt om met lichte machines te werken om de bodemstructuur te beschermen. Tijdens de bijeenkomst zullen ze laten zien welke keuzes ze hebben gemaakt in hun bedrijfsvoering en hoe dit positief uitpakt voor klimaat, natuur en bodem. Meer informatie en aanmelden? Zie de website van Climate Farm Demo.

Staatssecretaris werkt aan nieuwe langlopende pachtvormen

Staatsecretaris Jean Rummenie van LVVN heeft in een brief aan de Tweede Kamer gereageerd op de initiatiefnota ‘De wijsheid in pacht’ van Kamerleden Bromet (Groenlinks-PvdA) en Van Campen (VVD) over het aanscherpen van het pachtbeleid. Rummenie wil onder andere een nieuwe pachtvorm voor invoeren voor natuurgebieden waar sprake is van agrarisch medegebruik maar natuur de hoofdbestemming is. Rummenie praat met terreinbeherende organisaties over een pachtvorm met een looptijd van minimaal 6 jaar. Daarnaast wil hij ook een oplossing voor de sterke prijsschommelingen. Prijsschommelingen leiden tot onzekerheid bij pachtende boeren en dat vindt de staatssecretaris onwenselijk.

een andere pachtvorm waar Rummenie aan denkt is een duurzame langlopende pacht. In deze constructie wordt de prijs bepaald door de markt en vindt een bedrijfsmatigheidstoets plaats. Een pachter moet dan aantonen dat grond nog steeds bedrijfsmatig wordt gebruikt. Bij bedrijfsopvolging heeft de nieuwe eigenaar niet automatisch recht op continuering van het pachtcontract.

 

Gronings samenwerkingsmodel voor biologische kalverkringloop

Twee Groningse boeren slaan de handen ineen om boventallige biologische kalveren op biologische wijze tot waarde te brengen als rundvlees, zo meldt Nieuwe Oogst. Melkveehouder Erik van der Velde en vleesveehouder Gert-Jan Stoeten hebben een samenwerking opgebouwd waarbij de boventallige laveren niet meer de reguliere kalverhouderij in gaan maar ze uiteindelijk worden afgezet bij biologisch vleesvermarkter De Groene Weg. Een Europese subsidie gericht op een gezonde kalverketen hielp om de samenwerking ook financieel gezond te maken.

De kalveren blijven drie maanden op de melkveehouderij van Van der Velde waarna ze naar het bedrijf van Stoeten gaan. Aanvankelijk gingen zowel vaars- als stierkalveren naar het bedrijf van Stoeten. Inmiddels ligt de focus op stierkalveren. Deze groeien beter dan vaarskalveren. Ook bleek dat vrouwelijke dieren die tochtig worden onrust in de koppel veroorzaakten. Ruimtelijk moesten er wel aanpassingen worden gedaan op het bedrijf van Stoeten. De dieren van Van der Velde (kruislingkalveren van Procross-kruisingskoeien met een Hereford-stier) blijken goed te passen op het bedrijf, waar met name gras gevoerd wordt.

Geld voor verduurzaming via doelsturing in Drenthe

De provincie Drenthe stelt 7,8 miljoen euro beschikbaar om 600 melkveehouders te helpen verduurzamen met behulp van doelsturing. Dit bedrag is beschikbaar in de komende twee jaar in een subsidieregeling voor 600 boeren. De provincie benoemt doelsturing als ‘een centrale pijler van de Drentse landbouwkoers’.  Boeren ontvangen een vergoeding voor het realiseren van doelen die gekoppeld zijn aan de opgaven ten aanzien van klimaat, water, bodem, nutriënten en biodiversiteit. Opgaven worden vertaald naar concrete doelen waarna de boeren zelf kunne bepalen hoe ze deze doelen gaan halen. Lukt dat, dan ontvangen ze een vergoeding.

Aan de regeling kunnen 600 melkveehouders meedoen (ruim 70% van de Drentse melkveehouders). Zij kunnen een vergoeding ontvangen van maximaal 6500 euro per jaar. Aan de vorige regeling deed bijna 50% van de melkveehouders mee. De vergoeding bedroeg toen maximaal 5000 euro per jaar.

NVWA: regels gewasbescherming worden matig nageleefd

Uit controles van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) blijkt dat de naleving van de regels voor gewasbeschermingsmiddel te wensen over liet in in 2024. Dat meldt Boerderij. In totaal werden 72 bedrijven gecontroleerd op de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen.  Twee derde van deze bedrijven deed dat op de juiste manier, een derde niet. De NVWA vindt dat een zorgelijk percentage. Ze wil dan ook intensiever gaan samenwerken met telers, adviseurs en brancheorganisaties om de situatie te verbeteren. Fruittelers scoorden het hoogst met overtredingen: bij 17 bedrijven werd 0 keer een overtreding gesignaleerd.

Aandachtspunt is wat NVWA betreft vooral het terugdringen van drift, het verwaaien van middelen waardoor deze niet terecht komen op de plek die bespoten wordt. Hierdoor kunnen aanpalende percelen en bedrijven hinder ondervonden van deze middelen. Verder werd het toepassen van niet toegestane middelen geconstateerd en het werken met niet-gekeurde spuiten.

Biologisch keurmerk kent hoogste omzetgroei van alle duurzame keurmerken

Uit de jaarlijkse Monitor Keurmerken Retail, opgesteld door Circana, blijkt dat het biologische keurmerk in de supermarkten een omzetgroei had van 7,9%. Daarmee groeide het biologische keurmerk aanzienlijk sneller dan andere keurmerken zoals Beter Leven (+2,9%) en de viskeurmerken MSC (+1,8%) en ASC (+0,2%). De overige keurmerken (Fair Trade/Max Havelaar, On the way to PlanetProof, Rainforest Alliance en UTZ) kenden een lichte daling. Alle keurmerken tezamen groeiden met 2,8%. Dat is niet iets lager dan de omzetontwikkeling van voeding in supermarkten (3%). In de Monitor worden alleen onafhankelijk geborgde keurmerken meegenomen bij alle supermarkten, met uitzondering van Lidl en Aldi.

De omzetaandelen binnen de categorieën vis, vlees en eieren zijn inmiddels het hoogst. AGF, vleeswaren, zuivel, diervoeding en overige voedingsproducten hebben nog veel ruimte voor groei. Bij huismerken, goed voor een totaal omzetaandeel van 33,1%,  hebben duurzaamheidskeurmerken een omzetaandeel van 70%. Bij A-merken (goed voor 66,9% omzetaandeel) hebben keurmerken een aandeel van 30%.

Amandementen in EU parlement brengen toelating renure dichterbij

In het Europees Parlement zijn meerdere amendementen aangenomen die toelating van renure (‘kunstmest’ gemaakt van echte mest) dichterbij brengen, zo meldt Boerderij. Renure wordt gezien als een van de oplossingen voor het mestoverschot waarmee tegelijkertijd het gebruik van ‘echte’ kunstmest kan worden beperkt. Om gebruik van renure mogelijk te maken moet de wetgeving worden aangepast. Ook praktische en financiële aspecten van het op grotere schaal toepassen van renure vragen nog aandacht. De amandementen werden ingediend tijdens een debat over het verhogen van importheffingen voor kunstmest uit Rusland en Wit-Rusland.

Peilstations voor verder onderzoek naar dierenwelzijn

Vanuit de behoefte om beter inzicht te krijgen in dierenwelzijn, wordt gewerkt aan een project met verschillende peilstations om dierenwelzijn te meten. Voor schapen, geiten, melkkoeien en kalveren zouden peilstations moeten worden ingericht. De Natuurweide is betrokken bij het bespreken van de mogelijke aanpak en het bepalen van de indicatoren van dierenwelzijn. Behalve vertegenwoordigers van de verschillende sectoren waren ook dierenartsenorganisaties en de Dierenbescherming uitgenodigd mee te denken. De Faculteit Diergeneeskunde van Universiteit Utrecht begeleidt het project.

De aandacht voor dierenwelzijn neemt steeds verder toe. In het biologische melkveehouderijsysteem speelt dierenwelzijn een belangrijke rol. Daarom zijn in zowel de Aanvullende Normen als de BioMonitor dierenwelzijnsaspecten opgenomen. Net als bij de BioMonitor is voor het bepalen van dierenwelzijnsgerichte maatregelen een holistische, integrale benadering belangrijk. Ter voorbereiding op het operationeel maken van peilstations is met stakeholders een set welzijnsindicatoren opgesteld, mede op basis van wetenschappelijke informatie. Deze welzijnsindicatoren sluiten aan op gedragsbehoeften die zijn geformuleerd door de European Food Safety Authority (EFSA) en de Quickscan Dierwaardige veehouderij.

In het projectvoorstel wordt bij melkkoeien, pinken en kalveren uitgegaan van vier categorieën bedrijven:
– gecertificeerd biologisch melkveebedrijf
– de 20% kleinste melkveebedrijven in de praktijk
– de 20% grootste melkveebedrijven in de praktijk
– overige melkveebedrijven (tussen 20% kleinste en 20% grootste melkveebedrijven)
Met deze selectie wordt aangenomen een goede doorsnede van bedrijven te bewerkstelligen met met verschillen in weidegang, melkmethode en staltypen. Mocht de selectie van bedrijven niet voldoende representatief zijn, dan wordt hierop bijgestuurd. Dierenartsen zullen de peiling uitvoeren door gedurende drie jaar tweemaal per jaar de welzijnsindicatoren te scoren.