Regenwormen: cruciaal voor de bodemkwaliteit

Het Louis Bolk Instituut heeft een publicatie gedeeld over het belang van regenwormen voor de bodemkwaliteit. Voor alle zes elementen die de bodemkwaliteit bepalen, zijn regenwormen van belang: gewas en beworteling, bodemstructuur, waterhuishouding, bodemchemie, organische stof en bodemleven. Wormen vormen in productief grasland circa 15% van het bodemleven. Ze graven door de bodemlagen en dragen zo bij aan behoud en verbetering van bodemstructuur, menging van bodemlagen, waterinfiltratie, doorluchting en beworteling. Wormen eten organisch materiaal en zetten zo gewasresten om in nutriënten. Daarnaast vormen ze het voedsel voor bovengrondse fauna als weidevogels en dassen.

Er zijn verschillende soorten regenwormen, onderverdeel: strooiselbewoners, bodembewoners en pendelaars. Strooiselbewoners leven met name in de eerste tien centimeter van de bodem. Bodembewoners eten zich een weg door de bovenste twintig centimeter en verbeteren daar de bodemstructuur. Pedelaars bewegen zich tot wel twee meter diep de bodem in. Daarmee leveren ze een belangrijke bijdrage aan de mate waarin water de bodem kan infiltreren en helpen ook planten om dieper te wortelen. Activiteit van wormen is af te leiden uit de aanwezigheid van molshopen (mollen eten veel wormen), wormenhoopjes en gewasresten.

Wormen hebben huisvesting, bescherming, water, zuurstof en voeding nodig. Wormen zijn daarnaast gebaat bij minder diepe en minder intensieve bewerking van de bodem en grondbewerking op momenten dat wormen minder actief zijn (als het koud en droog is). Verder is het raadzaam bij grondbewerking geen machines met draaiende delen te gebruiken.