De beleidsdoelstellingen voor 2030 en 2035 op het gebied van klimaat, stikstof, waterkwaliteit en natuur zijn haalbaar als forse maatregelen worden genomen en de financiële consequenties worden gedragen. Dat concludeert dr. Marion de Vries van Wageningen University & Research in de scenariostudie ‘Melken met Perspectief!?’. Recent beleid zorgt al voor een daling (op sectorniveau) van de totale ammoniakuitstoot en het gemiddelde stikstofbodemoverschot met circa 32%. De gemiddelde CO2-footprint daalt met 13% tussen 2022 en 2030. Deze daling wordt onder andere veroorzaakt door het wegvallen van de derogatie, lagere gebruiksnormen voor stikstof in NV-gebieden, krimp van de veestapel (12% minder koeien) en een lager ruw-eiwitgehalte in het rantsoen.
De onderzoekers keken naar twee ontwikkelrichtingen: een intensievere aanpak met integratie van innovatie en technologie, en een extensieve variant met een meer natuurinclusieve aanpak. In beide vormen is verdere emissiereductie mogelijk tot bijna de helft van het ammoniakemissieniveau van 2022 en met ongeveer een kwart van de methaanemissie. De intensieve variant leidt tot emissiereducties en efficiënt landgebruik per kg melk, maar ook tot minder weidegang, minder blijvend grasland en een lager aandeel voer van eigen land. De extensieve variant pakt gunstig uit voor weidegang, blijvend grasland, het areaal natuurbeheer en zelfvoorzienendheid. Wel is meer grond nodig per kg melk en daalt de melkproductie.
In beide scenario’s is de bedrijfseconomische impact voor bedrijven groot. De arbeidsopbrengst kan met tienduizenden euro’s per jaar dalen, nog los van aanvullende kosten van beleidsmaatregelen tussen 2022 en 2030. De effecten van de stikstofaanpak die recent is gepresenteerd, zijn nog niet meegenomen in het onderzoek.
