In het kader van het Versnellingsspoor Biologische Landbouw hebben onderzoekers van het Louis Bolk Instituut onderzoek gedaan naar onderscheidende kenmerken van biologische koemelk. Melkvet bevat zowel verzadigde vetzuren, die bij hoge inname ongunstig kunnen zijn voor de menselijke gezondheid, als onverzadigde vetzuren zoals omega-3-vetzuren en CLA, oftewel ‘geconjugeerd linolzuur’, die juist positieve gezondheidseffecten hebben. De samenstelling van het rantsoen blijkt de belangrijkste factor voor de vetzuursamenstelling van melk. Een hoog aandeel jong, vers gras leidt tot hogere concentraties omega-3-vetzuren en CLA en tot relatief minder verzadigde vetzuren. Gemiddeld bevat biologische melk, vooral in het weideseizoen, meer van deze gunstige onverzadigde vetzuren dan gangbare melk. Dit verschil wordt voornamelijk verklaard door meer weidegang en een hoger aandeel gras in het rantsoen op biologische melkveebedrijven.
De belangrijkste verschillen tussen biologische en gangbare melk in Nederland hangen vooral samen met het rantsoen, zo concluderen de onderzoekers. Een hoger aandeel (vers) gras in het rantsoen en de weidegang van biologische koeien is terug te zien in de melk. Tegelijkertijd kan de samenstelling van melk sterk variëren tussen biologische bedrijven door verschillende factoren zoals rantsoen, genetica, diergezondheid, regio, seizoen en bedrijfssysteem. Dit laat zien dat niet alleen de huidige biologische voorschriften, maar ook keuzes op bedrijfsniveau bepalend zijn voor de uiteindelijke melkkwaliteit. Als een meer kenmerkende melksamenstelling gewenst is, zouden aanvullende richtlijnen binnen de biologische productiestandaarden kunnen bijdragen aan meer consistentie (zoals het aandeel krachtvoer in het rantsoen).
