Kabinet formuleert nieuwe normen voor dierenwelzijn

In de ministerraad van eind vorige week is de Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) voor een dierwaardigere veehouderij vastgesteld. Staatssecretaris heeft de AMvB naar de Tweede Kamer gestuurd. De maatregelen hieruit moeten in de periode tot aan 2040 worden ingevoerd. De verwachting is dat de eerste regels per 2028 in werking treden. Met de nieuwe regels wordt voor de veehouderijsector duidelijk hoe melkvee, vleesvee, kalveren, varkens en kippen in de toekomst op een meer dierwaardige manier moeten worden gehouden. Daarbij is gekeken naar de uitvoerbaarheid in de praktijk, de economische gevolgen voor veehouderijbedrijven en de mogelijkheden binnen vergunningen. Waar mogelijk wordt gewerkt met doelvoorschriften. Hierbij staat het doel staat vast, maar hebben boeren ruimte om te bepalen hoe zij doelen op hun bedrijf gaan bereiken. De regels sluiten aan bij het convenant dat vorig jaar is gesloten met agrarische partijen, de Dierenbescherming en markt- en ketenpartijen.

Er wordt onderscheid gemaakt tussen nieuwe en bestaande stallen. Zo kunnen veehouders die nieuwe stallen laten bouwen zowel aan de emissieregels als maatregelen voor dierenwelzijn voldoen. Niet alle maatregelen worden direct of volledig ingevoerd. In sommige gevallen krijgen veehouders langer tijd om de omslag haalbaar te maken en wordt het risico beperkt dat productie naar het buitenland verdwijnt, waar vaak met lagere dierenwelzijnsstandaarden wordt gewerkt.

Om de omslag naar een meer dierwaardige veehouderij moeten ook consumenten vaker kiezen voor producten met extra aandacht voor dierenwelzijn. Staatssecretaris Erkens maakt daarom begin volgend jaar afspraken met markt- en ketenpartijen zoals supermarkten, verwerkers en foodservicebedrijven.