Ministerie wil forfaitaire mineralengehaltes in mest aanpassen

Het ministerie van LVVN wil de forfaitaire mineralengehaltes in mest aanpassen. Hiervoor is vorige week een consultatie opengesteld, met als einddatum 30 augustus. Voor mest die niet bemonsterd wordt, bijvoorbeeld bij transport tussen twee boeren, wordt met forfaitaire mineralengehaltes gerekend. Dat geldt ook in gevallen waarin mestmonsters zoek raken. Deze forfaitaire gehaltes zijn opgenomen in bijlage 1 van de Uitvoeringsregeling mestwetgeving (Urm). Deze forfaits zijn vastgesteld per 1 januari en gebaseerd op gegevens uit mesttransporten uit de jaren 2013-2015.

Als er van een mestsoort minstens 25 analyses beschikbaar zijn, wordt voorgesteld om het huidige forfait te vervangen door de mediane samenstelling in de periode 2021-2023. Het stikstof- en fosfaatgehalte in mest kan veranderen door o.a. verandering in het rantsoen, gebruik van water en strooisel in de stal, verandering in management van de mest (bij bewerking, bijvoorbeeld scheiding). Voor stikstof kan ook een aanpassing in stal- en/of mestopslag leiden tot verandering in gasvormige stikstofverliezen. De samenstelling van dikke en dunne fracties van bewerkte mesten zijn gebaseerd op de afvoer van landbouwbedrijven en mestbewerkers. De stikstof- en fosfaatgehalten van dikke en dunne fracties van mestbewerkers liggen doorgaans hoger, bijvoorbeeld door betere mestscheiding of door droging van de dikke fractie. De mestsamenstelling van bewerkte mesten wordt daarom gerapporteerd van alleen landbouwbedrijven, alleen mestbewerkers en het totaal.