Wageningen University & Research concludeert in een onderzoek dat een drietal versnellingsprojecten voor de transitie van het landelijk gebied langzamer verlopen dan gedacht. De projecten waren een uitwerking van het stopgezette Nationaal Programma Landelijk Gebied. Het betrof projecten rond extensivering van landbouw rond Natura 2000-gebieden en in veenweidegebieden: het gebiedsproces Aldeboarn-De Deelen in Fryslân, overgangsgebieden in Drenthe en natuurinclusieve landbouw in Noord-Brabant. Voor het verhogen van de waterpeilen in veenweidegebied Aldeboarn-De Deelen was € 22 miljoen beschikbaar waarvan nog niets was uitgegeven aan het eind van 2025. In Drenthe is van de beschikbare € 37 miljoen pas € 300.000 uitgegeven. In Noord-Brabant is via een koop- en pachtconstructie 27 hectare afgewaardeerd. Voor het grootste deel van de ambitie wachtte de provincie nog op goedkeuring vanuit Brussel.
Een belangrijke oorzaak voor de vertraging van de initiatieven is het ontbreken van een instrument voor afwaardering van landbouwgrond en een compensatiesystematiek voor hogere waterpeilen in veenweidegebieden. Inmiddels heeft de provincie Fryslân van de Europese Commissie groen licht voor haar beoogde compensatiesystematiek. De benodigde gebiedsprocessen blijken meer tijd te vragen. Boeren worden liever gecompenseerd met grond dan met geld zodat de productie op niveau kan worden gehouden. De provincie kan pas in deze behoefte voorzien als zij ruilgrond beschikbaar heeft.
De onderzoekers doen een aantal aanbevelingen aan het Rijk. Ze stellen voor de bestedingstermijn te verlengen tot minimaal 2032. Financiering van proceskosten en aankoop van ruilgrond zouden mogelijk moeten worden gemaakt. Op de langere termijn stellen zij voor om meer aandacht te hebben voor uitvoerbaarheid bij de beoordeling van plannen, minder bureaucratische financieringsstromen en een gezamenlijke, langjarige gebiedsaanpak door Rijk en provincies. De tijdshorizon zou moeten lopen van 15 tot 25 jaar.
