Recent zijn de bevindingen uit het onderzoek naar gezondheid en biestopname van klaveren (in het kader van Kalf bij de koe) gepubliceerd. Het doel van het onderzoek was om in kaart te brengen hoe melkveebedrijven omgaan met ‘het kalf bij de koe’ (KbK) en welke adviezen aan melkveehouders kunnen worden gegeven die hiermee willen starten. Ook de gezondheidsaspecten van koeien en kalveren zijn in kaart gebracht. De Natuurweide heeft meegewerkt aan dit onderzoek.
Aan de hand van diepte-interviews is gekeken naar de wijze waarop KbK-melkveehouders hiermee om gingen. Deelnemende melkveehouders hebben daarnaast serummonsters van kalveren laten onderzoeken op antistoffen in het bloed. Daarnaast zijn op basis van de beschikbare KalfOK-data diergezondheidskengetallen bepaald en vergeleken met de gemiddelden van alle aan KalfOK deelnemende melkveehouders. In totaal namen negentien KnK-melkveehouders, verspreid over het land, deel aan het onderzoek. Alle bedrijven waren biologisch of biologisch-dynamisch.
Op basis van het onderzoek zijn er geen indicaties dat de gezondheid van kalveren op KbK-bedrijven verschilt van de gezondheid van kalveren op een gemiddeld Nederlands melkveebedrijf. De gezondheid en passieve immuniteit van de kalveren van de deelnemende KbK-bedrijven waren op basis van KalfOK scores en IgG bepalingen vergelijkbaar met de gezondheid van kalveren in Nederland. Met betrekking tot de gezondheid van koeien trekt het onderzoek geen eenduidige conclusie of deze anders of vergelijkbaar is tussen KbK-bedrijven en het Nederlands gemiddelde. De mate van extensiviteit en het gebruik van verschillende rassen hebben mogelijk dusdanig invloed op de resultaten dat de uitkomsten bij de verschillende onderzochte kenmerken variabel zijn.
Een belangrijk advies vanuit de geïnterviewde melkveehouders is dat KbK vooral kans van slagen heeft wanneer de melkveehouder overtuigd is van het systeem en bereid is de bedrijfsvoering erop aan te passen. Daarnaast adviseren de deelnemers om rustig en kleinschalig te starten. Dat biedt de kans om ervaring op te doen en het systeem stapsgewijs passend te maken voor het eigen bedrijf. KbK is daarmee niet voor iedere melkveehouder of ieder bedrijf geschikt, maar vraagt om een werkwijze en visie die bij de melkveehouder past. Bij een eventueel vervolgonderzoek wordt aanbevolen om de resultaten van KbK-bedrijven niet alleen te vergelijken met het gemiddelde van alle Nederlandse melkveebedrijven, maar ook met bedrijven met vergelijkbare bedrijfskenmerken, zoals bedrijfsgrootte, biologische of biologisch-dynamische bedrijfsvoering, toepassing van weidegang en raskeuze. Zo’n vergelijking zou beter inzicht geven in welke verschillen mogelijk samenhangen met het toepassen van KbK, en welke verschillen vooral verklaard kunnen worden door andere bedrijfskenmerken.
