EU Commissie keurt extensivering via Sem goed

De Europese Commissie heeft goedkeuring gegeven aan de Subsidieregeling extensivering melkveehouderij (Sem), niet te verwarren met de Extensiveringsregeling in en rond Natura 2000-gebieden. Dat laat minister Van Essen van LVVN weten in een Kamerbrief. Deze goedkeuring was nodig met het oog op de regels rond staatssteun. Het doel van de Sem is het structureel verminderen van ammoniak- en broeikasgasemissies in de melkveehouderij. De Sem is gericht op het tijdelijk houden van minder melkkoeien op een individueel melkveebedrijf. De Sem leidt daarnaast tot een blijvende afname van het aantal fosfaatrechten op nationaal niveau en daardoor tot een blijvende vermindering van het aantal melk- en kalfkoeien in Nederland. Daarnaast neemt de mestproductie af, waardoor naar verwachting de druk op de mestmarkt zal afnemen. Ook kan de Sem de omschakeling naar een extensievere bedrijfsvoering stimuleren.

In totaal is voor de Sem een budget beschikbaar van € 627 miljoen. Daarvan is € 615,7 miljoen beschikbaar in de vorm van subsidie en is € 11,3 miljoen gereserveerd voor de uitvoering van de Sem door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). De Sem zal worden opengesteld van 1 juni tot en met 29 juli 2026. Gedurende deze periode kunnen melkveehouders een aanvraag indienen.

Toepassing van de Sem
De regeling is vrijwillig en tijdelijk van aard. Deze regeling biedt melkveehouders die klem zitten een concreet handelingsperspectief. Tegelijkertijd draagt de regeling bij aan het verlichten van de druk op de mestmarkt als geheel. De primaire melkveeorganisaties zien de regeling ook als een onderdeel van een breder pakket. Zo hebben de primaire melkveeorganisaties gepleit voor structurele vormen van derogatie, voor de invoering van een protocol voor gasvormige verliezen en is er een Convenant Verlagen ruw eiwit in rantsoenen melkveebedrijven (Voerspoor) gesloten. Ten slotte is inzet op RENURE eveneens een belangrijk spoor dat bijdraagt aan verlichting van de mestmarkt.

Voorwaarden
Melkveehouders die deelnemen aan de regeling extensiveren hun bedrijf gedurende een periode van drie jaar door minimaal 10% en maximaal 20% van hun melkvee af te bouwen. Daarvoor ontvangen zij een compensatie voor gemiste inkomsten en een vergoeding voor de fosfaatrechten die definitief worden doorgehaald. Na drie jaar is reguliere bedrijfsontwikkeling weer mogelijk en kunnen deelnemende melkveehouders ervoor kiezen hun veestapel weer te laten groeien, bijvoorbeeld naar het oorspronkelijke aantal melkkoeien.

Tegelijkertijd met de publicatie van de regeling in de Staatscourant publiceert de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) uitleg over de precieze voorwaarden en werking van de regeling op haar subsidiepagina, inclusief een rekentool. Ook komen er online vragenuurtjes om melkveehouders die interesse hebben goed in staat te stellen te onderzoeken of de regeling voor hen financieel aantrekkelijk is. Daarnaast informeert de RVO accountants over de regeling.

Hoogte subsidie
De subsidie wordt in jaarlijkse voorschotten uitbetaald gedurende de driejarige looptijd van de regeling en bestaat uit twee componenten. Ten eerste compensatie inkomensverlies van € 1.606,- per melkkoe per jaar. Ten tweede een vergoeding van € 110,- per fosfaatrecht voor 100% van de rechten. Dit in tegenstelling tot een marktpartij waarbij de verkopende partij 70% van de rechten kan verkopen. De totale vergoeding bij een gemiddelde melkproductie is dan € 9.757,- per melkkoe. Wij adviseren melkveehouders om dit met de accountant te bespreken en daarbij aandacht te hebben voor de fiscale kant.

Private ondersteuning
Naast de publieke regeling leveren ook banken een bijdrage. Afhankelijk van hun beleid bieden zij passende financierings- en investeringsmogelijkheden aan deelnemende melkveebedrijven. Daarbij wordt maatwerk toegepast, binnen de geldende bancaire kaders en mededingingsregels. Dit stelt melkveehouders in staat om hun bedrijf verder te ontwikkelen en gericht te investeren in een toekomstbestendige bedrijfsvoering.

De regeling is tot stand gekomen op initiatief van zeven primaire melkveeorganisaties, waaronder De Natuurweide. De organisaties hebben zich de afgelopen periode gezamenlijk ingezet om te komen tot een praktische en haalbare oplossing voor melkveehouders die vastlopen door de druk op de mestmarkt.